Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Dus hier sta ik dan, voor de ingang van de Skechers-winkel. Ruud Gullit, apostel van het schoenenmerk, heeft me hier naartoe geleid. Meermaals verscheen hij in visioenen waarin hij schoenen droeg met een ingebouwde schoenlepel. ‘Dus je voet schuift er zo in, zonder te bukken’, fluisterde hij.
Ik haal diep adem en stap dan naar binnen. De vloer van het sanctum sanctorum bestaat uit grote grijze tegels en op sommige plekken staan grijze, betonnen pilaren. Langs alle muren hangen rekken met schoenen, voor mannen, vrouwen en kinderen. Er staat ook een automaat met stuiterballen. Maar die is, zo leert een briefje, buiten gebruik. ‘Vraag gerust een van onze medewerkers om een stuiterbal.’
Dat Skechers een merk is met internationale allure blijkt uit het bord met daarop: ‘New York, Shanghai, London, Haarlem, Dubai, Los Angeles’.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Twee medewerkers zijn met elkaar in gesprek naast een rek met schoenen. ‘Ik zoek de schoenen van Ruud’, zeg ik tegen ze. Ruud moet voldoende zijn. Een van de meisjes doet een paar stappen opzij en maakt met haar armen een ‘tadaa’-gebaar. Daar staan ze. Het zijn twee soorten. De een is de hybride, geklede schoen-sneaker die ik ken uit de reclames, de ander een wat sportiever model. Naast de schoenen staat een klein bordje, met daarop een foto van Ruud Gullit in Skechers. Helemaal onderaan: ‘No bending over. No touching shoes. No kidding.’
Ik vraag of ik ze mag passen. Een van de meisjes verdwijnt door een deur en komt dan terug met het sportieve paar. Ik trek mijn eigen schoenen uit en stap, zonder te bukken, in de schoen. Het is even wringen en duwen, maar dan passen ze. Ik heb inderdaad niet gebukt, maar de schoen zit niet goed. De lip moet absoluut aangetrokken worden. En dat gaat maar op één manier.
Teleurgesteld trek ik de schoenen weer uit en vraag ik om het andere paar, de leverkleurige, hybride, geklede sneaker-schoen. Ook bij deze is het even duwen en wringen, maar dan floept mijn voet erin. Ze zitten comfortabel en stevig. Ik bekijk mezelf in de spiegel. Een weeïg gevoel in mijn buik. Ik zie mezelf, alleen dan met bruine Skechers. En dan voel ik mezelf opeens veranderen. In een man die waardigheid opoffert voor comfort. In een man die hierna een jas gaat kopen van PME Legend. In een man die Max Verstappen schreeuwend aanmoedigt. Die spaart voor een vakantie in Dubai. Het voelt heel erg verkeerd – maar toch ook zo goed.
Voordat het te laat is trek ik snel de schoenen uit, stop ze weer in de doos en lever ze in bij de medewerker. Ik bedank haar en neem afscheid. Verward loop ik naar buiten. Alles is anders. Ik weet nu hoe het is om in de schoenen van Ruud Gullit te staan. No kidding.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns