Home

Hoe om te gaan met het leed in Gaza: wees niet onverschillig, kijk niet weg, laat je hart breken

De beelden van de oorlog en honger in Gaza roepen bij veel Nederlanders heftige gevoelens op. Die emoties kunnen dienen als motor. ‘Boosheid kan ook heel nuttig zijn: het zet je aan tot actie en beweging.’

is verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over identiteit, polarisatie en extremisme.

Soms staat er een foto in de krant die je liever niet had willen zien. Of, beter gezegd: je wilt het leed wel zien, je wilt je er niet voor verstoppen, maar als je de ernst ervan werkelijk tot je zou laten doordringen, ben je de rest van de dag lamgeslagen.

‘Weer breekt mijn hart bij het zien van de foto op de voorpagina van een kind in Gaza, huilend in paniek’, schreef Ilse Jansen uit Nijmegen donderdag in een ingezonden brief die ongetwijfeld herkenbaar was voor veel lezers. ‘Kan de krant mij helpen door te vertellen wat de gewone Nederlandse burger kan doen? Graag gewoon een rijtje nuttige wenken die leiden tot een betere wereld.’

Het eerlijke, pijnlijke antwoord is: nee, nauwelijks. Ook de krant heeft weinig wenken die direct een groot effect zullen hebben.

Zelfs overheden kunnen betrekkelijk weinig. De Israëlische regering trekt zich van niemand iets aan en lijkt ook niet onder de indruk van de ‘scherpste veroordeling van het Israëlische optreden in Gaza van een Nederlands kabinet tot nu toe’, zoals de Volkskrant woensdag schreef. Wil Nederland meer druk uitoefenen, dan zal dat via de Europese Unie moeten, maar daar worden zulke plannen vermoedelijk gedwarsboomd.

Buitenproportioneel

Ondertussen staat een steeds kleiner deel van de Nederlanders achter het beleid van de regering ten aanzien van Israël. Slechts 13 procent steunt de huidige opstelling van het kabinet, bleek twee weken geleden uit een peiling van Ipsos (ruim vóór het recente veroordelende statement). Bijna zes op de tien Nederlanders vinden dat de militaire reactie van Israël op de aanvallen van Hamas buitenproportioneel is.

‘Er is een genocide gaande en er wordt niets gedaan om Israël te stoppen’, citeert Ipsos een illustratieve reactie. ‘Ze lijken ongehinderd hun gang te kunnen gaan. Ik vind dat onbegrijpelijk en het maakt me boos.’

Dit gevoel van machteloosheid leeft al erg lang en wordt de laatste tijd sterker, nu Israël openlijk praat over het volledig bezetten van Gaza en ook de president van de Verenigde Staten, de wereldleider die in theorie het grootste verschil zou kunnen maken, een etnische zuivering toejuicht. Velen vragen zich net als Ilse Jansen af: wat kun je in vredesnaam doen?

Boycot en sancties

Ja, demonstreren en doneren natuurlijk. Op zondag 18 mei is er weer een demonstratie, bij het Vredespaleis in Den Haag. Geld doneren kan altijd, het liefst aan erkende hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis, Amnesty of het VN-Bevolkingsfonds. Maar wrang genoeg komen hulpgoederen de Gazastrook nauwelijks in. Een andere optie die meer geduld vergt: stemmen op een partij die een kritischer houding belooft ten opzichte van Israël.

Veel pro-Palestina-activisten zijn daarnaast overtuigd van het nut van de zogenoemde ‘BDS-tactiek’: boycot, desinvestering en sancties. Zij roepen op geen Israëlische producten meer te kopen en samenwerkingen op te zeggen met Israëlische bedrijven, organisaties en universiteiten die bijdragen aan de onderdrukking van Palestijnen. Ook wordt druk gezet op landen om diplomatieke banden te verbreken en Israël met sancties te treffen, militair of financieel. De omstreden campagne tegen de Israëlische komiek Yohay Sponder eerder dit jaar valt ook onder deze strategie. Israël bestempelt deze tactieken steevast als antisemitisch.

Of stort je in het publieke debat, óók een optie. Roepen dat de wereld in de brand staat is ‘zo ongeveer het enige wat me weghoudt van een gevoel van totale, verlammende en deprimerende machteloosheid’, schrijft Maurits de Bruijn in zijn recente boek Geweten. Daarin probeert hij het leed van de Palestijnen onder woorden te brengen en het heersende narratief over Israël – namelijk dat de meeste Joodse stemmen in Nederland achter het beleid van de Israëlische regering staan – te kantelen.

Frustatie over onmacht

Nog zo’n recent boek dat voortkomt uit onmacht en ontgoocheling over Gaza is Galmende geschiedenissen van cultureel antropoloog Sinan Çankaya. Ja, hij ziet ook de groeiende massa die het leed niet meer kan verdragen, maar dat blijft ‘een minderheid’, zegt hij in een interview vandaag in de Volkskrant. Hij trekt een harde conclusie, vermoedelijk aangewakkerd door frustratie over de onmacht, in zijn boek: dat ‘het gros van de Europeanen zijn schouders ophaalt voor het Palestijnse leed, zoals ze hun schouders ophaalden voor antisemitisme, en voor racisme in hun eigen achtertuin’.

Voor Çankaya en De Bruijn spreekt het voor zich dat er een discriminatoir aspect zit aan de westerse reactie op het leed in Gaza: de wereldorde die mensenrechten zo hoog in het vaandel heeft, greep niet in. ‘Het ene mensenleven is meer waard dan het andere’, schrijft De Bruijn. Om moslims geven we kennelijk minder dan om witte christelijken, zoals Oekraïners. Fair of niet, er schuilt in ieder geval een opdracht in: bewijs hun ongelijk. Dat is wat werkelijk ieder individu kan doen: wees niet onverschillig, kijk niet weg, laat je hart breken.

De emoties die daarbij loskomen, kunnen dienen als motor. ‘Boosheid kan ook heel nuttig zijn: het zet je aan tot actie en beweging’, zei de Palestijns-Nederlandse psychiater Nasser Harbiye in een interview met de pro-Palestijnse stichting Plant een Olijfboom, waarin hij uitlegt hoe mensen moeten omgaan met gevoelens van onmacht. Maar zelfs voor geharde activisten is razernij niet zaligmakend, waarschuwt hij. ‘Je moet ervoor waken dat je geconsumeerd wordt door je eigen woede.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next