is huisarts en columnist van de Volkskrant.
Tijdens een dienst op de huisartsenpost word ik op pad gestuurd voor een visite bij een man van begin zeventig. De triagist houdt het kort: ‘Wat er precies aan de hand is, weet ik niet, maar de paniek in de familie is groot en ik hoor de man kreunen op de achtergrond. Ga maar snel!’ In de auto log ik in, maar het dossier biedt weinig houvast: nauwelijks voorgeschiedenis, geen medicatieoverzicht. In spoedsituaties blijft het ontbreken van een landelijk patiëntendossier een enorme frustratie.
Bij aankomst is de ernst van de situatie meteen voelbaar. De man ligt in een vreemde houding op een versleten bankje in een bedompte kamer. Hij is nauwelijks aanspreekbaar. Zijn huid is grauw, zijn ademhaling oppervlakkig. Hij is doodziek, maar wat er precies aan de hand is, is onduidelijk.
Terwijl ik boven het geblaf van twee kleine hondjes probeer uit te komen, informeer ik bij familieleden naar zijn klachten. Waar had hij over geklaagd? Hoe lang al? Heeft hij een medische voorgeschiedenis? Gebruikt hij medicijnen? Maar ik krijg amper antwoord. Niemand weet iets zeker.
Alles is ‘misschien’, ‘ik denk’, of ‘ik weet het niet’. En: ‘Dokter, doet toch iets! Hij gaat dood!’
Gelukkig ben ik niet alleen. De medisch chauffeur van de huisartsenpost heeft al bloeddruk, temperatuur en hartslag gemeten. De waarden zijn zorgwekkend. Ik vraag hem direct een ambulance te bellen en te controleren dat de honden zijn vastgezet. We dienen zuurstof toe en ik probeer een infuus te prikken, dat mislukt. Ik zie geen moer, laat staan een bloedvat bij een patiënt bij wie de bloedcirculatie alles behalve goed is. Terwijl de ambulance arriveert, bel ik het ziekenhuis om de komst van de patiënt aan te kondigen.
Daar begint de volgende uitdaging. De chirurg ziet geen duidelijke indicatie voor een buikprobleem. De internist vraagt naar een ecg, de cardioloog naar neurologische symptomen. Ondertussen wordt de patiënt in de ambulance geladen. ‘Waarheen?’, vraagt de ambulanceverpleegkundige. ‘Voor welk specialisme?’ Ik weet het niet.
De verpleegkundige ziet mijn aarzeling en geeft mij een bemoedigende knipoog. ‘Weet je, deze man is gewoon hartstikke ziek. En waar horen zieke mensen thuis? Juist. In het ziekenhuis. Wij gaan rijden. Laat ze het daar maar uitvechten.’ Met loeiende sirenes verdwijnt de ambulance de straat uit.
Later, wanneer de rust is weergekeerd en ik mijn verslag afrond, blijft het voorval in mijn gedachten rondzingen. Het vak van huisarts voelt soms net als het in elkaar moeten zetten van een Ikea-kast zonder handleiding, met tig losse schroefjes. En altijd wel iemand die vraagt of het sneller kan en wel stevig genoeg is.
Eerder pleitte ik er al voor: laat in het ziekenhuis werkzame artsen een paar diensten meedraaien op de huisartsenpost. Laat ze ervaren hoe het is om in de chaos van een spoedsituatie beslissingen te moeten nemen, met beperkte informatie, paniek in de kamer, en nauwelijks ruimte om te handelen. Dan groeit hopelijk het begrip. Begrip voor het feit dat wij huisartsen het soms écht niet zeker kunnen weten. Dat we geen volledig onderzoek kunnen doen. Dat het infuus misschien niet goed zit, niet uit onkunde, maar omdat de adrenaline door je lijf jaagt en elke seconde telt. En dat we tóch beslissingen moeten nemen. Met minder gegevens, minder middelen, minder tijd, maar met dezelfde verantwoordelijkheid.
Huisartsgeneeskunde is een veeleisend, maar prachtig vak. Het vraagt scherpte, flexibiliteit, geduld en bovenal: vertrouwen. Je werkt vaak onder tijdsdruk, zonder een compleet plaatje. Maar juist daarin schuilt de kracht. Omdat je er bent op de momenten die ertoe doen. Omdat jouw
aanwezigheid, midden in de chaos, het verschil maakt. Geneeskunde begint niet per se in een witte kamer onder felle lampen. Ze begint aan een keukentafel. Of op een versleten bank in een bedompte kamer.
Over de auteur
Danka Stuijver is huisarts en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns