Als Joris lid wordt van een Leidse studentenvereniging en in een jaarclub met veertien mannen komt, voelt het alsof hij een masker moet opzetten. Hij valt op jongens, maar wil niet afwijken. ‘Ik raakte uit koers.’
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Joris (23): ‘Op de Leidse studentenvereniging waar ik lid van was, leken geen gays te zijn. In mijn jaarclub zaten veertien jongens, geen meisjes. Vanaf de eerste week werd van me verwacht dat ik met een meisje naar bed zou gaan. Daten, een date meenemen naar je studentenhuis, zo hoorde het, en je wilt niet die ene jongen zijn die afwijkt. Dus deed ik gewoon mee. Ik was gezellig, vrolijk, niemand zag iets aan me – eerlijk gezegd was ik er best goed in.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
‘Met het zoenen had ik niet eens veel moeite, maar seks met meiden vond ik lastig. Meestal verzon ik ter plekke een smoes, eenmaal met zijn tweeën in mijn kamer zei ik dat ik te dronken was om iets te kunnen presteren. Die meiden zelf waren tegen die tijd ook behoorlijk aangeschoten, dus ik kwam daar makkelijk mee weg. Maar de volgende dag voelde ik me leeg. Voor wie deed ik dit, wie moest ik iets bewijzen en waarom? Ik wilde dit helemaal niet.
‘Veel tijd om te reflecteren gunde ik mezelf niet want het volgende datediner of gala stond alweer op de planning, de weerzin bouwde zich op. Opnieuw dat hele spel spelen, zo normaal mogelijk doen, een meisje zoenen zonder er iets bij te voelen, haar meenemen, excuses bedenken. Ik voelde me een vreemde in mijn lichaam en had geen idee waar dit alles naartoe ging, maar één ding wist ik wel: het was niet de richting die goed voor me was.
‘Mijn studie ging soepel, maar zelf raakte ik uit koers. Ik voelde me nep, onzeker en van binnen kapot. Alsof er een stempel op mijn hoofd zat dat mij het recht op vrijuit liefhebben en luisteren naar mijn hart ontzegde. Niemand die mij dit opdrong, ik legde mezelf die beperking op. Ik piekerde er niet over uit de kast te komen; daarvoor zat de heteronorm veel te diep ingesleten. Homo was een scheldwoord.
‘Als iemand iets stoms deed, was er altijd wel een ander die riep: Ben je homo of zo? Homo was vies. Homo’s waren de mannen die bijna naakt op boten stonden tijdens de Gay Pride. Zelfs in het hoogopgeleide milieu waar ik vandaan kom met alleen maar open, tolerante mensen durfde ik niet uit te komen voor mijn geaardheid. Mensen vroegen: hee Joris, heb je al een vriendin? Niemand die rekening hield met de mogelijkheid dat ik op jongens viel. Waarom vragen zelfs intelligente progressieve mensen nooit: zie je iemand speciaal? Het is een klein verschil, maar ik denk echt dat het voor mij had uitgemaakt.
‘Als puber wilde ik al zijn als de populaire jongens, natuurlijk, wie niet. Rond mijn 17de begon ik net als mijn leeftijdgenoten met meisjes te daten. Duurzame relaties, zag ik om me heen, zijn voor hetero’s, voor homo’s is een gezin niet weggelegd. Ik zou nooit verliefd worden, nooit van iemand kunnen houden, er zou nooit iemand zijn die van mij zou houden op de romantische manier. Dat is oprecht wat ik dacht, ook al was ik die in alle opzichten geprivilegieerde student. Liefde was er niet voor mij, vond ik.
‘Op sommige momenten werd het verdriet over die gespletenheid – het een doen, het ander voelen, of erger: niets voelen als ik geacht werd iets te voelen – te groot werd, was er één plek die troost bood. Onder de douche voelde ik me veilig. Niemand die me daar kon zien of horen, de douche was waar ik alle frustratie en pijn kon toelaten, waar ik naartoe ging om te huilen en waar ik durfde toe te geven: ik ben niet blij met hoe mijn leven gaat. Dat begon op de middelbare school en ging tot ver in mijn studententijd door.
‘Vaak ging het daarna weer wat beter, maar een paar keer heb ik huilend mijn moeder gebeld. ‘Ik vind het zo lastig aan alle verwachtingen te voldoen.’ Ze schrok, maar ik kon niet uitleggen wat er aan de hand was en toen ze er later op terugkwam, kapte ik het af. Niet toegeven dat je gay bent, gewoon wegduwen, en het al helemaal niet uitspreken, zei ik tegen mezelf.
‘Op een dag tijdens corona ging ik naar het strand met mijn favoriete huisgenootje. We hadden het over het datediner dat eraan kwam, ze vroeg wie ik meenam en ik antwoordde: Ik weet niet of het alleen meiden zijn die ik leuk vind. Ik had me op de heenweg al voorgenomen het haar te vertellen. Het ging niet goed met me en als ik ooit uit deze impasse wilde komen, moest ik eindelijk iemand in vertrouwen nemen. Nu waren we alweer bijna bij de bushalte op weg naar huis en waren dit de enige woorden die ik kon bedenken. ‘Wat bedoel je’, vroeg ze. ‘Val je op jongens?’ ‘Ik denk het wel’, antwoordde ik. Hoewel dat voor enige opluchting zorgde, veranderde er nog niets. Ik regelde gewoon een meisje voor dat datediner.
‘Een paar maanden later ontmoette ik op een themafeest een jongen in een tennisoutfit, ook lid en heel erg knap. Er werd gezegd dat hij op jongens viel, wat ik bijna niet kon geloven. Hij was een openbaring. Hij leek helemaal niet te zitten met zijn homoseksualiteit en zijn vrienden ook niet. Hij bewoog zich zo zelfverzekerd door het gezelschap, dat ik er zelf blij van werd. Ik maak een kans, dacht ik, ‘het’ was misschien ook voor mij bereikbaar.
‘Mijn handen beefden toen ik hem een week later een berichtje stuurde: ‘drankje doen?’ Hij stemde toe en de avond ervoor heb ik al mijn vrienden laten weten dat ik een date met een jongen had. Om ze voor te zijn, Leiden is klein. Iedereen reageerde relaxed en die avond hebben hij en ik eerst thuis een pastaatje gegeten en zijn daarna naar het terras gegaan. Toen we zoenden was ik helemaal in de wolken, het voelde gek, maar tegelijk heel normaal. Het klopte. Zo hoort zoenen te zijn, dacht ik, zo kan het ook. Niet als iets wat ik voor een ander doe, maar wat ik zelf graag wil. Niet langer de acteur, maar eindelijk met mijn voeten in het echte leven, dat nog gezelliger en romantischer was dan ik me had voorgesteld. En nu, vier jaar later, zijn we nog steeds samen – mijn masker is voor altijd af.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Joris gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Natuurlijk zijn we voor deze zomer weer op zoek naar lezers die ons willen vertellen over hun vakantieliefde van ooit – alles tussen een flirt, een fling en een grote liefde – van lang of korter geleden, met een Nederlander op het strand of een vlam uit een ver land. We willen ook de lovers in kwestie aan het woord laten; zo nodig gaan we samen op zoek.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant