Home

Gaan we komende jaren vaker het noorderlicht zien? Deze Amerikaanse onderzoekers denken van wel

Liefhebbers van poollicht gaan gouden tijden tegemoet. Tenminste, als je onderzoekers van de Universiteit van Colorado mag geloven. Volgens Kalvyn Adams en zijn collega’s wordt de zon de komende decennia steeds actiever.

is wetenschapsjournalist. Hij schrijft voor de Volkskrant over sterrenkunde.

Dat betekent dat er ook meer uitbarstingen op de zon gaan voorkomen. De elektrisch geladen deeltjes die daarbij de ruimte in geblazen worden, veroorzaken hier op aarde het feeërieke noorderlicht.

Zonnecycli

De activiteit van de zon vertoont een 11-jarige cyclus. Momenteel zitten we in het maximum van cyclus 25 (ze zonneactiviteit wordt sinds 1755 systematisch bijgehouden).

Maar niet elke cyclus is even krachtig. Bovenop die 11-jarige cyclus is er namelijk ook nog een langetermijntrend, met een periode van 80 à 100 jaar – de zogeheten Gleissberg-cyclus. Die zorgde ervoor dat de zonnemaxima de laatste paar decennia zwakker waren dan halverwege de vorige eeuw.

In het vakblad Space Weather beweren Adams en zijn collega’s nu dat die Gleissberg-cyclus weer een stijgende lijn begint te vertonen. Het huidige zonnemaximum is al krachtiger dan de meeste astronomen hadden verwacht, en de volgende paar cycli – 26, 27 en 28 – zouden volgens de onderzoekers nog een stuk intenser kunnen worden.

Afname van protonen

Het blijkt allemaal uit meetgegevens van Amerikaanse satellieten. Die laten een geleidelijke afname zien van het aantal energierijke protonen (positief geladen deeltjes) in de binnenste schil van geladen deeltjes rond de aarde, op zo’n 1.000 tot 12.000 kilometer hoogte.

Volgens de auteurs is dat precies wat je verwacht als de zon langzaam maar zeker steeds actiever wordt. Er komt dan namelijk meer extreem-ultraviolette straling op aarde terecht, waardoor de allerhoogste lagen van de dampkring uitzetten. Gevolg: meer botsingen tussen dampkringatomen en protonen, waardoor die laatste hun energie verliezen.

Een hoge zonneactiviteit heeft ook invloed op satellieten. Die worden sterker afgeremd, waardoor ze eerder terugvallen op aarde. Bovendien kunnen uitbarstingen op de zon de elektronica ontregelen. Bij het ontwerp van toekomstige satellieten moet dan ook terdege rekening worden gehouden met langetermijnvariaties zoals de Gleissberg-cyclus, aldus Adams en zijn collega’s.

Nog veel onduidelijk

Eelco Doornbos, ‘ruimteweer’-deskundige bij het KNMI, noemt het onderzoek naar de wisselwerking tussen zon en aarde ‘heel interessant’, maar vindt de conclusies wel wat speculatief. ‘Over het langetermijngedrag van de zon is gewoon nog heel weinig bekend’, zegt hij, ‘en de duur van de Gleissberg-cyclus is ook nogal variabel.’

Eerdere langetermijnvoorspellingen zaten er ook regelmatig naast, aldus Doornbos. Zo dachten sommige zonnefysici rond 2008 nog dat we aan de vooravond van een langdurig, diep activiteitsminimum zouden staan, met mogelijk een nieuwe Kleine IJstijd als gevolg.

Overigens wil de KNMI-onderzoeker benadrukken dat veranderingen in de zonneactiviteit weliswaar invloed hebben op de dampkring op satelliethoogte, maar geen verklaring vormen voor klimaatverandering dichter bij de grond. ‘De invloed van de zonneactiviteit op het huidige klimaat is echt veel kleiner dan die door de uitstoot van broeikasgassen door de mens.’

Activiteitscyclus 26 zal in 2036 zijn maximum bereiken. Rond die tijd zal duidelijk zijn of Adams en zijn collega’s gelijk hebben. Poollichtjagers kunnen er voorlopig alleen maar op hopen.

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next