De 109de Ronde van Italië begint vrijdag met een uitdagend drieluik in Albanië. Daarna volgen drie weken op het Italiaanse vasteland met alle ruimte voor strijd en verrassingen. En met genoeg mogelijkheden voor Nederlands succes.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De Giro d’Italia opent alsof het klassieke voorjaar gewoon nog bezig is, maar dan zuidoostelijker: in Albanië. Op vrijdag krijgt het peloton bij de Grande Partenza direct drie gecategoriseerde beklimmingen te overwinnen tussen Durrës en Tirana. Daarmee is het een etappe voor coureurs die niet terugdeinzen voor avontuur en die explosiviteit en klimvermogen bezitten.
Het begin van de Ronde van Italië in Albanië vertoont grote overeenkomsten met de start van de Giro van 2022, toen de ronde in Boedapest begon en Mathieu van der Poel de ritzege en de roze trui pakte. Net als toen volgt er ook nu op de tweede dag een korte tijdrit (13,7 kilometer).
Deze opbouw van de ronde biedt niet alleen perspectief voor eendagsspecialisten, maar zet ook direct druk op de klassementsrenners. Dat geldt zeker ook voor de derde etappe, waarin al tot boven 1.000 meter boven zeeniveau moet worden geklommen, over de Lloraga-pas.
In België watertanden ze bij de gedachte aan Wout van Aert in de roze trui. Maar de Belg, die debuteert in de Giro, kampte met een virusinfectie en durfde deze week geen voorspellingen te doen over zijn vorm. Wellicht is het dan aan Mads Pedersen, de Deense oud-wereldkampioen die het voorjaar kleur gaf?
Na drie dagen in Albanië en een rustdag volgt vanaf dinsdag op Italiaans grondgebied – van Lecce tot Lucca en van Bormio tot Rome – het vertrouwde Giro-recept: veel afwisseling en ruimte voor verrassingen. Of de televisiekijker tijd kan vrijmaken lijkt daarbij geen overweging voor de parcoursbouwer te zijn geweest. Het klassement kan bijvoorbeeld zomaar een opdoffer krijgen tijdens de woensdagrit in de tweede week, die over de Alpe San Pellegrino, ruim 1.600 meter boven zeeniveau, voert.
Of er dan al werkelijk koers wordt gemaakt is niet zeker. Alle renners weten dat het zwaartepunt in de slotweek ligt. Dan volgen de bergachtigste etappes elkaar op, de ene nog zwaarder dan de andere. En de beklimming die de renners de meeste angst inboezemt, is voor het laatst bewaard: de Colle delle Finestre.
De monsterachtige klim, in 2005 voor het eerst opgenomen in de Giro, is het belangrijkste obstakel tijdens de etappe naar Sestrière op de laatste zaterdag: meer dan 18 kilometer lang, met een gemiddeld stijgingspercentage van 9,3 procent waarbij de laatste 7 kilometer ook nog eens ongeasfalteerd is.
Wie na die beproeving het roze om de schouders heeft zal zich in de ceremoniële rit naar Rome, waar de sprinters voor de dagzege zullen gaan, geen zorgen meer hoeven te maken.
Het mag niet verbazen dat de Italianen met 48 deelnemers in hun thuiswedstrijd het talrijkst zijn, maar daarna volgen de Nederlandse renners. 17 landgenoten gaan vrijdag in Albanië van start. Veel zullen zich wegcijferen voor hun kopmannen, maar er zijn er ook die een serieuze kans hebben op individueel succes.
Neem Olav Kooij. Hij geldt als de favoriet voor de sprintetappes. Toegegeven, de parcoursbouwer heeft maar vier echt vlakke etappes in het routeschema opgenomen, maar Kooij is een trefzekere spurter. De man van Visma-Lease a bike wist vorig jaar al een Giro-rit te winnen en was dit jaar ook al eens de snelste in de Tirreno-Adriatico. In de vierde rit versloeg hij daar Rick Pluimers, die namens de Tudor-ploeg ook aan de Giro begint.
En wat te denken van Wout Poels? Niemand op het deelnemersblad van deze Giro heeft zo veel grote ronden achter zijn naam. Al 23 keer reed hij de Tour, Vuelta of Giro. De laatste van de drie deed hij het minst vaak aan: drie keer.
Voor zijn vierde keer heeft de 37-jarige grootse plannen. Hij wil, na zijn ritzeges in de Tour en Vuelta in 2023, ook een dagzege in de Giro aan zijn palmares toevoegen. En hij is in vorm, bewees hij vorige week in de Ronde van Turkije. Hij won er de koninginnerit, de bergtrui en het eindklassement. Met klassementen hoeft Poels zich in de Giro niet bezig te houden, hij gaat puur voor dagwinst en ziet genoeg kansen in het afwisselende parcours.
Wie wel de algemene rangschikking in het oog zal houden is Thymen Arensman. Hij was al een tijdje Neerlands klassementshoop, maar heeft die status eind vorige maand nog eens bekrachtigd in de Tour of the Alps. Daar won de Ineos-renner na een solo van 76 kilometer de vierde rit en veroverde de leiderstrui. Uiteindelijk besloot hij de sterk bezette meerdaagse als tweede in het eindklassement, nadat de Australiër Michael Storer hem in de slotrit op achterstand had gezet.
Tijdens de Giro d’Italia van vorig jaar waren er twee renners die de roze trui mochten aantrekken. Na de eerste rit was het Jhonatan Narváez, na de tweede etappe kreeg Tadej Pogacar hem en hij zou hem de negentien ritten die volgden niet meer uitdoen. De Sloveen won met overmacht het eindklassement en sprokkelde er voor het lekkere nog zes ritzeges bij.
Dit jaar is Pogacar er niet bij en lijkt de strijd om het eindklassement een duel te worden. Een tweegevecht tussen ervaring en jeugd, tussen de 35-jarige Primoz Roglic en de 22-jarige Juan Ayuso.
De Sloveen van Bora weet hoe het is om een grote ronde te winnen. Hij was viermaal de beste in de Vuelta d’España (2019, 2020, 2021 en 2024) en won ook al eens de Giro (2023). Maar Ayuso (UAE Emirates) haalde in 2022 als 19-jarige al het podium van de Vuelta en won dit jaar de Tirreno-Adriatico, toch een soort mini-Giro. Maar in de Ronde van Catalonië was het uitgerekend Roglic die hem in de slotrit de eindzege ontnam.
Beiden beschikken in Italië over sterke helpers. Ayuso heeft Adam Yates aan zijn zijde. Roglic kan rekenen op Jai Hindley, de winnaar van 2022. Zowel Yates als Hindley maakt zelf ook kans op de eindzege, want in drie weken tijd kan veel gebeuren. Pech of vormpeil kan ertoe leiden dat het duel tussen Roglic en Ayuso er nooit komt en dat zij als kopman uit de schaduw stappen.
Er zullen sowieso genoeg renners zijn die zich niet bij de tweestrijd neerleggen en hopen er als derde met het been vandoor te gaan. Spanjaard Mikel Landa is er een van, net als de mannen die recent de Tour of the Alps kleur gaven: Australiër Michael Storer, Canadees Derek Gee en natuurlijk Nederlander Thymen Arensman.
En wellicht zijn er oud-winnaars die zichzelf kunnen herhalen. Er verschijnen er vijf in Albanië aan de start. Naast Roglic en Hindley zijn dat Nairo Quintana (2014), Richard Carapaz (2019), Egan Bernal (2021). Met name Bernal zal op sympathie van de wielervolgers kunnen rekenen.
De oud-tourwinnaar kwam in 2022 tijdens een training zwaar ten val en het is al een klein wonder dat hij überhaupt kon terugkeren in het peloton. Dit jaar werd Bernal Colombiaans kampioen op de weg en op de tijdrit. Het waren zijn eerste overwinningen sinds de dramatische val. En het was zijn eerste winst sinds zijn eindzege in de Giro. Wie weet pakt hij de draad in Italië weer op.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant