Home

De migratie over de Balkan zou enorm zijn afgenomen.
Maar mensensmokkelaars deden nog nooit zulke goede zaken

Het aantal migranten op de Balkanroute is volgens de officiële cijfers sterk afgenomen. Maar dat is maar het halve verhaal. In Servië blijkt dat migratie gewoon doorgaat – nu onder de radar.

Door Maartje Bakker

Fotografie Jelle Krings

‘Dit is niet wie ik ben.’ In de bosjes aan de rand van Obrenovac, een stad in het midden van Servië, staat een man zich te warmen bij een kampvuurtje. Hij is langer dan de meesten hier, ouder ook. Maar net als de anderen is hij op weg naar Europa. Dertig, veertig, misschien vijftig Afghanen houden zich schuil in het struikgewas, en hopen dat de Servische politie hen niet vindt.

Afghaanse migranten wachten in het struikgewas bij Obrenovac, ‘de Jungle’ genoemd, op een smokkelaar die hen verder richting de EU zal brengen.

Vooral de nachten in deze ‘jungle’, zoals ze die noemen, zijn zwaar. Het mag dan april zijn, vannacht heeft het gesneeuwd. De Afghaanse vluchtelingen voelden met het uur de kou verder doordringen in hun lichaam. Nu staan ze in groepjes bij elkaar: moe, verkleumd en vies van de reis die achter hen ligt.

Masood in ‘de Jungle’

Wie is hij dan wel? Hij heet Masood, is 38 jaar en heeft in Afghanisten een vrouw en kinderen. ‘Ik was politieofficier’, zegt hij. ‘Een grote. Ik heb samengewerkt met de Amerikanen, met de Canadezen, ja, ook met de Nederlanders.’

Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn en laat zien hoe hij in Afghanistan een begrafenis van een collega leidt, gedood in de strijd tegen de Taliban. Je herkent Masood bijna niet: een zelfverzekerde man, in uniform, zonder de baard die hij nu heeft, maar gladgeschoren. Dít is wie hij is – of was.

Een Afghaanse migrant toont een foto waarop hij samen met Duitse soldaten in het Afghaanse leger diende.

Als de Taliban hem te pakken krijgen, laten ze hem nog geen minuut in leven, beamen de anderen. Ook zij laten foto’s zien op hun telefoons: groepsportretten met soldaten uit Duitsland of Groot-Brittannië. Geen van allen zijn ze hun leven zeker in Afghanistan, sinds de Taliban de macht daar hebben overgenomen. En dus zijn ze op weg naar hun voormalige bondgenoten in het Westen.

Nog niet zo lang geleden was de migratieroute over de Balkan de drukste van Europa. Maar dat is totaal veranderd, als je de cijfers van de Europese grensbewakingsdienst Frontex mag geloven. Terwijl hier in 2022 nog 145.600 pogingen waren om illegaal de EU-grenzen over te steken, daalde dat aantal in 2024 tot 21.520: een afname van maar liefst 85 procent.

Migranten en vluchtelingen die over de Balkan reizen, moeten onderweg vele grenzen passeren. The Game noemen ze dat onderling: steeds kun je een level verder komen, net zo lang tot je ver in Kroatië of Hongarije bent en dus in de Europese Unie.

De afgelopen jaren is het veel moeilijker geworden dit spel uit te spelen. De grenzen worden veel strikter bewaakt dan voorheen, er zijn hoge hekken opgetrokken, en pushbacks zijn aan de orde van de dag.

Het aantal migranten hier neemt dus af, een groot succes volgens Frontex. Maar dat is slechts de helft van het verhaal. Volgens hulporganisaties die bijstand verlenen aan mensen onderweg heeft Frontex een groot deel van de mensen op de vlucht simpelweg niet meer in beeld.

‘Migratie is onzichtbaar geworden’, zegt Vuk Vuckovic, directeur van de Servische hulporganisatie Klikaktiv. ‘Mensen op de vlucht zijn in het openbaar niet meer veilig, want de politie pakt ze op en duwt ze terug naar landen als Bulgarije en Noord-Macedonië.’

Slechts af en toe komt migratie aan het oppervlak: als er ongelukken gebeuren. Zo sloeg afgelopen zomer op een snelweg in Servië een busje over de kop dat was volgepropt met rond de vijftig migranten. Sommige inzittenden kwamen terecht op de intensive care. De bestuurder had naar verluidt geprobeerd te ontkomen aan de politie.

Nog geen maand later kapseisde er een boot met vluchtelingen die de Drina-rivier overstak, tussen Servië en Bosnië. Daarbij kwamen twaalf mensen, in meerderheid Syriërs, om het leven.

‘Uiteindelijk zijn mensen zo wanhopig dat ze zullen blijven proberen in de EU te komen’, zegt Rados Djurovic, directeur van het Asylum Protection Center, een andere hulporganisatie uit Belgrado. ‘En het lukt ze ook, op den duur. Niemand blijft hier in Servië.’

Rados Djurovic, directeur van het Asylum Protection Center.

Een slaapplaats van migranten in 'de Jungle' bij Obrenovac. Op de achtergrond klinkt het geloei van een bruinkoolcentrale.

Djurovic trekt de cijfers van Frontex openlijk in twijfel. ‘Ze dienen een politiek doel: bewijzen dat alle geld en moeite die de EU in grensbewaking steekt iets opleveren.' Zijn organisatie zag in 2024 alleen al in Servië 45 duizend mensen passeren, veel meer dan Frontex in het vizier had.

Ooit werd hier viscose en cellulose gemaakt, op dit uitgestrekte fabrieksterrein nabij de stad Loznica, aan de oostgrens van Servië. Maar dat is alweer decennia geleden. Na de teloorgang van de industrie namen talloze migranten hun intrek in de geraamtes van de industriële gebouwen. Wachtend op een kans om de Drina-rivier over te steken.

En nu? ‘Een enkele keer kom ik nog een groepje tegen’, zegt Milan Milosavljevic, een man op leeftijd die in de verwilderde begroeiing naar wijngaardslakken en zelje zoekt, een groentesoort die lijkt op spinazie. ‘Dan overnachten ze daar, op de eerste verdieping.’

Milan Milosavljević (70) loopt langs verlaten fabrieken in Loznica, ooit een trefpunt voor migranten voordat politieoptreden hen uit het zicht verdreef.

In het gebouw dat Milosavljevic aanwijst bevindt zich, aan het einde van een afbrokkelende trap, inderdaad een provisorisch ingericht kamertje. Een bakstenen muurtje is voor het gapende gat in de zijmuur gestapeld, tegen de ergste wind en regen. Op de vloer liggen een kleed en dekens, een stuk brood en imitatiekaas die nog houdbaar is.

‘Alleen ‘s nachts komen de migranten tevoorschijn om de rivier over te gaan’, vertelt Milosavljevic, terwijl een van de slakken langzaam uit de plastic zak in zijn hand kruipt. ‘Als ik in de zomer ga vissen, zie ik hoe ze in een lange rij door het water waden. De voorste draagt een stok om de diepte te peilen. Ze zijn heel menselijk tegenover elkaar.’

Op een nacht zag hij hoe iemand kopje onder ging – hij was te ver weg om te kunnen helpen. Hij zag ook rugzakken voorbijdrijven in het water. En hij zag hoe de Bosnische politie mensen terugsloeg, de rivier met zijn draaikolken en stroomversnellingen in.

De orthodoxe kathedraal van de Geboorte van de Heilige Maagd Maria in Zvornik, Bosnië, gezien vanaf de overkant van de Drina in Servië.

Voor de Balkanlanden zelf is migratie nauwelijks een probleem: bijna niemand wil hier blijven, er komen alleen maar migranten en vluchtelingen op doorreis. Het verscherpte migratiebeleid van landen zoals Servië is dus in de eerste plaats een wens van de EU.

Toen migratie in 2022 sterk toenam, stelde de Europese Commissie een actieplan met twintig maatregelen op. De EU wilde bijvoorbeeld dat de Balkanlanden hun visapolitiek aanpasten. Voorheen konden Tunesiërs en Burundezen visumvrij naar Servië reizen – nu niet meer.

Maar vooral raakte de EU nauw betrokken bij de grensbewaking. Met financiële steun, uitrusting en training staat ze de grenswacht in de Balkan bij. Daarnaast wordt er ook Frontex-personeel uitgeleend aan de Balkanlanden.

Een verlaten fabrieken in Loznica, Servië, voorheen een populaire tussenstop voor migranten op weg naar Bosnië en Herzegovina.

De EU kan op de Balkan eisen stellen, omdat ze ook iets te bieden heeft: een mogelijk EU-lidmaatschap in de toekomst, plus het geld dat beschikbaar is voor kandidaat-leden. Uit een potje voor ‘pre-toetredingsassistentie’ haalde de EU sinds 2021 een bedrag van 350 miljoen euro ‘om het migratiemanagement in de regio te verbeteren’.

Als de Servische politie illegale migranten oppakt, worden ze vaak naar het uiterste zuiden van het land gebracht. Naar Sjenica, bijvoorbeeld: een afgelegen plaats die bekendstaat om de kou die er heerst. Wie asiel aanvraagt, al is het maar om even op adem te kunnen komen, mag verblijven in het opvangcentrum.

Het eten is binnen zó slecht, vertelt een groepje Pakistanen, dat ze buiten hun eigen maaltijden koken. In een verlaten loods hebben ze een vuurtje gestookt. Daarop staat een grote pan met vlees te pruttelen, met tomaten, paprika en flink wat chilipoeder erdoor.

Pakistaanse migranten verblijven in een verlaten gebouw vlak bij het officiële kamp in Sjenica, waar ze hun eigen eten koken.

Bij het opvangcentrum komt Rajab, een 26-jarige man uit Syrië, net naar buiten gelopen. In zijn halflange, donkerblauwe jas ziet hij er opvallend netjes uit. Rajab verliet Syrië al in 2016. Lange tijd verbleef hij in Turkije, waar hij werkte in de kledingindustrie. ‘Maar de Turken behandelen vluchtelingen steeds slechter’, vertelt hij. ‘Je loopt het risico dat ze je terugsturen naar Syrië.’

Hij besloot door te reizen naar Griekenland, en eenmaal daar meldde hij zich bij een ‘beroemde Facebook-groep’ met de naam Avonturiers Zonder Grenzen. ‘Ik betaalde 1.700 euro en kreeg allemaal gps-punten, een route van Griekenland tot aan Duitsland. Dat vond ik niet duur: een smokkelaar vraagt veel meer geld.’

Vanuit Servië probeerde hij al een paar keer naar Hongarije te komen. Eén keer kwam hij een heel eind: hij was al drie dagen in het EU-land, toen hij het erop waagde en eten en drinken ging kopen in een dorp. Daar belden de inwoners de politie, die hem overdroeg aan Servië.

Rajab uit Syrië.

‘Ik moest tien dagen de gevangenis in’, vertelt Rajab. ‘Dat was verschrikkelijk. Met twintig man op een cel, geen telefoons. We hadden niets anders te doen dan naar elkaar te kijken.’

De laatste keer dat Rajab door de politie werd betrapt aan de grens, werd hij naar Sjenica gebracht. Nu wacht hij zijn kansen af. Eén ding weet hij wel: bij een volgende poging vertrouwt hij niet op gps-coördinaten, maar op een smokkelaar. ‘Die brengt me dan met de auto naar de grens. Dan loop je een stukje, en vervolgens staat er een andere auto op je te wachten.’

Hoe repressiever het migratiebeleid is, hoe groter de rol van mensensmokkelaars wordt. ‘Je ziet dat mensensmokkel steeds lucratiever wordt’, zegt Rados Djurovic van het Asylum Protection Center. ‘Met elke pushback wordt de prijs opgedreven.’

De modus operandi van de mensensmokkelaars is veranderd, weet Djurovic. ‘Ze laten hun klanten steeds vaker in appartementen verblijven, op grote afstand van de grens. Buiten het zicht van de autoriteiten zijn de migranten een gemakkelijke prooi voor mishandeling en afpersing: de familie moet meer geld sturen, om zo een minder slechte behandeling af te dwingen.’

En als dat niet gebeurt? ‘Dan zijn er altijd nog andere manieren om migranten te laten betalen. Bijvoorbeeld door ze drugs mee te laten nemen op weg naar de EU.’

De Drina vormt de grens tussen Servië (links) en Bosnië en Herzegovina (rechts) — een veelgebruikte oversteekplaats voor migranten op de Balkanroute.

Ook volgens Vuk Vuckovic, van Klikaktiv, is het grote gevaar dat mensensmokkel overgaat in mensenhandel. ‘Als de vluchtelingen niet betalen, komt het voor dat ze hun ‘schulden’ moeten vereffenen met dwangarbeid of seksuele uitbuiting’, zegt hij.

Het maakt Vuckovic cynisch. ‘Als Frontex dit een succes vindt, dat smokkelaars beslissen over het lot van deze mensen – de groeten.’

Frontex zelf erkent dat smokkelaars op de Balkanroute steeds gewelddadiger opereren. In de laatste jaarlijkse ‘risico-analyse’ waarschuwt het agentschap voor geweld tussen concurrerende smokkelaars, maar ook tegen migranten en de grenswacht.

In de bosjes bij Obrenovac, waar de Afghanen die ochtend in ellendige toestand zijn opgestaan, komen in de loop van de dag verschillende hulporganisaties langs. De een biedt medische verzorging, de ander weet met een warme douche en schone kleren de vluchtelingen hun waardigheid terug te geven. Langzaam zie je iedereen ontspannen.

Nee, zegt een van de Afghanen, dit is niet wat hij verwacht had toen hij naar Servië kwam – leven als een wilde in de bosjes. ‘Ik had betaald voor een appartement’, zegt hij. ‘En nu zit ik hier.’

Ook Mohammed leverde zich over aan de grillen van een mensensmokkelaar. Jarenlang spaarde hij geld door te werken in Turkije. Nu is hij het bij elkaar gebrachte bedrag haast in één keer kwijt: voor de tocht van Turkije naar Servië betaalde hij 7.000 euro, van Servië tot Italië kost hem nog eens 1.500 euro. Zeven dagen was hij onderweg, totdat hij gisteren hier aankwam.

Mohammed beschrijft hoe de mensensmokkelaars direct hun beloning kwamen innen. ‘Ze kwamen hier met bivakmutsen op en lieten me een video opnemen waarin ik zeg dat ik in Servië ben, in Obrenovac. Die sturen ze naar mijn familie, zodat die kan afrekenen bij een winkelier in Afghanistan. Vervolgens krijgt iedereen in het smokkelnetwerk zijn geld. Het is één grote maffia.’

Afghaanse migranten krijgen kleding en medische verzorging van een ngo.

En als zijn familie niet betaalt? ‘Dan is de prijs morgen 7.500 euro, en volgende week 8.000 euro. Je moet precies doen wat de smokkelaars zeggen.’

Mohammed houdt ondertussen zijn ogen gericht op Italië. Daar woont een jeugdvriend, die een verblijfsvergunning kreeg en nu werkt als tolk. ‘Morgen of overmorgen ben ik hier weg’, hoopt hij.

Ook Masood, de hoge politieofficier, denkt alweer aan het vervolg van zijn reis. Hij heeft schone kleren uitgezocht en in een plastic tas gestopt. ‘Voor straks in Zwitserland!' zegt hij met een lach.

Naschrift

Enkele dagen na het bezoek van de Volkskrant worden twee mensen doodgestoken in het migrantenkamp bij Obrenovac. Twee anderen zijn gewond overgebracht naar het ziekenhuis. Volgens sommige bronnen gaat het om een gevecht tussen smokkelaars, anderen spreken over een ruzie tussen de migranten. Onduidelijk is wie de slachtoffers zijn.

Beluister de podcast

Ondanks de gevaren van de reis blijft Noord-Amerika een magneet voor migranten uit het Zuiden

Massale deportaties van illegaal in de Verenigde Staten verblijvende migranten, en het afbouwen van een ‘mooie muur’ langs de zuidgrens met Mexico. Het zijn de ronkende verkiezingsbeloften van Donald Trump. Maar als zo vaak is de werkelijkheid weerbarstiger.

De lange weg naar een plek in Europa

In 2016 kwamen ruim 181 duizend bootmigranten aan in Europa. Een anonieme groep, die dikwijls in de illegaliteit verdween. Acht migranten uit hetzelfde bootje die in dat jaar Italië wisten te bereiken, vertellen over hun omzwervingen door Europa en hoe het nu met hen gaat.

Source: Volkskrant

Previous

Next