‘Vanaf dag één’ zou CDU-leider Friedrich Merz als bondskanselier een ommekeer teweegbrengen op binnenlands, buitenlands en economisch beleid. Dinsdag wordt het nieuwe Duitse kabinet beëdigd. Waar wil Merz als eerste werk van maken?
is correspondent Duitsland van de Volkskrant. Hij woont in Berlijn.
De wereld staat in brand, Europa én Duitsland snakken naar daadkrachtig leiderschap en Friedrich Merz belooft dat op beide fronten te leveren. Onder hem is het afgelopen met Duits getreuzel rond Oekraïne-hulp, afgelopen met openlijk geruzie over buitenlandbeleid, afgelopen met een rem op wapens voor Israël. Duitsland, zei Merz, wordt een leidende speler op het wereldtoneel.
Maar wel hand in hand met Europese partners. Merz verwijt zijn voorganger Olaf Scholz dat die te veel gericht was op de Verenigde Staten en zelfstandig contact met Poetin zocht. De nieuwe bondskanselier – dinsdag wordt zijn kabinet beëdigd – reisde de afgelopen maanden juist Europese hoofdsteden af om een gezamenlijk front te smeden en ziet een bijzondere rol voor Duits-Poolse en Duits-Franse samenwerking.
De CDU-leider wil een gezamenlijk front in zowel politieke als praktische zin. Hij klaagde eerder dat Europese landen ‘178 wapensystemen en 17 tanks’ hebben die niet op elkaar aansluiten. ‘De Amerikanen hebben dertig wapensystemen en één tank.’ Duitsland wil met Europese partners een defensie-industrie ontwikkelen die zich ‘in kwaliteit én kwantiteit’ kan meten met die van de VS.
De speech waarmee de Amerikaanse vicepresident JD Vance op de Münchener Veiligheidsconferentie vorig jaar de bijl zette aan de transatlantische veiligheidsarchitectuur, was voor Merz een cruciaal moment. Merz wil ‘al het mogelijke’ doen voor een goede relatie met de VS, maar het is duidelijk dat Europa op eigen benen moet kunnen staan. Ook wat betreft steun aan Oekraïne en nucleaire afschrikking.
Om zijn plannen gestalte te kunnen geven, trekt de bondskanselier het Duitse buitenlands- en veiligheidsbeleid meer naar hemzelf toe. In het Kanzleramt, de Duitse versie van het Witte Huis, komt een Nationale Veiligheidsraad onder leiding van Merz’ rechterhand. Hij haalt de huidige directeuren Europese Zaken en Politiek van Buitenlandse Zaken naar het Kanzleramt. Omgekeerd stelt Merz de langjarige chef veiligheidsbeleid van de CDU, Johann Wadephul, aan als minister van Buitenlandse Zaken.
Wat betreft de oorlog in Gaza sluit Merz zich niet aan bij de groeiende stoet Europese politici die Israël veroordelen. Na de Duitse verkiezingen nodigde Merz direct de Israëlische premier Benjamin Netanyahu uit, ondanks een arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof op verdenking van oorlogsmisdaden. Daarmee staat de Duitse toewijding aan de internationale rechtsorde onder druk.
Industriestandort Deutschland, de Duitse productiereus, moet worden bevrijd van haar ketenen. Jaren van overvloedige (groene) regelgeving uit Berlijn en Brussel hebben Europa’s economische grootmacht op de knieën gedwongen, in de visie van Merz. Het gevolg is dat bedrijven massaal het land ontvluchten. Feit is dat Duitsland jaarlijks ongeveer 100 miljard euro aan economische activiteit verliest.
De lijst met plagen is lang: hoge loon-, sociale-, belasting- en energiekosten, gebrek aan vakmensen, verouderde infrastructuur, Chinese concurrentie en – sinds kort – Amerikaanse economische oorlogsvoering. Door bijna al deze zaken loopt één rode draad, zegt Alexander Kritikos van het Duitse Instituut voor Economisch Onderzoek: de moordende Duitse (papieren) bureaucratie.
Merz’ oplossing is kort en klassiek liberaal: de belastingen gaan omlaag, de energieprijzen en de regeldruk vooral ook. Merz’ partij erkent de noodzaak voor klimaatbeleid, maar het mag een tandje minder. Vrij vertaald: zonder functionerende economie is er geen geld en zonder geld kun je geen windmolens bouwen. De nieuwe Duitse regering streeft wel nog steeds naar klimaatneutraliteit in 2045, vijf jaar eerder dan de EU.
Het regeerakkoord belooft maar liefst 101 keer de ‘bureaucratie’ in enigerlei vorm te lijf te gaan: bürokratierückbau, bürokratieärm, entbürokratisierung. Voorgaande regeringen strooiden ook met dergelijke termen. In 2022 becijferde de Duitse Kamer van Koophandel desondanks dat voor elke in Duitsland geschrapte regel er alleen al uit Brussel 3,5 terugkwamen.
Merz zet ook in op twee nieuwe ministeries. Eén voor Technologie, Onderzoek en Ruimtevaart. Een ander voor Digitalisering en Staatsmodernisering. Meteen sneerde de toonaangevende financiële krant Handelsblatt dat de nieuwe bondskanselier daarmee het ‘superministerie’ van Economische Zaken uitkleedt en zo zijn moderniseringsmissie versnippert. Ook Merz wacht nog een flinke strijd met het bureaucratiemonster.
Het andere grote thema van de CDU-verkiezingscampagne was asielmigratie. Tot medio 2024 was Merz’ standpunt: elk jaar komen er honderdduizenden mensen ongevraagd bij en dat kan Duitsland simpelweg niet verhapstukken. Na een reeks aanslagen door afgewezen asielzoekers en onder druk van de populariteit van de radicaal-rechtse AfD, werd Merz’ positie ideologischer.
In april zei Merz opnieuw: het stoppen van irreguliere migratie is topprioriteit en ‘vanaf dag één’ zet hij een ommekeer in gang. Met de ministeries van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken, en het Kanzleramt, heeft zijn partij zich daartoe de middelen verschaft. Coalitiepartner SPD staat feitelijk aan de zijlijn op thema’s als immigratie, Europese asielsamenwerking en uitzettingen.
Merz is weliswaar gebonden aan de Duitse grondwet en Europese regels, maar die wil hij maximaal oprekken. Duitsland blijft al zijn grenzen controleren totdat een functionerende bewaking van de Europese buitengrens een feit is, zich beroepend op de ‘interne veiligheid’. Het coalitieverdrag belooft een ‘uitzettingsoffensief’. Merz belooft daartoe herkomstlanden onder druk te zetten met visa en hulpgelden. In samenspraak met ‘Europese buurlanden’ wil Merz ook asielzoekers aan de grens weigeren.
Vooral dat laatste is juridisch zeer discutabel. De CDU beriep zich eerder op het standpunt dat asielzoekers die zich melden aan de Duitse landsgrenzen veilig zijn; ze zijn immers afkomstig zijn uit een ander EU-land (of Zwitserland). Zij zouden daarom geen recht hebben op asiel in Duitsland en moeten terugkeren naar het (EU-)land waar ze vandaan komen. Buurlanden als Polen en Oostenrijk hebben al gezegd daar niet aan mee te werken.
Toch zeggen CDU/CSU-partijprominenten de afgelopen dagen opnieuw: het gaat gebeuren, let maar op. ‘Wie vanaf 6 mei illegaal naar Duitsland reist’, zei Thorsten Frei, Merz’ kabinetschef met de rang van minister, ‘moet er rekening mee houden dat het aan de grens Schluss is.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant