In Suriname is de campagne losgebarsten voor de verkiezingen op 25 mei. Het is de eerste stembusgang sinds de dood van Bouterse, de eerste met een evenredig kiesstelsel, de eerste met een vrouwelijke presidentskandidaat, én de eerste met tientallen oliemiljarden als inzet.
is verslaggever voor de Volkskrant. Verslag vanuit Paramaribo
Suriname telt af naar cruciale verkiezingen op 25 mei. Het land krijgt binnen enkele jaren een duizelingwekkende stroom aan inkomsten, dankzij de vondst van een grote hoeveelheid olie voor de kust. Het geld stroomt straks de Surinaamse schatkist in – naar schatting 16 tot 26 miljard dollar – en dat wil elke politicus maar al te graag uitgeven.
Twee partijen gaan in de peilingen nek aan nek. Een daarvan is de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) van president Chan Santokhi. Zijn regering heeft sinds 2020 fors bezuinigd, in een poging om de staatsschuld omlaag te brengen. Hij schrapte of verlaagde onder meer subsidies op benzine en kookgas, en dat heeft hem hoogst impopulair gemaakt bij delen van de bevolking.
En daar spint de grootste oppositiepartij garen bij. De populistische Nationale Democratische Partij (NDP), opgericht door de vorig jaar overleden oud-president Desi Bouterse, geeft graag af op de bezuinigingen. Dat is opmerkelijk, want het was de NDP die het land na haar laatste regeerperiode (2010-2020) bankroet achterliet. Bij het aantreden van Bouterse had Suriname een staatsschuld van 18 procent, tien jaar later was dat opgelopen tot liefst 120 procent.
Maar de kiezer lijkt dat de NDP niet kwalijk te nemen: in de peilingen zit de partij de VHP op de hielen. De NDP wordt sinds het wegvallen van Bouterse geleid door Jenny Simons (71), een arts en voormalig parlementsvoorzitter, met een minder bezoedelde reputatie dan haar voorganger. Ze is de eerste vrouw die in Suriname serieus kans maakt op het presidentschap.
Toch wordt er binnen de eigen gelederen driftig aan haar stoelpoten gezaagd. Zo zijn er meerdere partijgenoten, onder wie de weduwe van Bouterse, die blijven opperen dat ze zelf president willen worden. Simons heeft nooit een stevige machtsbasis in de partij gehad, maar die wordt steeds wankeler naarmate de verkiezingen naderen.
De partijen hebben nog een dag of tien om de gunst van de kiezer te winnen, want op 25 mei gaat het land naar de stembus. Omdat er in Suriname weinig peilingen worden gehouden, laat de uitslag zich doorgaans slecht voorspellen. Dat belooft dit jaar nog een tikkeltje moeilijker te worden, omdat er net een nieuw kiesstelsel is.
Er is afscheid genomen van het districtenstelsel, dat als niet-evenwichtig werd beschouwd: voortaan telt de stem van iedere kiezer even zwaar. Dat is een hard gelag voor bijvoorbeeld Ronnie Brunswijk, in Nederland vooral bekend als leider van het zogeheten junglecommando in de jaren tachtig en tegenwoordig vice-president. Hij was met zijn partij Abop steevast kingmaker in de Surinaamse coalitiepolitiek.
In het verleden hielp hij zowel de NDP als de VHP aan een meerderheid. Die positie zal hij waarschijnlijk afstaan aan de Nationale Partij Suriname (NPS), een van de oudste partijen van Suriname. Die zal in het nieuwe kiesstelsel waarschijnlijk in zetelaantal verdubbelen.
Wie de verkiezingscampagne volgt, die nu echt op stoom begint te komen, ziet geen grote botsing van ideologieën. De Surinaamse bevolking bestaat uit nazaten van mensen uit onder meer Afrika (creolen), India (Hindostanen) en Indonesië (Javanen), en ook politieke partijen zijn van oudsher langs deze etnische lijnen verdeeld.
Alle partijen grijpen de campagne aan om te hameren op goed bestuur. Maar in de praktijk komt daar niet altijd veel van terecht, ziet staatsrechtsgeleerde Hugo Fernandes Mendes, want ‘vriendjespolitiek is in Suriname van alle tijden’.
‘Als er een nieuwe regering aantreedt, zie je bij wijze hele departementen van partijpolitieke kleur verschieten. Dan worden vooral partijvrienden en andere loyalisten aangenomen.’ Hetzelfde ziet Mendes bij benoemingen bij staatsbedrijven, op ambassades en bij andere instituties, zoals de Rekenkamer of de Staatsraad. ‘Elke regering zegt dat te willen veranderen. Maar ze maken geen haast met het doorzetten van anticorruptiemaatregelen.’
Dat is ‘treurig en tragisch’, zegt Fernandes Mendes, want ‘daarmee krijgen competente mensen minder mogelijkheden om hun kwaliteiten te laten zien’. Hij houdt zijn hart vast voor wat er gaat gebeuren zodra de oliemiljarden binnenstromen. ‘Dan krijgt Suriname de beschikking over meer geld dan het ooit heeft gehad. Juist dan is integriteit heel cruciaal.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant