Home

‘Ik koos meteen voor Leiden, Beatrix en Willem-Alexander hebben daar ook gestudeerd’

Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Nino Makkelie: ‘Ik heb geen angst voor de toekomst. Je kunt vechten voor een huis of een bepaalde baan.’

Waar woon je?

‘Ik woon half met mijn vriend bij mijn ouders en half bij zijn ouders. Die van mij wonen in Dordrecht, daar ben ik ook opgegroeid met mijn broertje. Eigenlijk woon ik al mijn hele leven daar. Ik weet niet beter. De wereld was er klein en vertrouwd: de basisschool op een paar minuten lopen, de middelbare op zeven minuten fietsen.

‘Mijn broertje en ik schelen nog geen twee jaar. Hij is echt een beller, dus we spreken elkaar veel. ‘Ik heb een nieuwe lamp gekocht, hoe hoog moet ik ’m hangen?’, dat soort dingen vraagt hij. Gezellig, maar om nu te pas en te onpas aan die telefoon te hangen, daar ben ik niet zo van.

‘Mijn vader heeft als 16-jarige lymfeklierkanker gehad, dus het was maar de vraag of mijn ouders kinderen konden krijgen. Hij heeft altijd in het magazijn gewerkt bij Peugeot. De kanker is helaas een aantal keer teruggekomen en hij raakte daardoor arbeidsongeschikt. Hij is heel actief, dus dat is weleens lastig. In huis blijft hij zoveel mogelijk bezig. Dan moet er weer een kozijn geverfd worden of iets in die richting.

‘Mijn moeder is apothekersassistent in het ziekenhuis. Corona, ebola, ze heeft van alles gezien. Maar ook mensen die ’s nachts langskomen voor een neusspray.’

Hoe heb je je vriend leren kennen?

‘We hebben elkaar op Tinder ontmoet. Eerst hebben we twee weken geappt. Toen we hadden afgesproken om iets te drinken, begon mijn moeder om 4 uur ’s nachts te bellen waar ik bleef. Het was zo leuk. Mijn broertje heeft me toen nog opgehaald, helemaal uit Rotterdam. We zijn nu drie jaar samen.’

Nino Makkelie wordt 25 op 27 juni.

Woonplaats: Dordrecht en Poortugaal

Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Ik sta volwassen in het leven, denk ik. Het mbo heeft me al vroeg plichtsbesef gegeven, maar ik hou ook van een lolletje. Een goeie voldoende: een 7,5.’

Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Nee, ik vind mezelf niet lui en socialemediaverslaafd, en volgens mij is dat voor velen het beeld.’

Waar ben je over 7 jaar? ‘In een eigen huis met mijn vriend. Hopelijk getrouwd en met kinderen.’

‘Ik werk naast mijn studie in een theater, dus best onregelmatig. Mijn vriend doet een PhD in Utrecht; iets met biofarmaceutische wetenschappen en narcose. We wonen samen, maar zonder huis. We hebben niet echt een schema van waar we slapen. Het ligt er een beetje aan wie moet werken en wat handig is, maar het is redelijk fiftyfifty. Mijn moeder vind het allang best. Zolang hij niet uit huis is, is dat gezellig en leuk, vindt ze. We hebben best veel ruimte in beide huizen.’

Vind je je woonsituatie weleens vervelend?

‘Een eigen huisje zou geen overbodige luxe zijn, maar we hebben verder niets te klagen. In principe kan alles, mag alles. De was wordt gedaan en er wordt gekookt, dus het is luxe. Maar je kunt niet zomaar je tas neergooien of een pan op het aanrecht laten staan, je moet wel rekening houden met elkaar. Financieel gaat het nu nog niet om iets te huren of te kopen, maar ik hoop over een tijdje wel.’

Ben je bang dat het niet gaat lukken?

‘Nee, ik heb geen angst voor de toekomst. Dingen krijgen kan altijd in het leven: je kunt vechten voor een huis of bepaalde baan. Ik ben eerder bang om dingen te verliezen, daar heb je geen invloed op. Ouder worden vind ik bijvoorbeeld wel moeilijk. Toen ik de eerste grijze haren op m’n hoofd zag, dacht ik wel: oei.

‘Als ik bijvoorbeeld mensen in films zie die dingen moeten laten omdat ze ouder worden, kan ik wel huilen. Het afsluiten van fases vind ik lastig. Bewust het boek dichtslaan omdat je dingen ontgroeid bent. Maar de wereld staat niet stil, en je moet meegroeien. Die grijze haren zijn voor mij een symbool dat het ooit klaar zal zijn. Daar maak ik me niet bewust druk om, hoor, ik ga ook mijn haar niet verven, maar het maakt het concreet.’

Waar willen jullie wonen?

‘Een echte voorkeur qua woonplaats hebben we niet. De Randstad vind ik zelf echt veel te druk. Lang wachten bij het stoplicht, al die files. Ideaal zouden de randjes rondom Utrecht, Gelderland en Zuid-Holland zijn. Schoonhoven, Nieuwegein, dat soort plaatsen. Je bent dichtbij de stad en ook snel de grens over.

‘Het lijkt me heerlijk om me ook een beetje te kunnen terugtrekken. Ik heb een hoop vrienden, dus ik ga mijn heil niet zoeken in de buurtbarbecue. En ik ben afgestudeerd als interieurontwerper, dus ik zou graag eens een eigen huisje inrichten.’

Hoe was die studie?

‘Heel goed, ik ben daar echt volwassen geworden. De middelbare school was prima. Ik ben homoseksueel en heb er nooit last mee gehad. Ik heb het nooit tegen iemand hoeven zeggen, niet tegen mijn klasgenoten en niet tegen mijn familie, ik nam gewoon mijn eerste vriend mee naar verjaardagen en het was wat het was.

‘Op mijn 16de volgde ik een opleiding voor mediavormgever aan het mbo in Rotterdam. Dat was echt een goede zet: je moet ervoor reizen, je maakt nieuwe connecties, je loopt stage. De studie ging vooral over interieur- en tentoonstellingsontwerp. Op de roltrap naar mijn klas stond iemand met blauw haar, een emo, een gothic. Ik had vrij spel tussen al die andere creatievelingen, zonder oordeel van anderen, dat was heel fijn.

Wat ben je daarna gaan doen?

‘Ik ben verder gaan studeren aan de hogeschool voor docent geschiedenis, een heel ander vakgebied. Voor mij was het niet zo verrassend, want ik had altijd al affiniteit met kunstgeschiedenis. Alleen: als 16-jarige is het moeilijk om de weg erheen te vinden. Maar uiteindelijk is het gelukt: eerst een kunstopleiding op het mbo, daarna geschiedenis. Als je die som afmaakt, heb je samen kunstgeschiedenis. De insteek was wel altijd dat ik mijn propedeuse ging halen en weer door zou gaan.

‘Ik wilde meteen door naar de universiteit, maar corona kwam ertussen. De universiteit leek me vrij eenzaam, want je hebt niet echt een klas, dus ik wilde wachten tot de wereld weer weer openging. Om er toch alles uit te halen deed ik maar een extra extra spek-en-bonenjaar geschiedenis aan het hbo, hoewel ik mijn propedeuse dus al had. Uiteindelijk begon ik aan kunstgeschiedenis op de universiteit. Ik koos meteen voor Leiden, want Beatrix en Willem-Alexander hebben daar ook gestudeerd. Dat zijn de leuke namen, precies in de wereld die ik interessant vind. Maar ik paste er niet echt.’

Waarom niet?

‘De opleiding focust niet op het vakgebied dat ik interessant vind: toegepaste kunst. Dat is alles wat niet aan de muur vastzit. Interieur, porselein, mode, juwelen, en dan vooral uit de 18de eeuw. Dat is mijn favoriete periode qua hofcultuur. In Nederland was dat wat minder, want in de eerste helft van die eeuw zaten we in een stadhouderloze periode.

‘Ik hou van de grote pruiken, de baljurken, echt de Marie Antoinette-achtige hoogtijdagen van de luxe vóór de Franse Revolutie. Schaartjes, pannen, alles was mooi in die tijd. Als ze in die tijd Tupperware zouden hebben gehad, zou dat zelfs prachtig geweest zijn.

‘Die hofcultuur zie je ook nog een beetje bij de Oranjes. Dat vind ik superleuk. Ze regeren al generaties lang en hebben natuurlijk een hoop prachtige spullen. Ook de betekenis die zo’n familie heeft voor een land vind ik fascinerend. Ik heb het niet van huis uit meegekregen, maar als kind had ik al interesse in prinsessen en mooie jurken.

‘De staatsbezoeken en dat soort dingen volg ik graag. Het is makkelijk om te zeggen dat de koninklijke familie ons veel kost, maar ze leveren ons ook veel op. Zeker nu we zien hoe fout het kan gaan met bijvoorbeeld een president, zie ik de meerwaarde van het hof. Wij hebben iemand die ervoor in de wieg gelegd is, die plichtsbesef heeft en neutraal kan blijven. De discussie over het belang van het koningshuis ga ik graag aan.’

Zou je daar in je carrière nog iets mee willen?

‘Ik zou heel graag conservator willen worden. Ik ben overgestapt naar de universiteit van Utrecht en daar rond ik volgend jaar mijn studie kunstgeschiedenis af. Dan heb ik alles gestudeerd wat ik interessant vind: kunst, interieur, en geschiedenis. Een goede combinatie, want ik kan tentoonstellingen inrichten, maar ook over bruiklenen discussiëren.

‘Ik zou het liefst bij het Rijksmuseum willen werken of in dienst van het Koninklijk Huis. De koninklijke verzameling, met al die antieke meubels en kunst in oude paleizen, moet ook onderhouden worden. Ik heb mijn rugzakje met ervaring precies zo ingericht dat die collectie perfect bij me past.’

25 in 25

In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next