schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.
Noortje Idema, Tessa Smit, Fayrouz Yaakoub, Eva Weij, Imke Lony, Moët van Dijk, Lisa de Boer , Wess Pellegrom, Lein van Boxtel, Jayshiri Sundaram, Yeldau Hylkema en Feike Huibregsen – let op deze namen! Het zijn twaalf bijzondere kinderen. Ze kunnen iets heel erg goed: mooi voorlezen uit hun favoriete boek. Na in vele voorrondes de concurrentie te hebben verslagen staan, zij op 20 mei in de finale van de Nationale Voorleesdagen in theater Tivoli Vredenburg in Utrecht. Kom luisteren.
Niets zo heerlijk als voorgelezen worden. Ieder kind houdt ervan, veel volwassenen dromen van dat geluk. En wat meegenomen is: de taalontwikkeling, de woordenschat, het abstracte denken en het inlevingsvermogen gaan er met sprongen door vooruit. Reden om het elke dag te doen thuis en op school. Niet voor niets is het een van de initiatieven van Stichting Lezen, samen met de bibliotheken, tegen de gestaag afnemende leesvaardigheid van kinderen en jongeren. Leesexperts weten precies wat nodig is om de leesramp te keren, maar dat kan niet zonder een kolossale inspanning van het onderwijs, strak gecoördineerd door de overheid.
Die is er nog niet, mogen we concluderen uit het recente schoolrapport van ons onderwijs door de Onderwijsinspectie, De staat van het onderwijs. De toon mag dan dit jaar opgeschroefd opbeurend zijn – om potentiële leraren niet weg te jagen en schoolbestuurders niet te mishagen – de inhoud stemt als vanouds verdrietig.
Vooral als we even inzoomen op lezen en taal. Niks herstel. Er is totaal geen vooruitgang, het schip zinkt dieper. ‘Kwetsbare groepen leerlingen lopen grote kans op laaggeletterdheid’, moet de inspectie vaststellen, en daarbij gaat het vooral om vmbo’ers (kader en basis) en mbo’ers. Veel van deze leerlingen halen het minimaal vereiste niveau niet. En voor het hele voortgezet onderwijs geldt dat de taalvaardigheid sinds 2018 gestaag daalt, op alle niveaus – verschrikkelijk. De inspectie moet toch eens wat vaker langsgaan op scholen.
Complimentjes deelt de inspectie ook uit. Ze ziet dat zowel op basisscholen als in het voortgezet onderwijs vaart wordt gemaakt met de integratie van leesvaardigheid en ‘zaakvakken’ , zoals aardrijkskunde en geschiedenis. Dat is inderdaad een hoopgevende ontwikkeling: wie niet goed leest, doet geen kennis op, door meer kennis van de wereld begrijp je beter wat je leest.
Maar laten we nou niet denken dat die integratie de nieuwe heilige graal is en je er het leesonderwijs als bij toverslag mee verbetert. Niet alle huidige lesmethoden werken met ‘rijke’ teksten, vaak overheersen de plaatjes en is de tekst simplistisch of gortdroog.
Om te ervaren wat lezen je biedt, het plezier te beleven ondergedompeld te zijn in een goed verhaal, meegesleept te worden in spanning en ontroering, moet je goed geschreven boeken lezen. Die zijn er volop in onze schitterende kinder- en jeugdliteratuur. Het leesonderwijs kan nooit zonder.
En voorlezen natuurlijk. ‘Was er maar iemand die me uit allerlei sprookjesboeken voorlas’, dichtte Gerard Reve, een verzuchting die ik vaak herhaal. Of organiseer thuis een voorleeswedstrijd.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.