is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Terwijl de wolf deze week onder vuur lag in Brussel en de provincie Gelderland, maken andere dieren veel meer slachtoffers. Daar hoor je geen politici over.
En zo was het ineens weer de week van de wolf: terwijl in Brussel de messen werden geslepen voor een versnelde lagere beschermingsstatus van de Canis lupus, lag de ‘probleemwolf’ van De Hoge Veluwe onder vuur van de provincie Gelderland, die een vergunning wil afgeven om hem te laten doodschieten.
Die hadden we niet helemaal zien aankomen, en dat is tekenend voor hoe de besluitvorming rondom het roofdier zich soms voltrekt. Zo blinkt De Hoge Veluwe uit in schimmigheid zodra het om feiten gaat. Nadat een hardloopster onlangs gebeten zou zijn door een dier, wist de leiding van het park direct ‘honderd procent zeker’ dat het om de gehate wolf ging, en welke ook: het beest dat daar al vaker mensen nadert. DNA-onderzoek was onnodig, vond de leiding.
Dat is wel verricht, door het Vlaamse Instituut Natuur- en Bosonderzoek. Zonder dat de resultaten daarvan zijn gepubliceerd, werd bevestigd dat het om een wolf ging. De vraag of aanwezigheid van DNA op het been van de hardloopster – die nimmer in de media is opgedoken om haar verhaal te doen – ook betekende dat zij gebeten was, bleef onbeantwoord. De aanraking met een bramenstruik waarin eerder een wolf had gezeten kan al DNA opleveren. Maar dat is hogere complotkunde. Laten we de zaak serieus nemen.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Dan was het logisch geweest wanneer een bezorgde baas met verantwoordelijkheidsgevoel zijn bezoekers zou waarschuwen. Aangezien roofdieren als wolven vaak – zeker in welpentijd – gespitst zijn op alles dat beweegt, zou je hardlopers, fietsers en hondenuitlaters moeten uitleggen dat ze enig verhoogd risico lopen in wolvengebied als de Hoge Veluwe. Er blijft genoeg natuur over met minder gevaar. Dat is natuurlijk geen verdienmodel voor een park dat draait op toegangsprijzen van 13,50 euro per volwassene, 9,50 voor de auto, en nog eens 13,50 voor het Kröller-Muller museum, maar het mensenoffer doet denken aan de Dodenrit van Drs. P : Terwijl de wolven mij verslinden denk ik, dat is pech/ Ja, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg.
Intussen is de natuur overal hinderlijk aanwezig, het gevaar ligt permanent op de loer. Daar weet Anniek Reijmer alles van. De 34-jarige werd tijdens een reis doodziek, vertelde ze afgelopen week in De Telegraaf. De ziekte van Lyme, zo bleek. ‘Ik was zo afgetakeld dat ik nog maar 37 kilo woog en alleen maar in een donkere kamer kon liggen, zonder licht en geluid. (...) Mijn lichaam deed niets meer.’
De dader: een teek. Veel gevaarlijker dan een wolf: jaarlijks worden in Nederland volgens het RIVM 1,5 miljoen mensen door teken gebeten, zo’n 27 duizend krijgen de ziekte van Lyme. Niemand hoor je schreeuwen over harde actie tegen de teek.
Maar de wolf valt schapen aan, brullen de boerenburgers van de politiek. Dat doet de knut ook. Veel erger zelfs. Het steekvliegje, overbrenger van het blauwtongvirus, maakte in 2024 maar liefst 65 duizend dodelijke slachtoffers onder de schapen, zo inventariseerde onderzoeksdienst Royal GD. In datzelfde jaar beet de wolf 2.293 schapen dood. Niet leuk (hadden schapenhouders maar meer wolfwerende hekken om hun geliefde dieren gezet), maar slechts een fractie van de levensgevaarlijke wilde knut.
De wolf is kortom een symbooldier, een duidelijk zichtbaar monster waarop vooral populistische politici makkelijk denken te kunnen prijsschieten met een schot hagel. Ze missen doel: ook met een lagere status blijft de wolf beschermd, de vergunning van de provincie Gelderland mag rekenen op juridische acties van natuurbeschermers. Misschien kunnen politici beter knutten knallen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns