is bestuurssocioloog aan de Erasmus Universiteit en columnist van de Volkskrant.
Velen zijn bezorgd over onze democratie, want de autocratie zit in de lift. Zo waarschuwt Thom de Graaf, vicepresident van de Raad van State, voor ‘democratisch verval’ en stelt hij dat onze democratie ‘niet immuun is voor autocratische invloeden’. Dat is in lijn met verschillende onderzoeken. Zo concludeerde het Verwey-Jonker Instituut in 2021 dat ‘een aanzienlijk aantal Nederlanders vindt dat voor de aanpak van urgente problemen de democratie soms opzij geschoven mag worden’. En zo zou uit het Nationaal Kiezersonderzoek blijken ‘dat een derde van de kiezers het land aan een ‘sterke leider’ zou toevertrouwen’. Dat is niet onopgemerkt gebleven. ‘Meer en meer mensen in Nederland verlangen naar een sterke leider’, kopte NRC eerder al.
Maar daar zit niet het gevaar. Bij dat Kiezersonderzoek ging het namelijk om reacties op de stelling: ‘een sterke regeringsleider is goed, ook als die de regels wat oprekt om dingen voor elkaar te krijgen’. Nu wordt dit geen methodologische kritiek, maar in die stelling zitten minstens drie stellingen verpakt. Dan wordt het lastig conclusies trekken. Bovendien denk ik dat veel moderne mensen geen enkel probleem hebben met any kind of ‘regeringsleider die regels oprekt om dingen voor elkaar te krijgen’. Dat is niet zozeer omdat veel mensen een autocratisch verlangen koesteren en smachten naar een sterke leider, maar vooral omdat juist moderne mensen gefixeerd zijn op de ‘aanpak van urgente problemen’ en ‘dingen voor elkaar krijgen’.
Dit is onderdeel van onze moderne ‘outputcultuur’, een cultuur gericht op aantallen, resultaten en output. Zo worden politici vooral gestuurd op zetels of peilingen, worden televisieprogramma’s vooral beoordeeld op kijkcijfers en wetenschappers afgerekend op het aantal publicaties. Ik vraag mijn studenten weleens waarom ze studeren, en de meesten geven toe: ‘omdat ze later veel geld willen verdienen’. Het zijn de instrumentele middelen (geld, winst) die een doel op zichzelf zijn geworden. En dus zijn moderne mensen gefixeerd op tastbare resultaten. Met als gevolg bijvoorbeeld ‘waardenloze politiek’, zoals hoogleraar Tom van der Meer stelt.
Dit is wat de Hongaarse socioloog Karl Mannheim het verschil tussen de instrumentele en substantiële rationaliteit. Zo is de instrumentele of functionele rationaliteit vooral gericht op de middelen om bepaalde doelen te bereiken. Terwijl de substantiële of waardenrationaliteit vooral gericht is op de waarde of doelen die daaraan ten grondslag liggen. En in een moderne cultuur overwoekert de instrumentele rationaliteit de waardenrationaliteit. Of zoals de bekende uitspraak van Oscar Wilde stelt dat ‘mensen tegenwoordig overal de prijs en nergens de waarde van kennen’.
En dat zie je ook terug in de betekenis die wij toeschrijven aan democratie. Alsof het belangrijkste in een democratie is om effectief ‘dingen voor elkaar te krijgen’ of ‘urgente problemen aanpakken’. Helaas, want democratie is zo ongeveer de meest ineffectieve en inefficiënte manier van besturen. Effectiever is een autocratie, en niets efficiënter dan een totalitaire dictatuur.
Toch trekt die democratie altijd weer lieden aan die deze ineffectiviteit menen op te kunnen lossen met beloftes als ‘krachtig leiderschap’, ‘een departement van overheidsefficiëntie (DOGE)’ of die met ‘bevlogen pragmatisme’ echt ‘problemen gaan oplossen’.
Dat gaat eraan voorbij dat democratie zo ongeveer de meest ineffectieve bestuursvorm is die er bestaat. En laat dat nou juist de waarde zijn die onze bescherming verdient. Want die ineffectiviteit huldigt tegenmacht, kritische pers, irritante rechters en tegensprekende wetenschappers. Die ineffectiviteit beschermt minderheden, beknot tirannieke meerderheden en weet de grootste schreeuwers te beteugelen.
Dus juist in tijden waar bestuurders en burgers primair gericht zijn op instrumentele resultaten, is voorzichtigheid geboden. Juist dan gaat zo’n idee van democratie eenvoudig op de helling. Het is goed dat de Raad van State waarschuwt. Maar laten we niet zozeer autocratische verlangens, maar vooral het verlangen naar instrumentaliteit wantrouwen. Daar ligt de kern van het probleem. Dat is wat haaks staat op de democratische rechtstaat.
Net zoals in de wetenschap, sport of liefde ligt de waarde van democratie nooit – nee, echt nooit – besloten in haar middelen of resultaten. De waarde van democratie ligt besloten in de overtuiging dat het er, juist ondanks die resultaten, toe doet. En als die overtuiging aan kracht inboet, komt de aanval niet van buitenaf, maar van binnenuit. Dat lijkt me pas echt gevaarlijk.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns