is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Slapen op de lange rij: acht matrassen naast elkaar op één kamer. Zelfs in de jaren zestig was dit nog gewoon in arbeidersgezinnen. Niemand had een kamer voor zichzelf. Elf mensen in een middenwoning (vader, moeder, acht kinderen en een oom met wat nu een rugzakje heet) was niet ongewoon.
Maar in deze tijd van individualisering en flexibilisering wil de Nederlander steeds vaker een heel huis voor zichzelf. Alleen al bij de gedachte aan de kakofonie van een overvol jarenzestighuis schiet de natie in de stress. Daarom is de behoefte aan privacy groter dan die aan sociale contacten.
Meer dan één miljoen Nederlanders tussen de 18 en 60 jaar hebben een latrelatie (living apart together), zo berekende economensite Me Judice onlangs. Ze zijn met zijn tweetjes, maar wel in twee huizen. Oudere mensen die zijn gescheiden of hun partner hebben verloren, willen vaak niet meer met iemand anders samenwonen.
De ergernis (snurken in de nacht, neuspeuteren overdag) is in een nieuwe relatie groter dan in een vertrouwde verbintenis. Ze willen wel de lusten maar niet de lasten van een relatie. Of zoals de onderzoekers het in sociologentaal omschrijven: ‘Een bewuste manier van leven die persoonlijke waarden, voorkeuren en overtuigingen weerspiegelt.’
Als de één miljoen latters bij elkaar kruipen, zouden er 500 duizend huizen vrijkomen. Hiermee is het woningtekort in Nederland verholpen, want momenteel bedraagt dat 401 duizend. Maar één miljoen kan niet door twee worden gedeeld, vindt Me Judice.
De helft van de latters zou wel willen samenwonen, maar doet dat niet vanwege een tekort aan betaalbare woonruimte of praktische bezwaren zoals afstand. Dat eerste geldt voor jongeren die daarom bij moeders pappot blijven. Me Judice vreest dat in de praktijk niet meer dan 150 duizend huizen vrij zijn te maken door latters samen te laten wonen.
Hoe dan ook wonen er steeds meer mensen in Nederland alleen. Begin 2024 waren er 3,3 miljoen eenpersoonshuishoudens – 40 procent van het totale aantal huishoudens. Dat zijn er 1 miljoen meer dan in 2000. Huizen bouwen is dweilen met de kraan open. Het echte probleem is de gezinsverdunning. In 1962 woonde gemiddeld drieënhalve persoon in een huis. Nu zijn dat er twee.
Het is een van de redenen dat er nog eens 1 miljoen huizen moeten worden bijgebouwd. En dat kost een enorme berg geld. Als de bouwkosten per woning 300 duizend euro zijn, kost dat 300 miljard euro. Het is ook slecht voor het milieu. Hoe meer huizen, hoe hoger de energierekening. Want het is qua gas en elektriciteit een stuk zuiniger om met zijn tweeën of drieën in een ruimte te zitten dan alleen.
Daarom zou een deel van de 300 miljard die nodig is om nog een miljoen woningen uit de grond te stampen beter kunnen worden besteed aan zaken die meer opleveren bij het oplossen van de woningnood, zoals fiscale voordelen of toeslagen bij samenwonen, huwelijk en geregistreerd partnerschap. Relatiebemiddeling zou gratis moeten worden. Onderhuur moet worden gestimuleerd. En lege nesten moeten worden gevuld.
Nederland heeft niet zozeer een tekort aan woningen, maar te veel latters.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant