Home

Inzoomen op het ongelofelijke, tot je het wel móét geloven

Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Op 20 november 2024 werd Suwar Ashur geboren in Gaza. De geboorte vond plaats in het huis van haar grootouders, dat na een bombardement nog slechts uit één kamer bestond, die Suwar en haar moeder met negen anderen deelden. Bij haar geboorte woog Suwar 5 pond. Wegens een slokdarmprobleem kon ze geen moedermelk drinken. Poedermelk was nauwelijks voorradig.

Sinds eind april, toen een BBC-documentaire online kwam over de hongersnood in Gaza, werd Suwars uitgemergelde gezicht het gezicht van de genocide. Op sommige foto’s, onder meer eentje in de Volkskrant, waarop Suwar op een kleed ligt met een slapend beertje erop, op een pagina die je het liefst zo snel mogelijk zou hebben omgeslagen als het niet al te laat was geweest, lijkt het meisje de kijker toe te lachen vanuit de dood. Maar ze leeft nog. Dit weekend vertelde Suwars moeder aan The Guardian dat er bijna niet aan speciale flesvoeding te komen valt. Ze vreest dat haar dochter het niet zal overleven.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Deze week dacht ik aan de atoombom. Misschien kwam het door het weer, misschien door het feit dat De Groene Amsterdammer het laatste artikel had doorgeplaatst van de net overleden Joseph Nye jr., beroemd Harvard-professor in de internationale betrekkingen. Nye schreef hoe er acht decennia – die hij allemaal min of meer bewust had meegemaakt, want hij werd 88 – zijn verstreken sinds de energie van een atoom voor het eerst werd gebruikt in oorlogsvoering. ‘Maar in plaats van te eindigen in een nucleair armageddon, heeft de wereld verrassend genoeg een periode van nucleaire stabiliteit gekend – tot nu toe.’ Famous last words, als er niet nog een angstaanjagend solide analyse over het waarom van dat omineuze ‘tot nu toe’ was gevolgd.

Zo af en toe bereikt me een clipje van de Russische staatstelevisie, waarin een of andere generaal overduidelijk tabak heeft van tachtig jaar nucleaire stabiliteit. Soms blijkt die generaal zelfs een minister. Zelf weet ik nooit of ik na zo’n filmpje naar de slijterij moet, of naar de prepshop. Uiteindelijk doe ik geen van beide, en vergeet ik het weer. Uitzoeken wat er gebeurt als het ooit zover komt, zie ik niet zitten.

Ik weet niet of dat lafheid of luiheid is, en evenmin of die twee wel zo van elkaar verschillen. In zijn geweldige show Onbekommerd beschrijft Tim Fransen tussen twee goocheltrucs enkele van die gevolgen, die u vast kent, en ik heus ook wel. Zoals je een pagina onbewust te laat omslaat, omdat je wilt zien wat je niet wilt zien, zo wil je ook weten wat je niet wilt weten.

Misschien wel om die reden las ik deze week Hiroshima, het boek op basis van reportages uit The New Yorker waarin John Hersey in 1946 de gevolgen van de atoombom terugbracht tot zes gewone Japanners. Zes mensen en hun ervaringen en herinneringen, afgewisseld met zinnen als: ‘Van de 150 artsen in de stad waren er 65 al dood, en van de rest waren de meesten gewond.’

Hersey beschrijft de ramp, alles na de flits ‘witter dan het witste wit’, door de ogen van de ‘geluksvogels’, mensen die het konden navertellen. Zij zagen hun stadgenoten vluchten: ‘Van sommigen waren de wenkbrauwen verbrand en hing de huid van hun gezicht en handen er los bij. Anderen hielden hun armen vanwege de pijn omhoog alsof ze iets in hun handen droegen.’

Inzoomen op het ongelofelijke, tot het onontkoombaar wordt, tot je het wel móét geloven. En ergens in Gaza ligt nu, op een kleed met een slapend beertje, Suwar Ashur.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next