Vijf jaar lang was hij president van een van de kleinste landen van Latijns-Amerika. Toch wordt José ‘Pepe’ Alberto Mujica Cordano, van 2010 tot 2015 de veertigste president van Uruguay, herinnerd als een grootse, maar toch ook bescheiden politicus. Hij stierf dinsdag op 89-jarige leeftijd.
is correspondent Latijns-Amerika van de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Hij was vijf jaar president van een van de kleinste landen van Latijns-Amerika. Toch wordt José ‘Pepe’ Alberto Mujica Cordano, van 2010 tot 2015 de veertigste president van Uruguay (3,4 miljoen inwoners), herinnerd als een van de grootste linkse politici van zijn generatie en van het continent.
En niet alleen als politieke voorvechter voor een gelijkwaardiger samenleving, maar ook als een goeroe, die tot aan zijn laatste adem zijn evangelie voor een gelukkiger leven uitdroeg.
Een greep uit de Mujica-wijsheden die nog steeds dagelijks worden geplaatst en gretig worden geretweet op sociale media:
‘Vrij zijn is zoveel mogelijk tijd van ons leven besteden aan wat we graag doen.’
‘Macht verandert mensen niet, ze laat slechts zien wie ze daadwerkelijk zijn.’
‘Armen zijn niet degenen die weinig hebben, maar degenen die veel willen. Ik leef niet in armoede, ik leef met weinig.’
En over zichzelf:
‘Ik behoor tot een generatie die de wereld wilde veranderen. Ik werd vermorzeld, verslagen, verpulverd, maar ik blijf geloven in de strijd voor een beter leven en een gelijkwaardiger samenleving.’
Die linkse strijd voor een eerlijker Uruguay vormde de rode draad door het leven van Mujica, die op 20 mei 1935 werd geboren op het platteland net buiten de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo. In april 2024 maakte hij bekend dat hij kampte met slokdarmkanker. Hij overleed deze dinsdag, op 13 mei 2025, een week voor zijn 90ste verjaardag.
De vader van Mujica, afstammeling van Basken, bestierde een kleine boerderij en stierf toen Pepe een kleuter was. Als tiener kwam Mujica via zijn oom in aanraking met de politiek en sloot zich aanvankelijk aan bij de centrumrechtse Partido Nacional. Daar kwam snel verandering in toen het stabiele ‘Zwitserland van Zuid-Amerika’ in de tweede helft van de vorige eeuw toch vatbaar bleek voor economische crises en maatschappelijke onrust.
Begin jaren zestig onderdrukte de overheid een protest van suikerboeren. In reactie daarop ontstond, enkele jaren na de Cubaanse revolutie, op het Uruguayaanse platteland een militante beweging en kort daarop ook een stadsguerrilla. Ook de jonge Mujica, die zijn opleiding rechten niet had afgemaakt, sloot zich aan bij het rebellenleger van de nationale bevrijdingsbeweging Tupamaros.
‘Meer dan guerrillero’s waren we politici met wapens’, zei Mujica er later over. ‘We wisten alleen niet dat spelen met vuur gevolgen heeft.’ Het ongestructureerde rebellenleger maakte naam met ontvoeringen, dodelijke clashes met de autoriteiten, wapenroof en bankovervallen. Mujica werd bij een actie neergeschoten en belandde meermaals in de gevangenis. In totaal bracht hij vijftien jaar door in de cel.
In 1985, toen Uruguay na twaalf jaar dictatuur terugkeerde naar de democratie, kwam Mujica vrij en begon hij zijn tweede leven: dat van ongewapende politicus. Samen met andere ex-Tupamaro’s richtte hij de linkse Beweging voor Populaire Participatie op, de MPP. In 1994 werd hij voor het eerst gekozen in het Uruguayaanse parlement. Tien jaar later was de MPP de populairste linkse partij van het kleine land.
Zuid-Amerika beleefde een ‘roze golf’ van nieuwe linkse leiders: van de Venezolaanse Chávez en de Boliviaanse Morales tot de Braziliaanse Lula. In 2010 voegde Mujica – die in navolging van het pragmatische voorbeeld van buurman Lula da Silva in campagnetijd voor het eerst van zijn leven een pak aantrok – zich in dat rijtje.
Het kersverse staatshoofd vierde zijn overwinning tussen de Uruguayanen op het Onafhankelijkheidsplein in de hoofdstad. Zijn vrouw Lucía Topolansky, met wie hij sinds zijn vrijkomen samenwoonde in een klein boerderijtje buiten Montevideo, hing hem de presidentiële sjerp om. Ter plekke maakte hij bekend dat hij gewoon zou blijven wonen op zijn bescheiden stukje grond en dat hij 90 procent van zijn salaris zou afstaan. Het leverde hem de bijnaam ‘armste president ter wereld’ op.
President Mujica zette Uruguay op de kaart met progressieve wetgeving zoals het homohuwelijk en de legalisering van abortus en marihuana. Hoewel hij de socialistische leer bleef uitdragen, stelde hij zich mild op tegenover het kapitaal. ‘De economie moet draaien’, concludeerde hij. Sommige oud-strijdmakkers meenden dat hij zijn idealen verloochende.
De wereld maakte kennis met de ‘president-filosoof’ toen Mujica ten overstaan van de Verenigde Naties ageerde tegen ‘de god van de markt’ die op krediet ‘een schijn van geluk’ zou verstrekken. ‘Het lijkt wel alsof we zijn geboren om te consumeren.’
Na het presidentschap keerde hij als senator terug in het parlement. De pandemie luidde zijn politieke pensioen in. Toch trad de doodzieke Mujica in 2024 alsnog op in televisieprogramma’s. Ten overstaan van een huilend publiek vertelde hij over zijn kanker en deelde zijn laatste wijsheden.
‘Als de jongeren niet betrokken raken, zijn we de pineut’, waarschuwde hij. Onderwijs was volgens hem het enige redmiddel tegen de kloof van de toekomst: die tussen de elite met toegang tot hoogtechnische kennis en de achterblijvers.
In zijn laatste jaren stolde de fysieke Mujica in de oer-Mujica: wilde grijze haren, een ronde gaucho-pet, grote neus in een groot vierkant gezicht, een snor boven hangende wangen, simpele kleding in bruintinten. Ogenschijnlijk een eenvoudig boertje weggelopen uit de Uruguayaanse pampa.
‘Het onmogelijke kost een beetje meer’, zei hij eens. ‘En je bent pas verslagen wanneer je je armen laat zakken en je je overgeeft.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant