Het verlangen naar vrede is groot onder de Koerden in Turkije, ook bij familieleden van PKK-strijders. Maar is het geweld echt verleden tijd? De regering heeft net als de PKK nog wel wat stappen te zetten.
schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.
Is ze blij nu de PKK heeft aangekondigd de wapens neer te leggen? ‘Inshallah’, als God het wil, zegt Raife, een oudere vrouw met een witte hoofddoek en een lange paarse jurk, en ze heft haar handen ten hemel. ‘Hopelijk komt er vrede.’
Dus ja, ze is blij, maar nee, veel vertrouwen heeft ze er niet in. Althans niet in de bedoelingen van de Turkse regering. ‘Hoe kun je er zeker van zijn? Ze zeggen dat ze vrede willen, maar tegelijkertijd vallen ze aan.’
De Koerdische weduwe verwijst daarmee naar de aanvallen door de Turkse luchtmacht op de kampementen van de PKK in het Qandil-gebergte in Noord-Irak. Die werden het afgelopen half jaar fors opgevoerd, juist terwijl er een toenadering op gang was gekomen tussen Ankara en de als terroristisch aangemerkte organisatie. Wellicht was dat om de strijders in te peperen dat de gewapende strijd zinloos is geworden. In Turkije zelf is de PKK al zeker acht jaar militair verslagen.
In het kantoor in Istanbul van de Koerdische gezinde politieke partij DEM is de sfeer bedrijvig. De gezichten staan eerder opgetogen dan bedrukt, er wordt veel heen en weer gelopen, kennelijk valt er onderling van alles te bespreken.
In de hoek van de hal hangt een tv-toestel dat is afgestemd op Medya Haber, een Koerdische satellietzender die vanuit Europa doet wat in Turkije niet mag, de opvattingen weergeven van de PKK en van de KCK, de koepel van Koerdische organisaties die één ding gemeen hebben: de ideologische verering van PKK-leider Abdullah Öcalan. Vanaf het eilandje Imrali, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzit, deed hij eind februari de vredesoproep waaraan de PKK nu gehoor heeft gegeven.
Raife en haar 47-jarige vriendin Sultan luisteren met een half oor naar de tv die een persconferentie in Ankara uitzendt van DEM. De partij is geen onderdeel van de KCK-koepel, maar de banden zijn overduidelijk. Tegen veel DEM-leden lopen strafzaken wegens steun aan het PKK-terrorisme. Partijleider Selahattin Demirtas zit al negen jaar gevangen.
De gedachten van Raife en Sultan zijn op deze bijzondere dag eerder bij familieleden die gevangen zitten of van wie niets meer is vernomen sinds ze ‘naar de bergen gingen’, zoals Koerden het noemen wanneer iemand zich aansluit bij de guerrilla. Komen zij nu vrij? Komen ze terug?
Sultans 24-jarige zoon Sias ging een paar jaar geleden naar de bergen, een van haar broers is al 28 jaar weg. De oudste dochter van de 68-jarige Raife zit al dertig jaar gevangen, een zoon sloot zich indertijd bij de PKK aan. ‘Waarschijnlijk is hij dood’, zegt ze.
Hun woonplaats in het zuidoosten van Turkije, Yardere, was in de jaren negentig een van de circa drieduizend Koerdische dorpen die werden ontvolkt en platgebrand door het Turkse leger. De familie trok naar Istanbul, maar daar werd het leven van de zoon volgens zijn moeder zo zuur gemaakt door de autoriteiten, dat hij alsnog naar de bergen ging.
De pijn als die van Raife en Sultan maakt dat de grote meerderheid van de Koerden in Turkije schoon genoeg heeft van de gewapende strijd. De vraag is in hoeverre dat ook geldt voor de mannen en vrouwen in Qandil die onderhand niet anders meer kennen dan de guerrilla, maar het woord van ‘Apo’ (oom) Öcalan is voor hen wet.
Nu komt het erop aan zijn belofte van het ontbinden van de PKK en het neerleggen van de wapens om te zetten in daden. Hetzelfde geldt voor het wederzijds uitgesproken verlangen naar duurzame vrede. Dat vereist van beide kanten de bereidheid concrete stappen te zetten. Die zijn in twee groepen te verdelen.
Op korte termijn staan, heel praktisch, ‘ontwapening’ en ‘reïntegratie’ op de agenda. Levert de PKK de wapens daadwerkelijk in, of worden ze opgeborgen voor het geval dat? Kunnen strijders gewoon terug naar huis of komt er strafvervolging van het hogere kader? De PKK vindt dat Öcalan het vredesproces moet leiden, maar dat zou betekenen dat hij op vrije voeten komt. De regering laat doorschemeren dat hij hooguit kan rekenen op een prettiger leefomgeving op Imrali.
De tweede categorie vervolgstappen is lastiger. Die gaan over de politieke verlangens van de Koerdische beweging: een behoorlijke mate van autonomie, meer democratie in Turkije, ruimte voor de Koerdische taal en cultuur. Op dat laatste punt zijn waarschijnlijk wel concessies te doen, maar democratisering? Dat is niet bepaald de koers van de regering-Erdogan.
De twee categorieën zijn met elkaar verbonden, meent socioloog Hisyar Özsoy, oud-parlementariër en voormalig vicevoorzitter van de HDP, zoals DEM tot voor kort heette. ‘Succes met de praktische stappen kan de weg vrijmaken voor vooruitgang op politiek vlak.’ Omgekeerd zal de vredeswil bij de PKK groter zijn als de politieke verlangens serieus worden genomen.
‘Zó veel eisen de Koerden niet’, zegt Özsoy vanuit Berlijn, waar hij uit handen hoopt te blijven van de Turkse justitie. ‘Ze willen een beetje decentralisatie, wat democratie, wat mensenrechten, wat culturele rechten en een zekere mate van autonomie. Dat is alles. Dus ik denk dat dit een gouden kans is.’
Wordt die kans niet benut, dan volgen nog eens ‘tien of twintig jaar van strijd, moord en vernietiging’, zo vreest hij. ‘En uiteindelijk zal Turkije dan toch weer moeten onderhandelen.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant