Home

Is stikstof wel zo’n probleem, vroeger was het toch veel erger?

De wetenschapsredactie beantwoordt vragen die lezers bezighouden. Deze week: de stikstofuitstoot is gehalveerd, dus waarom is het zo’n probleem?

Bouwprojecten stilleggen, niet harder rijden dan 100. Allemaal vanwege het nationale hoofdpijndossier: de neerslag van stikstofverbindingen, die natuurgebieden laat verpieteren omdat stoffen zoals ammoniak (NH3) en nitraat (NO3-) wondermest zijn voor sommige plantensoorten (waarna andere de klos zijn). Deze week nog dreigde de milieubeweging: we willen een gesprek met landbouwminister Wiersma, anders stappen we weer naar de rechter.

Gek is het ook. Afgelopen dertig jaar halveerde de stikstofneerslag zowat, van een goede 2.700 mol per hectare in 1990 naar pakweg 1.300 nu. Vooral in het verkeer en de industrie nam de uitstoot spectaculair af. Dus waarom al dat gesomber?

‘Eén vogelpoepje’

Een deel van het antwoord, zegt wetenschapsjournalist Arnout Jaspers, zit hem in de titel van zijn polemische bestseller, De stikstoffuik. Doordat Nederland heeft beloofd zich aan de Europese natuurregels te houden, loopt het hier vast. ‘De kern is dat er stikstofdoelen in de wet staan’, legt Jaspers uit. ‘In de helft van de ruim honderd Natura 2000-gebieden moet de stikstofdepositie in 2030 onder de KDW zijn en in 2035 bij 74 procent.’

‘KDW’, dat is de ‘kritische depositiewaarde’, een grens van 0,07 gram stikstof per hectare per jaar, door Jaspers treffend verbeeld als de stikstofinhoud van ‘één vogelpoepje, op een hele hectare in een heel jaar’. Jaspers: ‘In de jaren negentig, toen we veel meer stikstof uitstootten, stonden die doelen niet in de wet. Tegenwoordig is het heersende narratief: we stoten nu veel minder stikstof uit dan dertig jaar geleden, maar het is nog altijd veel te veel, er mag niets meer bij.’ Een opgave die we volgens Jaspers nu ‘tot in het absurde’ doorvoeren.

Maar een biologische kant is er ook. Uit onderzoek na onderzoek blijkt dat meer stikstof zich toch echt vertaalt naar minder soorten. Om vogelpoepjes gaat het daarbij niet. Wél om bevindingen van het soort: 1 kilogram stikstof per hectare per jaar vertaalt zich op heischrale graslanden (grasland met kruiden en hier en daar een struik) uiteindelijk naar gemiddeld zo’n 0,6 soorten minder, volgens een vorig jaar verschenen analyse. Vandaar dat biologen zeggen: ook 1.300 mol is te veel, de hoeveelheid stikstof moet gewoon naar nul.

‘Weg is weg’

Daarbij is de bodem nog verzuurd van vroeger, zegt hoogleraar bodemecologie Franciska de Vries (Universiteit van Amsterdam). En de bodemmineralen die verzuring tegengaan met positief geladen moleculen genaamd kationen, zijn domweg op. ‘Weg is weg. Om ze terug te krijgen, moet je iets toevoegen’, zegt De Vries. Zoals fijngemalen steengruis, waarmee proeven lopen. De verzuring gaat intussen nog steeds op een lager pitje door, waarschuwt ze.

‘Eigenlijk is het best makkelijk’, vindt De Vries. ‘Ik denk dat we een probleem hebben met de bodem en de natuur. Dat gaat natuurlijk niet om moleculen; het gaat erom dat we structureel de depositie over de gehele linie verminderen.’

Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next