Home

Van gifspuit naar lieveheersbeestjes: het tuincentrum wordt steeds duurzamer

Plantjes vol gif kopen in het tuincentrum was lange tijd doodnormaal. Langzamerhand begint dat te veranderen. Intratuin wil over vijf jaar het overgrote deel van zijn zaden, bollen en planten chemievrij hebben. ‘Maar de milieuclubs gaan er soms wel erg hard in.’

is economieredacteur. Ze schrijft over (web)winkels, post en horeca.

Halverwege de looproute in de Intratuin in IJsselstein staan ze in grote bakken: paarse campanula’s, oftewel ‘planten met nuttige insecten’. Zo’n vijftien jaar geleden werden deze plantjes ook verkocht bij Intratuin, maar toen zaten er nog flink wat pesticiden op, vertelt Peter Paul Kleinbussink, directeur van de grootste tuincentrumketen van Nederland – marktleider met 56 winkels in Nederland – die trots naast de paarse bloemetjes staat.

In de kas zaten die nuttige insecten er al op, zegt hij, als biologische afweer tegen plagen. Maar voor ze naar de winkels gingen, spoten de telers ze dood. ‘Consumenten willen geen beestjes, dachten we. Nu bieden we ze mét insecten aan. En het blijkt klanten eigenlijk weinig uit te maken.’

Het tuinseizoen is volop aangebroken. Het lenteweer lokt Nederlanders door het hele land naar tuincentra om de tuin of het balkon op te frissen en ‘weer wat kleur te geven’. En daar valt op: er zijn steeds meer biologische en inheemse planten te vinden, die beter zijn voor de insecten, waarmee het in Nederland dramatisch slecht gaat.

De campanula’s van Intratuin kun je zien als symbool van de verandering die tuincentra doormaken. Want na jaren van naming and shaming door milieuclubs lijkt de transitie nu echt in gang gezet. Intratuin heeft zich ten doel gesteld de planten, bollen, bloemen en zaden in 2030 voor 70 procent chemievrij te hebben. Andere tuincentra volgen nog dit jaar, volgens Frank van der Heide van Tuinbranche Nederland, die 550 tuincentra en tuinwinkels vertegenwoordigt.

Droomtuin: tegels

De tuincentra zijn van ver gekomen. Immers, zo’n vijftien jaar geleden was de Nederlandse droomtuin volledig betegeld, met een grote olijfboom, een loungeset én grote barbecue. Misschien met een plantenbak met kleurrijke, bespoten eenjarigen ernaast.

Dat veranderde vanaf 2014. In april dat jaar publiceerde Greenpeace het schokkende rapport Gifplanten in het tuincentrum. Daarvoor lieten de onderzoekers 69 planten testen die ze bij Groenrijk, Intratuin en de Boerenbond/Welkoop hadden gekocht. Ze vonden 505 keer pesticide; in 113 gevallen ging het om een stof die volgens de definitie van de Amerikaanse overheid ‘zeer giftig voor bijen’ is.

De pesticiden zijn voor meer insecten fataal, zegt bestrijdingsmiddelen-onderzoeker en voorzitter Pesticide Action Network Netherlands (PAN-NL) Margriet Mantingh. ‘Insecten vliegen er in eerste instantie wel op af, en ze zullen meestal niet direct doodvallen, maar hun voortplanting wordt wel verstoord door deze pesticiden. En dat is de facto hetzelfde als doodgaan.’

Van de winkels kwam Intratuin er in het Greenpeace-rapport het allerslechtst van af: op hun planten werden zelfs negen in Europa illegale pesticiden aangetroffen. Het was een grote schok, vertelt de Intratuin-directeur elf jaar later terwijl hij zijn biologische assortiment laat zien. ‘En er was ook wel wat ontkenning bij, ja, dat kan ik nu wel toegeven.’

DDT was doodnormaal

De 58-jarige Kleinbussink is een echte retailman. Zijn vader had een winkel, hij deed zelf de heao-studie distributie en kwam in de jaren negentig terecht bij Covatuin, de voorloper van Intratuin. In die tijd spoten alle tuinders gif, legt hij uit.

‘Roundup, DDT, het was doodnormaal, want iedereen wilde een mooi plantje naar de klant brengen’, vertelt hij. ‘Het is net zoals met pfas. Die pannen, dat teflon, het was een wondermiddel. Nu denken we: wat een rotzooi is dat eigenlijk.’

Na de shock volgden ontkenning en verwarring. De tuincentra gingen het gesprek aan met onderzoekers, er werd gediscussieerd op de werkvloer, de tuinbonzen werden zelfs door bestrijdingsmiddelenproducent Bayer meegenomen op een lobbyreisje langs boerderijen om hen te overtuigen ‘dat het Greenpeace-rapport allemaal maar flauwekul was’.

Na het lezen van enkele wetenschappelijke studies kwam Kleinbussink tot een andere conclusie: Greenpeace had gewoon gelijk. ‘En dus moesten we wat doen. Zoals ik destijds ook tegen collega’s in de tuinbranche zei: planten zijn onze corebusiness. We schofferen mensen als we groen verkopen dat slecht is voor het milieu. Daarmee maak je je eigen handel voor de toekomst kapot.’

Met Intratuin als belangrijkste aanjager kwam de tuinbranche in 2016 tot een gezamenlijk document, de Ambitie gewasbescherming in de sierteelt, waarin werd besloten de drie schadelijkste pesticiden – die volgens de Nederlandse wet wél mochten – uit te bannen. In de ‘ambities’ in de jaren daarna kwamen er telkens meer uit te sluiten insecticiden bij.

De middelen met de grootste milieu-impact werden als eerste stapsgewijs uitgebannen, zegt Van der Heide van Tuinbranche Nederland. ‘Inmiddels staan zeven van de negen schadelijke neonicotinoïden op die lijst, en heeft de overheid, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb), ze ook verboden.’

Een schwung

‘Misschien zien consumenten het nog niet, maar ik zie een versnelling, een schwung’, zegt de branchedirecteur. ‘De tuinretail is nu echt om. Groene tuinen dragen bij aan klimaatadaptatie en meer biodiversiteit. Met de actie ‘Tegel eruit, plant erin!’ hebben we als doel ieder jaar twee vierkante meter per Nederlandse tuin te vergroenen en schadelijke bestrijdingsmiddelen uit te faseren.’

Intratuin ging nog verder. Het besloot in de maanden na publicatie van het rapport onkruidbestrijdingsmiddel Roundup, ook wel bekend als glyfosaat, uit de handel te halen en ging in gesprek met telers. De winkelketen geldt binnen de branche als voortrekker, zegt Mantingh van PAN-NL. Sinds 2021 test deze organisatie ieder jaar de tuinplanten op gif en ziet ze dat Intratuin grote sprongen maakt. In april dit jaar kwam Intratuin als beste tuincentrum uit de bus.

Toch is ook de kritiek niet van de lucht. Want: het gaat weliswaar beter, maar op de lavendel van Intratuin werden alsnog zeven soorten zogenoemde actieve stoffen gevonden. Waarom niet nul? Ook zetten activisten vraagtekens bij de doelen van Intratuin. Want waarom chemievrij en niet biologisch? Gestaag veranderen is niet snel genoeg, zegt ook Mantingh. ‘De tuincentra kloppen zichzelf wel op de borst, maar het is inmiddels de vraag of je met dit tempo de insecten en de biodiversiteit nog kunt redden.’

Het zijn allemaal zeer relevante vragen en opmerkingen, zeggen Kleinbussink en zijn duurzaamheidsmanager Elise Wieringa boven een kopje thee in de workshopruimte van hun winkel in IJsselstein.

Lavendel met actieve stoffen

De keuze voor ‘chemievrij’ in plaats van ‘biologisch’ was praktisch, legt Kleinbussink uit. Intratuin gebruikt kunstmest om plantjes door hun reis van de kas naar de winkel te helpen. ‘Zo’n plantje heeft een oppepper nodig om niet in te storten en visueel aantrekkelijk te blijven. Het is nog niet gelukt dat voor elkaar te krijgen met organische mest, maar we zijn op zoek.’

Dat er op de lavendel nog zeven actieve stoffen zaten is volgens Wieringa ‘een technisch verhaal’. Zes ervan zijn fungiciden, giffen tegen schimmels, waarbij de ontwikkeling van betere alternatieven wat achter ligt op de andere bestrijdingsmiddelen. Wat betreft de gevonden insecticide heeft de Portugese teler ondertussen een alternatief gevonden die hij dit jaar gaat testen, zegt Wieringa.

Het toont aan dat verandering nu eenmaal tijd kost, vooral als je iedereen wilt meenemen, zeggen de twee. ‘Ik geloof in evolutie, niet revolutie’, vat Kleinbussink het samen. ‘Ik volg wat dat betreft graag Nelson Mandela: alleen ga je sneller, maar samen bereik je meer.’

Frustrerend is dat veel van de insecticiden die in laboratoriumonderzoek gevonden worden overgewaaid zijn van landbouwgrond. ‘Onlangs hadden we een gesprek met een kweker die beweerde het middel echt niet te hebben gebruikt. En wat blijkt: het zit in het grondwater, omdat een boer uit de buurt het heeft gebruikt. Dan irriteert het me mateloos dat de overheid niet harder ingrijpt.’

Kwekers waren tot tien jaar geleden volledig gewend aan het gebruik van insecticiden en moesten dus leren dat je ziektes ook kunt bestrijden door bijvoorbeeld lieveheersbeestjes in te zetten, vertelt Wieringa terwijl ze in de winkel enkele biologische fruitboompjes laat zien. Een deel van de telers van deze boompjes was zo om, anderen hadden meer tijd nodig.

Gepolariseerd boerendebat

Door de druk vanuit milieuclubs ‘die wel erg hard erin gaan’ merkt zij dat sommige kwekers de afgelopen twee jaar wat ‘in de achteruit gaan’. Dat komt deels doordat het boerendebat gepolariseerd is geraakt, deels ook omdat het voor telers soms moeilijk is het goed te doen, denkt Wieringa.

‘Zij volgen gewoon de wet in wat ze gebruiken, en toch worden ze erop aangesproken. Daartegen proberen wij ze te beschermen. Ook nemen we ze mee in het proces. Maar dat lukt niet altijd: van sommige kwekers hebben we afscheid moeten nemen.’

En niet alleen van een aantal telers. Ook een deel van de klanten haakte af vanwege het duurzamere imago. Want bij vergroening hoort ook dat er in de winkels niet langer stoeptegels en schuttingen worden aangeboden, maar enkel nog natuurlijke begrenzing, zoals heggen.

Die materialen zijn allemaal naar de bouwmarkt gegaan, en een deel van de klanten, ‘van het onderhoudsvrije type’, is meegegaan, vertelt Kleinbussink. ‘Het omzetverlies? Zo’n 30 miljoen.’ Veranderen doet nu eenmaal pijn.

Dat is tegelijk het spanningsveld. Een tuincentrum is een winkel voor bijna iedereen. Dat betekent dat hij ook veel klanten heeft die nauwelijks bezig zijn met verduurzaming, en die wil hij niet kwijtraken door te veel te prediken. ‘Nederlanders houden niet van een opgeheven vingertje’, zegt Kleinbussink.

Mantingh herkent dat wel. De meeste consumenten zijn zich nog weinig bewust van de impact van pesticiden en willen vooral mooie planten. ‘Bijen en vlinders vinden ze wel mooi, maar dat de vlinder ook ooit rups is geweest en dat we die rups niet moeten doodspuiten, zo ver denken veel mensen nog niet door. Er is nog veel bewustwording nodig bij de consument.’

Toch is er ook iets fundamenteels veranderd in de afgelopen vijftien jaar. ‘De groep die wel vragen stelt, groeit’, zegt Kleinbussink. ‘Allerlei soorten mensen zijn bezig met vergroenen. Milieuactivisten hebben mensen wakker geschud en corona heeft ook bijgedragen. Het gevolg: ‘De ideale tuin in 2025 is niet langer onderhoudsvrij. Die is groen en hittebestendig, mét nuttige insecten.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next