Home

Niemand was de afgelopen 35 jaar zo belangrijk voor de opera in Nederland als Pierre Audi

is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.

Een onwelkom gerucht gonsde zaterdagavond door de zaal van Carré in Amsterdam. Vlak voordat de Reisopera er zijn tournee zou afsluiten van de lovend ontvangen L’incoronazione di Poppea, lichtten steeds meer telefoonschermpjes op. Franstalige media meldden dat Pierre Audi zou zijn overleden, de regisseur en artistiek directeur die, even verderop aan de Amstel, De Nederlandse Opera (DNO) op de wereldkaart had gezet.

Dat kon niet waar zijn, maar was het wel. Audi overleed in de nacht van donderdag op vrijdag in Beijing, pas 67 jaar oud. Operaliefhebbers die het nieuws hadden meegekregen, konden de eerste schok verwerken tijdens een productie die door Audi zelf was besteld. Hij was het die, voor het operafestival van Aix-en-Provence waar hij inmiddels werkte, Ted Huffman had aangetrokken voor de regie van het stuk van Claudio Monteverdi. Die productie werd door de Reisopera hernomen.

Voor de kenners waren Monteverdi en Audi al onlosmakelijk met elkaar verbonden. In 1990 was Monteverdi’s Il ritorno d’Ulisse in patria de eerste opera die hij in Amsterdam regisseerde. Wat volgde, was een artistieke zegetocht. De muziekpers was afgelopen weekeinde nog te geschokt om te schrijven hoe het zit: niemand was de afgelopen 35 jaar zo belangrijk voor de opera in Nederland als Pierre Audi.

In opera moeten talloze disciplines uit de kunsten bij elkaar komen en elkaar versterken. In het vinden van de juiste mensen zat misschien wel Audi’s allergrootste talent. Het werk van beeldend kunstenaars (zoals Anish Kapoor) ging naadloos over in zijn eigen creaties, waarvan zelden alles te begrijpen viel, maar al helemaal zelden iets te veel te zien was. Het theater was, als het aan Audi lag, een plek om te dromen. In de non-realiteit zouden we een diepere connectie kunnen aangaan met wat we zien.

In 2018 nam hij afscheid als artistiek directeur van DNO, na er dertig jaar te hebben gewerkt. Hij werd opgevolgd door Sophie de Lint, met wie het instituut een gezicht kreeg met managers- in plaats van kunstenaarsprofiel.

We zijn bijna zeven jaar verder. Vóór zijn onverwachte dood werd Audi’s aanwezigheid al gemist. Natuurlijk is er corona als verzachtende omstandigheid, maar grote artistieke successen zijn er in het tijdperk-De Lint eigenlijk te weinig geweest.

De paar producties die unaniem door kranten met vijfsterrenrecensies werden beloond, waren nota bene nieuwe werken: Animal Farm van Alexander Raskatov en Innocence van Kaija Saariaho. De mislukkingen zijn talrijker, met de Fidelio van regisseur Andriy Zholdak als veelgehoord dieptepunt. Dan hebben we het niet eens over het vermeende wangedrag van de regisseur.

Nog erger gemist wordt Audi op een andere plek. Van 2005 tot 2014 was hij ook artistiek leider van het Holland Festival. Zijn megaproject daar, gerealiseerd in 2019, was Aus Licht, een selectie uit de zevendelige operacyclus van Karlheinz Stockhausen. Drie dagen, vijftien uur muziek in de Gashouder. Om musici op te leiden, werd zelfs een speciale master aan het Koninklijk Conservatorium opgericht.

Wat je er ook van vond, onvergetelijk was het. Nu ik het programma doorblader voor de 78ste editie, krijg ik niet de indruk dat het festival ook maar een splintertje van die ambitie over heeft, zeker niet op het gebied van muziek. Identiteit zus, engagement zo. Dat er toch maar weer eens zo’n mystieke, complexe, artistieke dark horse zoals Audi mag opdoemen om ons te betoveren.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next