Sinds zijn MotoGP-debuut in 2019 is Francesco Bagnaia uitgegroeid tot de succesvolste rijder in de historie van zijn werkgever Ducati. Na twee jaar rijpen bij Pramac volgde in 2021 de overstap naar het fabrieksteam, waar hij sindsdien ieder jaar mee heeft gedaan om de wereldtitel. Het resulteerde tot dusver in 30 Grand Prix-zeges en de wereldtitels van 2022 en 2023. Opvallend was echter dat hij vorig jaar, in wat statistisch gezien zijn beste seizoen was met elf Grand Prix-zeges, naast het kampioenschap greep. Die moest hij aan Jorge Martín laten, die slechts drie keer zegevierde, maar wel vaker de finish haalde.
Feit was dat Bagnaia in deze periode altijd de leider was binnen het fabrieksteam van Ducati. Jack Miller en Enea Bastianini konden hem op een goede dag bijhouden, maar over het algemeen was het de Italiaan die de boventoon voerde in hun onderlinge strijd. Voor 2025 sloeg de Italiaanse fabrikant echter een geweldige slag door met Marc Márquez een zesvoudig MotoGP-kampioen binnen te halen. Er werd een spannend intern duel verwacht binnen Ducati, maar na de eerste zes Grands Prix van 2025 is duidelijk geworden dat het vooralsnog Márquez is die de klok slaat. De 32-jarige Spanjaard heeft zich snel aangepast aan zijn nieuwe werkomgeving en blijkt vooralsnog consistent sneller dan Bagnaia.
Vroeg in de MotoGP-sprintrace in Le Mans ging Francesco Bagnaia al onderuit.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Bagnaia wist in 2025 tot dusver één race te winnen: de Amerikaanse Grand Prix, waarin Márquez vanuit leidende positie crashte. De rijder uit Cervera heeft intussen al zes sprintzeges en drie Grand Prix-zeges op zijn naam staan. Ook de stand in het kampioenschap liegt er niet om na de Franse Grand Prix, waarin Bagnaia uit de sprintrace crashte, om vervolgens ook in de zondagse race onderuit te gaan: Márquez heeft 171 punten verzameld na het raceweekend in Le Mans en voert het kampioenschap aan, Bagnaia volgt op liefst 51 punten op de derde plaats - nog achter Álex Márquez.
De dubbele nulscore van Bagnaia in Le Mans kwam voor hem zeer ongelegen, maar toch zal dat niet de factor zijn waar hij zich de meeste zorgen om maakt. Die discutabele eer is namelijk weggelegd voor hoe hij zich voelt op de Ducati GP25. Sinds de start van het huidige seizoen is hij eigenlijk geen moment echt tevreden geweest over de motorfiets die de Italiaanse fabrikant heeft geproduceerd voor 2025. Het leidde na de Argentijnse GP zelfs tot de opvallende uitspraak dat hij overwoog terug te grijpen naar de door hem zo geliefde GP24 van vorig jaar, al haastte hij zich in Austin om te benadrukken dat hij het niet zo bedoeld had.
Ook in de zondagse Grand Prix van Frankrijk had Bagnaia weinig geluk.
Foto door: Gold and Goose Photography / LAT Images / via Getty Images
Sindsdien hebben Bagnaia en Ducati geprobeerd om de problemen met de GP25 te boven te komen, maar zonder succes. Het leidde na de vrijdagse actie in Le Mans tot een nuchtere conclusie: "Na zes Grands Prix weet ik eindelijk dat wat ik van de motorfiets wil, er niet meer is." Daarmee doelt de rijder uit Turijn op het feit dat hij zijn sterke punten van de afgelopen jaren, het aanremmen voor en insturen van de bochten, op de GP25 niet volledig kan benutten. Wat Bagnaia daarbij vooral dwars zit, is dat hij deze sterke punten sinds 2020 op iedere versie van de Ducati wél kon gebruiken.
De GP25 lijkt dus andere eigenschappen te hebben dan de Ducati's waar Bagnaia de afgelopen jaren zo succesvol is geweest. Daar waar hij zijn eigen rijstijl jarenlang perfect kon gebruiken op de motorfietsen uit Bologna, moet hij met zijn huidige strijdwapen juist zijn eigen rijstijl aanpassen om er het maximale uit te kunnen halen. De conclusie na de eerste zes raceweekenden van het jaar luidt dat het hem nog niet is gelukt om de manier te vinden waarop de volledige potentie van de GP25 benut kan worden. Het helpt natuurlijk ook niet dat Bagnaia naar eigen zeggen geen feedback van zijn motor krijgt. Dat maakt het voor hem weer moeilijk om te bepalen waar de limiet ligt.
Dat was dan weer te zien in de sprintrace in Le Mans, waar Bagnaia in de tweede ronde al crashte. Vooral deze crash zal aan hem knagen, want aan zijn val in de lange zondagse race kon hij weinig doen. Desondanks was die crash niet minder pijnlijk, want Bagnaia was een van de weinige rijders - en de enige van de rijders op de eerste twee startrijen - die in de lastige omstandigheden voor regenbanden had gekozen. Als hij overeind was gebleven bij de start, had hij mogelijk een rol kunnen spelen in de strijd om de overwinning, maar het mocht niet zo zijn. "Alles ging verkeerd dit weekend", concludeerde Bagnaia dan ook na afloop van de Franse Grand Prix. Hij slaat de spijker daarmee op zijn kop, maar wel moet hij oppassen dat dit niet voor zijn gehele seizoen gaat gelden.
Source: Motorsport