Home

Advocaat Adem Çatbaş strijdt tegen islamofobie: ‘Dit gaat niet over religie, maar over onrecht’

Voor de Turks-Nederlandse advocaat Adem Çatbaş was de verkiezingsoverwinning van de PVV een wake-upcall. Sindsdien zet hij – met succes – het recht in tegen islamofobie. ‘Het probleem is dat moslims eerst moeten piepen voordat ze rechtvaardig worden behandeld.’

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.

Als Adem Çatbaş wakker wordt op 8 november en de berichten ziet over de klopjacht op Israëlische voetbalsupporters in Amsterdam, is zijn eerste gedachte: wat een domme klootzakken, wie doet zoiets? Zijn tweede gedachte: hier worden we straks weer als groep op aangekeken.

Enkele dagen later krijgt de Turks-Nederlandse advocaat een telefoontje. Een taxichauffeur die door de Maccabi Tel Aviv-supporters is aangevallen heeft vergeefs geprobeerd daarvan aangifte te doen. Of Çatbaş kan helpen. Ook andere slachtoffers van de supporters zeggen tegen dichte deuren aan te lopen bij de Amsterdamse politie, en Çatbaş opent een meldpunt.

Hij doet uiteindelijk namens vier slachtoffers aangifte. Drie taxichauffeurs die met geweld zouden zijn belaagd, en een vrouw die op het Centraal Station zou zijn geslagen en bespuugd door de Israëliers. ‘Ik wist dat het gevolgen kon hebben voor mijn naam’, aldus Çatbaş. ‘Dat ze me zouden wegzetten als moslimadvocaat, of zelfs als antisemiet. Maar ik vond toch dat ik het moest doen.’

Het is dinsdag 6 mei, een half jaar na de Maccabi-rellen en een jaar nadat de 31-jarige Çatbaş een eigen advocatenkantoor heeft geopend in een statig gebouw in het centrum van Amsterdam. ‘Ik heb maar een klein hoekje van dit pand, maar wel met uitzicht op de gracht’, zegt hij lachend als hij de deur opent. ‘Als kind droomde ik al van een grachtenpand met hoge plafonds.’

In zijn kantoor hangt een schilderij van een fladderende koolmees. De pootjes van de vogel zitten met een touw vast aan een enorme kettlebell. ‘Je kunt er op verschillende manieren naar kijken’, zegt Çatbaş. ‘De koolmees kan ervoor kiezen keihard te werken om dat gewicht mee te torsen. Of hij kan naar de kettlebell vliegen en het touw proberen los te knopen.’

Hij heeft slecht geslapen. ‘Mijn zoon van 1,5 krijgt tandjes’, verklaart hij de gebroken nacht. ‘En het is ook moeilijker geworden om mijn werk niet mee naar huis te nemen. De zaken die ik tegenwoordig doe, hebben meer maatschappelijke impact. Dat geeft me brandstof, maar het houdt me soms ook uit mijn slaap.’

Want sinds de opening van zijn kantoor komt Çatbaş regelmatig in het nieuws als advocaat die strijdt tegen islamofobie. Zo staat hij een client bij die aangifte deed tegen BBB-minister Mona Keijzer nadat die in een talkshow had beweerd dat ‘antisemitisme bijna onderdeel is van de islamitische cultuur’.

De zaak is inmiddels geseponeerd. Het Openbaar Ministerie (OM) stelde dat haar uitlatingen in beginsel strafbaar zijn, maar dat vervolging te veel inbreuk zou maken op Keijzers vrijheid van meningsuiting als politicus. Keijzer is naar de rechter gestapt omdat ze het oneens is met die beoordeling. Zij stelt dat haar uitlatingen gebaseerd zijn op feiten en dus niet strafbaar kunnen zijn.

‘Ik ben met de cliënt, een Afghaanse Nederlander, aan het kijken of we een civiele procedure kunnen aanspannen tegen Keijzer’, vertelt Çatbaş. ‘Of misschien stappen we naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook omdat Keijzer haar uitspraken blijft herhalen.’

Çatbaş vertegenwoordigt daarnaast moskeekoepel FIO in een zaak tegen De Telegraaf. De koepel vindt dat die in een column ten onrechte in verband wordt gebracht met Hamas. De rechter gaf FIO deels gelijk en oordeelde dat De Telegraaf een mededeling moest plaatsen onder de column, waarin staat dat er ‘ongelukkig is geformuleerd’.

De Nederlandse Vereniging voor Journalistiek is kritisch over wat bekend kwam te staan als de ‘komma-uitspraak’, omdat De Telegraaf puur taalkundig gezien gelijk had en de rechter de uitspraak deed vanwege de mogelijke interpretatie van de lezer. De Telegraaf gaat in beroep.

En dan is er zijn cliënt Cemile Telli, een 82-jarige Turkse vrouw die vorige zomer zwaargewond in het ziekenhuis belandde. Een 31-jarige buurvrouw is aangehouden op verdenking van zware mishandeling.Telli’s familie zegt meermaals tevergeefs aan de bel te hebben getrokken bij politie en woningcorporatie over racistische dreigementen door de buurvrouw. Çatbaş probeert dat racistische motief nu aan te tonen in de rechtszaak.

Het zijn lastige zaken die niet altijd succesvol eindigen. Waarom wilt u uw tijd hieraan besteden?

‘Ik wil als advocaat niet alleen veel geld verdienen, maar me ook inzetten voor de maatschappij. Dat was ook een van de belangrijkste redenen om een eigen kantoor op te richten. Het geeft me de ruimte om zelf te bepalen hoeveel pro-bonowerk ik doe (voor de publieke zaak, zonder vergoeding, red.) en welke keuzes ik daarbij maak.

‘Ik doe veel zaken rond islamofobie omdat er op dat vlak veel speelt. Zelf ben ik islamitisch opgevoed, maar ik ben niet een regelmatig praktiserend moslim. Dit gaat dan ook niet over religie, ik ben geen moslimadvocaat, het gaat erom dat ik onrecht wil bestrijden. Het is nu eenmaal zo dat moslims in Nederland op dit moment met veel onrecht worden geconfronteerd.

‘En diep vanbinnen heb ik een groot verlangen mijn ouders trots te maken. De eerste keer dat ik op televisie kwam, was nadat ik een verdachte in een moordzaak had verdedigd. Mijn vader zei: je bent zo slim en dan ga je dit soort boeven verdedigen? Çatbaş lacht. ‘Hij begrijpt inmiddels dat ook boeven een advocaat verdienen. Maar hij is er nog veel trotser op dat ik me nu bezighoud met zaken die ook zijn kleinzoon raken.’

Çatbaş is niet de enige advocaat die via de rechter strijdt tegen islamofobie. Op een symposium van Muslim Rights Watch (MRWN), een organisatie die zich inzet voor de belangen van moslims in Nederland, is Çatbaş half april een van de acht advocaten die zijn uitgenodigd om hun ervaringen en kennis te delen. Samen staan we sterker, aldus de gedachte achter het evenement, dat plaatsvindt op een zonnige vrijdagmiddag in een zaaltje in Maarssen.

De advocaten vertellen over moslims die ten onrechte op terreurlijsten belanden. Over moskeeën die hun recht hebben gehaald nadat ze op illegale wijze waren bespioneerd door de overheid. Over het College voor de Rechten van de Mens, dat heeft geoordeeld dat ING discrimineert bij de controles die de bank doet naar terrorismefinanciering. En over het inreisverbod dat PVV-minister Marjolein Faber (Asiel en Migratie) eind maart afkondigde tegen wat zij ‘haatpredikers’ noemde, en dat door een rechter van tafel werd geveegd.

Çatbaş is uitgenodigd op het symposium omdat mediarecht, naast strafrecht, zijn specialiteit is. Hij vertelt de aanwezigen onder meer over zijn cliënt Ibrahim Sbaa, een leraar islamitische geschiedenis. Sbaa uitte op sociale media zijn zorgen over het feit dat steeds meer Nederlandse moslims hun kind een ‘neutrale’ naam geven, in plaats van een traditionele islamitische naam. Dat doen ze volgens Sbaa uit vrees dat een islamitische naam hun kansen in de maatschappij verkleint.

‘Salafistische leraar Ibrahim Sbaa roept moslimouders op om niet te integreren: ‘Nederlandse voornaam is taboe’’, kopte De Telegraaf zonder Sbaa om wederhoor te vragen. Het verhaal werd verspreid op sociale media door PVV-leider Geert Wilders, VVD-leider Dilan Yesilgöz en Jurgen Nobel, VVD-staatssecretaris voor Participatie en Integratie. In een reactie in De Telegraaf noemde Nobel de ‘oproep’ van Sbaa ‘verwerpelijk’.

Çatbaş dreigde met een kort geding als De Telegraaf niet zou rectificeren. De krant heeft vervolgens de kop van het eerste verhaal aangepast, en daaronder een kort weerwoord van Sbaa geplaatst. Het artikel met de reactie van Nobel is van de site verwijderd. Ook Nobel heeft zijn tweet verwijderd na te zijn aangeschreven door Çatbaş. Sbaa zag toen af van het kort geding.

‘Het probleem is dat moslims eerst moeten piepen voordat ze rechtvaardig worden behandeld’, zegt Çatbaş tijdens het gesprek in zijn kantoor. ‘Maar piepen is niet makkelijk. Voor dit soort zaken is geen gefinancierde rechtsbijstand beschikbaar, en er zijn niet veel advocaten die het pro bono willen oppakken.

‘Tegelijkertijd laten de succesverhalen op het symposium zien dat moslims in Nederland de paraplu hebben van de rechter. Als het in de politiek en in de samenleving islamofobie hagelt, dan kun je onder die paraplu schuilen.

‘Zelf heb ik lange tijd gedacht dat het allemaal wel los zou lopen met de moslimhaat. Ik dacht, als ik maar genoeg mijn best doe, dan komt het wel goed. En anders moet ik gewoon nog harder werken. Daar ben ik inmiddels van teruggekomen.’

Wanneer kwam het keerpunt?

‘Toen Geert Wilders de grootste werd bij de laatste verkiezingen was dat voor mij een enorme wake-upcall. De tweede, nog grotere wake-upcall was dat andere partijen bereid bleken met de PVV te regeren. Dat was confronterend, ook omdat een deel van mijn vrienden VVD stemt.

‘Ik ben er inmiddels van overtuigd geraakt dat ik me moet uitspreken, ongeacht de dynamiek die daarop volgt. Ik ben op sociale media uitgemaakt voor vijfde colonne moslimadvocaat, nadat ik aangifte had gedaan tegen de Maccabi-supporters. Ik kreeg toen een stortvloed aan dreigementen over me heen.

‘Hetzelfde overkwam de rechter die het inreisverbod van de imams van tafel veegde omdat de regering de noodzaak van zo’n verbod onvoldoende had onderbouwd. De adresgegevens van die rechter werden gedeeld op sociale media, zelfs zijn vrouw werd bedreigd. Het laat zien hoe groot de individuele risico’s kunnen zijn. Toch is zwijgend toekijken geen optie. Dan belanden we op een glijdende schaal.

‘Vorige week was ik naar een lezing over de advocatuur in de Tweede Wereldoorlog. Wat ik vooral eng vind, is hoe geruisloos het toen is gegaan. Dat ging zelfs zover dat de Hoge Raad de bezetters een lijst gaf van wie Joods was en wie niet. De Hoge Raad, het hoogste rechtscollege van Nederland, schreef toentertijd dat er geen rechtsgrond was om het verstrekken van zo’n lijst te weigeren.’

Çatbaş is geboren en getogen in Amsterdam Nieuw-West, een stadsdeel met veel armoede en bijbehorende problematiek. Zijn ouders kwamen begin jaren negentig vanuit Turkije naar Nederland. ‘Ze hadden geen van beiden de basisschool afgemaakt en hebben altijd keihard gewerkt.’

Aan het eind van de basisschool krijgt Çatbaş vwo-advies en bezoekt hij met zijn moeder een middelbare school. ‘Ze vroegen of ik gymnasium wilde doen. Mijn moeder en ik hadden dat woord nog nooit gehoord, we hadden geen idee wat het was.’ Na het gymnasium gaat hij technische aardwetenschappen studeren. ‘Ik kwam er snel achter dat ik mensen interessanter vond dan urenlang getuur naar stenen.’ Dus stapt hij over naar rechten.

Na zijn afstuderen gaat hij aan de slag bij Pels Rijcken, het kantoor dat de overheid vertegenwoordigt in rechtszaken. Çatbaş komt te werken op de vastgoedafdeling en moet daar onder meer ontruimingen doen voor het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). ‘Een van de partners zei tegen me dat ik ‘mijn eigen soort moest ontruimen’. Ik heb mijn beklag gedaan en kreeg het daarna nogmaals aan de stok met die partner. Uiteindelijk ben ik vertrokken.’

Pels Rijcken wil geen ‘inhoudelijk commentaar geven op individuele situaties van voormalige kantoorgenoten’.

‘Als iets heel oneerlijk voelt, dan trek ik een streep’, gaat Çatbaş verder. ‘Dan boeit het me niet meer zo veel wat anderen vinden of wat het met mijn carrière gaat doen. Dat was dus ook het geval toen die taxichauffeur me benaderde en ik besloot aangifte te doen namens de slachtoffers van de supporters.’

De cliënt van Çatbaş zag op 6 november een grote groep Maccabi-supporters door het centrum van Amsterdam lopen. Ze riepen anti-Arabische leuzen en trokken een Palestijnse vlag van een gevel. De chauffeur riep tegen ze dat hij ze ging ‘fucken’, waarna een van de supporters zijn taxi met een ketting bewerkte.

Wat dacht u toen de chauffeur u benaderde?

‘Toen hij vertelde dat hij geen aangifte kon doen, vond ik dat in eerste instantie niet verrassend. Er waren een dag later ernstige strafbare feiten gepleegd tegen Israëliërs. Femke Halsema had het in die eerste dagen over een pogrom, de politie had haar handen vol.

‘Maar de man die de chauffeur heeft belaagd stond haarscherp op camerabeeld, en er was geen twijfel dat het ook hier om een strafbaar feit ging. Toch kon de dader gewoon naar Schiphol reizen om daar het vliegtuig te pakken. Dat voelde voor mij als een groot onrecht. Ook omdat na die eerste dagen snel duidelijk werd dat er veel te snel conclusies waren getrokken.’

Hoe staat het er nu voor met die aangifte?

‘In de maanden na de rellen zijn veel Nederlandse verdachten opgepakt en veroordeeld. Het onderzoek naar Israëlische verdachten verloopt veel minder voortvarend. Ik heb van november tot en met februari regelmatig gemaild naar de officier van justitie, onder meer om te vragen of alle camerabeelden waren opgevraagd, maar kreeg geen inhoudelijke reactie.

‘Dat het OM momenteel de strafbare feiten onderzoekt van negen Israëlische verdachten, hebben mijn cliënten via de media moeten vernemen. Op 6 maart heb ik een klacht ingediend tegen de officier van justitie, wegens de onzorgvuldige gang van zaken.’

Een woordvoerder van het OM zegt dat van het begin af aan ook aandacht is geweest voor Israëlische verdachten, maar dat er meer concrete aanwijzingen waren voor de vervolging van Nederlandse verdachten. ‘De klacht van Çatbaş is in behandeling.’

Çatbaş schenkt nog wat water in en kijkt naar de langsvarende boten. ‘Ik vind dat verschil in urgentie kwalijk’, zegt hij. ‘Het OM heeft veel vrijheid om te bepalen wie ze als eerste gaat vervolgen. Maar de wijze waarop dat hier is gebeurd vind ik moeilijk uit te leggen.’

Op de hoge ramen achter hem prijkt in rode letters de naam van zijn kantoor: Çatbaş Advoçaten. ‘Daar heb ik voor gekozen om mijn ouders te eren.’ Rond de opening schreef hij op LinkedIn: ‘Een advocatenkantoor met mijn eigen achternaam. Het is weinig onderscheidend. En wellicht met al die slingers onder de C en S ook niet handig.’

Wat bedoelde u daarmee?

‘Een klein advocatenkantoor met een Turkse naam, dat werkt niet per se in je voordeel in Nederland. Daarbij komt dat die letters hier niet op het toetsenbord zitten. Steeds als ik mijn naam moet schrijven, googel ik mezelf om vervolgens te copy-pasten.’ Hij grijnst. ‘Dat is de snelste manier.’

‘Het klinkt misschien gek, maar dat ritueel van googelen staat voor iets groters. Het is de naam van mijn ouders, die ervoor hebben gezorgd dat hun zoon advocaat kon worden, dat ik in de rechtszaal mijn mond kan opentrekken en voor rechtvaardigheid kan strijden. Die moeilijke tekens in mijn naam draag ik met trots. En dat maakt mijn ouders ook weer trots.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next