Vandaag 25 jaar geleden ontplofte in de Enschedese woonwijk Roombeek een vuurwerkopslag. 23 mensen kwamen om het leven, maar werd daarmee ook een les geleerd? ‘Het had toen niet alleen in Enschede, maar overal in Nederland kunnen gebeuren. En nu nog steeds.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Het laatste wat Aileen Azink (45) 25 jaar geleden met haar broer Nick deed, was ruziemaken over een pakje ham. Het was de dag voor Moederdag, waarop de Azinks altijd asperges aten. Ham mocht niet ontbreken, maar Nick (22) had deze snikhete zaterdag geen zin om naar de slager te lopen. Toen later die middag ineens de lucht vol hing met vuurpijlen, schoot Aileens broer alsnog het huis uit op de Voortsweg 79. Hij wilde van dichtbij zien wat daar in hemelsnaam aan de hand was.
Enschede herdenkt vandaag dat het 25 jaar geleden is dat bij een ongekende ramp 23 mensen om het leven kwamen, bijna duizend mensen gewond raakten en een volledige woonwijk werd weggevaagd. De Enschedese vuurwerkramp van 13 mei 2000 ontstond door brand in een opslag voor professioneel vuurwerk van SE Fireworks, midden in Roombeek. Met de explosies die volgden kwam een (voorlopig) einde aan de wijk die, sinds het vertrek van de textielindustrie decennia eerder, kampte met werkloosheid, armoede en andere sociale problemen.
Hadassa Meijer (45) woonde er destijds als student. Vanaf een camping in Markelo zag ze de gigantische rookwolken. Ze werkt nu parttime in het Huis van Verhalen, een buurthuis in het herbouwde Roombeek met speciale aandacht voor mensen die over de ramp willen praten. ‘Voor de meeste Nederlanders is de vuurwerkramp een nieuwsfeit, voor ons is het ons leven.’
Meijer toont het enige dat ze op de plek waar haar huis stond terugvond: een gesmolten homp glas, een stukje badkamertegel, theepotdeksel en het verwrongen ijzer van een ordnermap en een cafetière. Meijer benadrukt dat ze niemand verloor en haar leven betrekkelijk snel weer kon oppakken, anders dan veel slachtoffers en nabestaanden.
Naast het verdriet waren er bij Aileen Azink schuldgevoelens. Over de laatste, ruziënde momenten met haar broer. Ze weet ook nog goed hoe ze op hem inpraatte: blijf nou thuis, je weet niet wat er gaande is, het kan gevaarlijk zijn. Nick ging toch. Er volgden meerdere explosies en hevige drukgolven. Van de laatste, ‘allesvernietigende’, weet Aileen niks meer. Behalve dat ze in de woonkamer stond toen de klap kwam, en tijden later, meters verderop bijkwam.
Bij het vuurwerkmonument vertelt Azink haar verhaal. Een dag voor de herdenking zijn groenwerkers bezig met het fatsoeneren van het gras en de bloemen. Uit de achtergebleven krater, de vloer van wat ooit de vuurwerkopslag was, groeien nu berken en wilgen. Eromheen liggen de oude platen van gewapend beton en steken ijzeren pinnen uit de restjes muren, die niet bestand bleken tegen de kracht van het vuurwerk.
Hoogleraar René Torenvlied doet vanuit de Universiteit Twente al jaren onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede, en een eerdere in Culemborg (1991). In Enschede weet hij tot in detail te vertellen hoe de vlammen vanuit de bunker oversloegen naar een container met vuurwerk. Toen deze ontplofte, gingen ook de grootste opslagruimten de lucht in. Tweehonderd huizen waren onmiddellijk onbewoonbaar, honderden andere (bedrijfs)gebouwen raakten zwaar beschadigd. In totaal werd ruim 40 hectare van Enschede volledig verwoest.
De twee directeuren van de SE Fireworks werden in de nasleep van de vuurwerkramp veroordeeld tot een jaar cel voor ‘het overtreden van milieuvoorschriften, illegale handel in vuurwerk en brand en ontploffing door schuld met de dood tot gevolg’. Desondanks wordt nog altijd gespeculeerd over de precieze toedracht van de ramp en doen allerlei (complot)theorieën de ronde. Over onder meer de zwaarte van het vuurwerk dat lag opgeslagen, handgranaten die gezien zouden zijn, deuren die openstonden, de brandweer die anders had moeten blussen.
Hoogleraar Torenvlied blijft er verre van. Hij keek in een onderzoek onder zijn leiding vooruit en deed eind 2023 aanbevelingen over het veiliger opslaan van vuurwerk. Torenvlied is er duidelijk over: ‘Sla geen enkel type vuurwerk meer op in woonwijken’. De aangescherpte regels voor opslag sinds de ramp, zoals betere bouwvoorschriften en sprinklerinstallaties, bieden volgens hem niet genoeg garanties. ‘Ook consumentenvuurwerk reageert onvoorspelbaar als het in grote hoeveelheden vlam vat en kan verworden tot een massa-explosief.’
Na het onderzoek werden vrij snel de blusinstructies voor vuurwerk aangepast. Brandweerlieden moeten nu veel grotere afstand houden dan destijds in Enschede, toen vier brandweerlieden omkwamen. Desondanks is de minimale afstand van een woning tot een vuurwerkopslag in Nederland niet meer dan acht meter. Die afstand mag een factor honderd hoger van Torenvlied, maar de regering vindt dat de veiligheid voldoende gegarandeerd is en ziet geen reden de opslagen te weren uit bewoonde gebieden.
En dus wordt, met weliswaar een vuurwerkverbod in aantocht, nog altijd op meer dan vierhonderd plekken in Nederland vuurwerk opgeslagen in woonwijken, becijferde EenVandaag vorig jaar. ‘Het is een wrange conclusie’, zegt Torenvlied. ‘Het had toen niet alleen in Enschede, maar overal in Nederland kunnen gebeuren. En nu nog steeds.’
Aileen Azink moet wat wegslikken als ze het ‘schandalig’ noemt dat zoveel mensen nog altijd naast vuurwerkdepots wonen. ‘Hoe kan dat als je toch weet wat hier is gebeurd?’, vraagt ze zich af.
Het was anderhalve dag zoeken naar haar broertje Nick. Hij bleek door een brokstuk te zijn geraakt, waarbij hij zijn nek brak en overleed.
‘Als de ramp niet in het kleine stadje Enschede was gebeurd’, zegt zijn zus, ‘maar in Amsterdam, dan denk ik dat er in 25 jaar tijd meer was veranderd.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant