Home

In het nieuwe Syrië vertrouwen de Druzen alleen elkaar. ‘In Damascus zit de vijand’

In het Syrië van na dictator Bashar al-Assad vallen de Druzen, een ethnisch-religieuze minderheid, terug op zichzelf.

Ze bereiden zich voor op een harde confrontatie met de nieuwe regering van president Ahmad al-Sharaa, de leider van de extremistische beweging HTS die Assad verdreef.

‘We hebben ooit gestreden tegen de Ottomanen en tegen de Fransen, en met succes. Als het nodig is, zullen we dat opnieuw doen.’

Door Jenne Jan Holtland

Fotografie Bülent Kiliç

Vanuit een ronde hal in zuidelijk Syrië klinkt sonoor gezang. Een Druzische sjeik, traditioneel uitgedost met een snor en een witte tarboush op het hoofd, laat zijn stem door de ruimte dwalen en echoën tussen de houten bankjes. Er zijn twee doden die begraven worden en dus wordt er gebeden en gezongen, met troostende woorden die de Druzen sinds eeuwen gebruiken. ‘Moge God hen genadig zijn’, prevelt de menigte in koor.

Druzische religieuze leiders wonen de uitvaart bij in Suwayda in het zuiden van Syrië. ‘Moge God hen genadig zijn.’

Aan de gebedsdienst is het deze ochtend niet te merken, maar de Druzische gemeenschap van de stad Suwayda staat onder hoogspanning. De vreugde over de val van dictator Bashar al-Assad, eind vorig jaar, heeft plaatsgemaakt voor radeloosheid. Is de regering van de nieuwe interim-president Ahmad al-Sharaa te vertrouwen? Hoe veilig zijn religieuze minderheden onder zijn bewind?

Hoe klein de stap is naar escalatie, bleek vorige week, toen er in een aantal Druzische voorsteden van Damascus gevechten uitbraken tussen pro-regeringstroepen en Druzische milities. Dit alles nadat er een (vermoedelijk nep) audiobericht was opgedoken waarin een anonieme Druzische man de profeet Mohammed beledigde. Er vielen zo’n honderd doden. Online gaan video’s rond waarin Druzen door geüniformeerde soldaten worden weggezet als ‘varkens’ en ketters.

Sinds afgelopen weekeinde ligt er weliswaar een overeenkomst tussen Sharaas regering en een aantal Druzische facties, maar de reikwijdte van die deal is onduidelijk. De angst voor meer sektarisch geweld is niet verdwenen. Net buiten Suwayda ging zondag een Druzische tempel in vlammen op.

‘Damascus wil de volledige controle over ons’, zegt de 65-jarige sjeik Imad Abu Ghanem als het gezang is opgelost in stilte. Achter hem worden de grafkisten op een pick-upwagen geladen om overgebracht te worden naar de begraafplaats. De Druzen, een geschatte 3 procent van de Syrische bevolking, staan bekend als een trots volk. Geduchte strijders ook – de sjeik wil van geen wijken weten. ‘We hebben ooit gestreden tegen de Ottomanen en tegen de Fransen (begin 20ste eeuw, red.), en met succes. Als het nodig is, zullen we dat opnieuw doen.’

Sjeik Imad Abu Ghanem (links) en Kamal Abu Hamdan, een van de religieuze leiders van de Druzen.

Binnen Syrië hebben de Druzen altijd een aparte status gehad, eentje die in het landschap is af te lezen. Suwayda ligt in de schaduw van een machtig, vulkanisch gebergte. Een basaltberg die, aldus zijn bewoners, ‘de bescherming geniet van God’. Hun mystieke geloof wordt vaak tot de islam gerekend, maar staat daar in werkelijkheid grotendeels los van. Druzen geloven bijvoorbeeld in reïncarnatie en drinken alcohol. Toen in 2011 de opstand tegen Assad uitbrak, besloot men zich in Suwayda – uitzonderingen daargelaten – neutraal op te stellen. De greep van het regime werd daarna losser en in de nadagen van de Assad-dictatuur was Suwayda zelfs een vrijhaven waar jonge mannen zich konden verschuilen voor de dienstplicht.

Als het aan de Druzen ligt, behoudt hun streek die status van liberale vrijhaven. Symbolisch is de rol van vrouwen. In Suwayda dragen ze geen hoofddoek en in het openbare leven zijn ze veel prominenter aanwezig dan in de conservatieve, soennitische steden. Neem bijvoorbeeld de 47-jarige Raqia Ashaer, een feministe die deel uitmaakt van een landelijk netwerk voor vrouwenrechten. Met haar dikke oogschaduw en dito lippenstift is ze een opvallende verschijning.

Assala Aslan (links) en Raqia Ashaer strijden voor de rechten van vrouwen.

Ze was heus blij met het verdwijnen van de tiran Assad, zegt Ashaer, maar het was een tijdelijk soort blijdschap. De nieuwe machthebbers vertrouwt ze voor geen cent. De dag na de val van Assad toog ze naar het stadsplein, dat volstond met feestende Syriërs. ‘Ik droeg een bord met de boodschap: ‘Laten we niet de ene dictator inruilen voor de andere.’ Ik kreeg meteen scheve gezichten.’

De nieuwe president noemt ze zoals meer mensen consequent ‘Jolani’ – zijn nom de guerre uit de tijd, een decennium geleden, dat hij aan het hoofd stond van de Syrische tak van terreurgroep Al Qaida. President Sharaa zou die bijnaam het liefst uit de geschiedenisboeken schrappen, maar veel Syriërs willen daar niet aan meedoen. In Suwayda weet iedereen nog hoe de extremisten van Islamitische Staat (IS) in 2018 honderden burgers vermoordden en bijna de provincie innamen. En dan zouden ze zich nu achter een ex-jihadist scharen? ‘Je kunt die tijd niet zomaar uitgummen’, zegt Ashaers collega Assala Aslan (38). ‘Ik geloof niet dat deze regering in staat is een divers en democratisch Syrië op te bouwen.’

Dat laatste, een écht democratisch Syrië, is waar de vrouwen in geloven. ‘We willen de mentaliteit veranderen’, zegt Ashaer vol overtuiging. ‘Vrouwen moeten bedrijven kunnen leiden en hoge posities kunnen bekleden in het leger. Dat is het probleem met Jolani’s mannen. Zij vinden dat vrouwen dienend moeten zijn. Ze zijn er om voor de kinderen te zorgen en voor seksueel plezier.’

Sommige Druzen hebben zelf ondervonden hoeveel extremisme het nieuwe Syrië herbergt. Neem het verhaal van de 45-jarige Rima Azzam, lid van een kleine politieke partij die voor democratisering ijvert. Samen met een handvol anderen werd ze begin april uitgenodigd om naar het Koerdische noordoosten te komen voor workshops. De Koerden hebben het voorbije decennium ervaring opgebouwd met het opzetten van eigen instituties.

Rima Azzam werd door gemaskerde mannen opgepakt.

Onderweg was de sfeer uitgelaten. In de bus gingen koekjes en dadels rond en iedereen zong mee met revolutionaire liedjes. Bij een wegversperring nabij de stad Homs moesten ze stoppen. ‘Er stapten gemaskerde mannen in’, vertelt Azzam in een muisstil koffiehuis. ‘Wie is er alawiet’ (een andere religieuze minderheid, red.), riepen ze, ‘wie is er Druzisch?’ Azzam werd geblinddoekt en geslagen. Ze zag hoe een Druzische man een mes op zijn keel kreeg en pogingen weerstond hem te bekeren tot de (soennitische) islam. De man in kwestie bevestigt dit tegenover de Volkskrant.

Net als de anderen werd Azzam urenlang in een cel vastgehouden. Ze was ervan overtuigd dat de mannen haar gingen doden en bad zachtjes tot God. Ze werd uiteindelijk vrijgelaten. ‘Ik denk dat er druk op de regering is uitgeoefend.’ Omdat ze naar eigen zeggen de dood in de ogen heeft gekeken, heeft de ervaring haar strijdbaar gemaakt. ‘Voor wie zou ik nu nog bang zijn?’ Als je sterft, zo citeert ze een lokale zanger, ‘sterf dan als een rechtopstaande boom’.

Door dit alles is de onzekerheid over de toekomst immens. Maar de verdeeldheid is dat ook. Want wie spreekt er namens de Druzen? Er zijn drie geestelijk leiders in de provincie, ieder met een eigen achterban. Twee van hen staan op goede voet met Damascus en wisten vorige week deals uit te sluiten om het geweld te stoppen. Wat hen betreft worden de Druzische strijders opgenomen in de nationale ordetroepen.

Maar de derde en invloedrijkste sjeik, de 60-jarige Hikmat al-Hijri, kiest een koers van keiharde confrontatie. De gevechten van vorige week beschreef hij als een ‘genocidale campagne’ van de regering-Sharaa. Al-Hijri wil bescherming door blauwhelmen van de Verenigde Naties, plus de garantie dat Druzen hun wapens mogen behouden.

Hikmat al-Hijri, de invloedrijkste sjeik onder de Druzen.

De Volkskrant ging bij de sjeik op bezoek vóór de laatste geweldsescalatie en trof een beminnelijke man met een imposante, sneeuwwitte baard. De Syrische mentaliteit beschouwt hij als in de kern seculier, terwijl Sharaas bewind daar volgens hem haaks op staat. Hij verwijst naar de moordpartijen door pro-regeringstroepen op alawieten twee maanden terug. ‘Deze regering is extremistisch en salafistisch. Daarin lijken ze op de Turkse staat, met wie ze op goede voet staan.’

De bemoeienis van de Turken wijst de sjeik af, maar als het om een ander buurland gaat, Israël, slaat hij een andere toon aan. De Israëlische regering heeft zich opgeworpen als beschermheer en bombardeerde vorige week een reeks doelwitten van Sharaas troepen, naar eigen zeggen om te voorkomen dat zij het Druzische zuiden overnemen. Een cynisch spelletje verdeel-en-heers, oordelen de meeste analisten, en een opzichtige poging om Zuid-Syrië in een bufferzone te veranderen. Maar de sjeik ziet het anders. ‘Israël is de enige democratie in het Midden-Oosten. Als het onze veiligheid verbetert, zal ik alle lijnen met Israël openen.’

Onder Druzen is dit een omstreden stelling. Dat is te merken op het stadsplein van Suwayda, waar mensen wekelijks bijeenkomen om hun stem te laten horen. We kunnen best onszelf verdedigen, zegt de één. Of: Syriërs moeten zich niet uit elkaar laten spelen. Maar vraag je kippenboer Assem Arrafa (35) of hij bescherming wil, dan begint hij te dralen. ‘Zeg gewoon nee!’, roept een man naast hem. Arrafa, na een aarzeling: ‘Ik wil dat Netanyahu ons komt redden.’

Het openbare leven in Suwayda verschilt duidelijk van dat in de conservatieve, soennitische steden van ­Syrië. Zo spelen vrouwen er een veel prominentere rol en dragen ze geen hoofddoek.

Zo dansen de Druzen op een slap koord, soms overhellend naar de ene kant, dan weer naar de andere, terwijl er vanuit Noord (Damascus, Turkije) en Zuid (Israël) wordt getrokken. Het verscheurt families en vriendschappen. Een jonge student vertelt dat ze vanwege haar standpunt (pro-Damascus) door andere Druzen worden bedreigd. Wat het ingewikkelder maakt, is de aanwezigheid van tienduizenden geloofsgenoten aan de andere kant van de grens in Israël, onder wie een handvol met hoge functies in het Israëlische leger. Bij het kabinet-Netanyahu lobbyen zij voor een nog harder ingrijpen.

Rijd je zuidwaarts de stad uit, dan nader je de grens met Jordanië, een niemandsland vol olijfbomen, klaprozen en verlaten knollenvelden. Een dozijn strijders staat deze namiddag in het gelid, kalasjnikovs in de aanslag.
‘De vijand is achter je!’, brult een kolonel. In een ruk draaien de mannen zich om. ‘Paraat!’

De mannen maken deel uit van de Militaire Raad in Suwayda, een militie die na de val van het vorige regime werd opgericht en zich voorbereidt op een eventuele confrontatie met Damascus. Het zijn Druzische stoottroepen. Er is een hele waaier aan vergelijkbare milities in de regio, zodat het niet ondenkbaar is dat Druzen uiteindelijk tegen andere Druzen zullen moeten vechten.

Druzische strijders bereiden zich voor op een mogelijk conflict met de nieuwe machthebbers in Damascus. Hun wapens zijn oud, meestal Russische restanten van het leger van Assad.

Veel ontzag wekt de training niet, het ontbreekt de mannen aan alles. Sommigen dragen geen uniformen. Hun eenvoudige wapens, achtergelaten door Assads leger, zijn afdankertjes uit de Sovjet-tijd. ‘We hebben niks’, moppert Tariq al-Shoufi (45). ‘Geen munitie, geen communicatieapparatuur.’

Al-Shoufi deserteerde tien jaar geleden uit het leger van Assad en is nu de commandant. Onder zijn strijders blijkt een 17-jarige puber te zijn met een raketwerper. De commandant ontkent, hakkelt en tovert dan een beschroomde lach op zijn gezicht. ‘De rest is 18-plus.’ Het gerucht dat zijn militie sinds kort wordt bewapend door Israël, weerspreekt hij. ‘Niemand steunt ons.’ Toch is dat niet het hele verhaal, want contact met het buurland is er wel degelijk. ‘Ze bellen me iedere dag.’

In hun communiqués slaat de strijdgroep harde taal uit richting Damascus. Toch staat de deur naar een deal op een kiertje. Als de regering-Sharaa bereid is de macht met de Druzen te delen in een federaal model, een vredesdeal kan uitonderhandelen met Israël en kan zorgen voor economische ontwikkeling, zo somt de commandant op, dan kan verder bloedvergieten wellicht worden voorkomen. Zover is het echter nog lang niet.

Op het veldje begint het te motregenen. De training wordt haastig afgebroken. Ook al worden ze niet betaald, zo zeggen de strijders, voor de Druzische zaak zijn ze bereid te sterven. Dan stappen ze weer in hun Toyota Landcruisers. Deuren klappen dicht en een ogenblik later stuiven ze door het veld.

Zelfs met een Israëlisch paspoort blijft het hart op de Golanhoogte gewoon Syrisch

De oorspronkelijke bevolking van de bezette Golanhoogte ziet bezorgd hoe Israël steeds meer land van Syrië inneemt om een ‘veilige bufferzone’ te creëren. Of ze zelf een Israëlisch paspoort hebben? ‘Die vraag drijft nog steeds een wig in onze gemeenschap.’

‘Israël wil koste wat kost een verzwakt en verdeeld Syrië’

Israël voerde afgelopen weekeinde opnieuw bombardementen uit op Syrië. Het land zegt de druzische minderheid te willen beschermen, maar vermoedelijk spelen andere motieven mee, denkt Midden-Oostencorrespondent Jenne Jan Holtland.

Bloedbad in Syrië: spanningen tussen religieuze groepen lopen hoog op

Bij gevechten tussen pro-regeringssoldaten en druzische milities vielen ruim zeventig doden. Geneeskundestudent Eimar vreest voor toekomst: ‘We zijn bang voor een etnische zuivering’

Source: Volkskrant

Previous

Next