Home

‘Ik wil mensen terugbrengen naar hoe verschrikkelijk de Holocaust was, naar wat er echt gebeurde, de volle horror ervan’

Tussen Auschwitz en het dagboek van Anne Frank zitten nog zoveel meer verhalen die verteld moeten worden, zegt de Joodse historicus Simon Schama. Daarom is er nu zijn documentaire The Road to Auschwitz. ‘Het was heel pijnlijk om te maken.’

is boekenredacteur bij de Volkskrant. Zij interviewt Nederlandse en internationale schrijvers over hun nieuwste werk.

Nog nooit was Simon Schama in Auschwitz geweest.

Een gek gegeven voor de man die al twee boekdelen schreef over de geschiedenis van de Joden – 1.500 pagina’s bij elkaar, bestsellers in binnen- en buitenland. Boeken die hij ook nog eens bewerkte tot de BBC-serie The History of the Jews. Maar nooit ging hij naar het Poolse vernietigingskamp, het symbool van de Holocaust. Tot nu.

Voor de BBC-documentaire The Road to Auschwitz, nu te zien op Videoland, loopt de 80-jarige Sir Simon Schama – hij is inmiddels geridderd – tussen de barakken waar in de Tweede Wereldoorlog meer dan een miljoen Joden werden vermoord. Hij is zichtbaar aangedaan.

En hij loopt niet alleen door Auschwitz. Hij reist door Europa, van Litouwen tot Nederland, om te laten zien dat de Holocaust niet alleen een obsessie van de nazi’s was, maar dat heel Europa medeplichtig was. Schama laat de Holocaust zien zoals die was: wijdverspreid, weerzinwekkend, vol gruwelijke verhalen.

Zoals in Litouwen, waar de plaatselijke rabbijn wordt onthoofd en de rest van de Joodse gemeenschap op het dorpsplein wordt gedood onder toeziend oog van hun buren. Hij vertelt over Joden die een hogedrukspuit in hun strot geduwd krijgen en zo worden vermoord.

‘Ja, het was heel pijnlijk om te maken’, zegt Schama vanachter zijn scherm in zijn studeerkamer in New York. ‘Maar het draaide niet om mij. Ik voelde sterk dat het mijn rol was om de stem te zijn van de mensen die het niet hebben overleefd.’

U bent zelf twee weken na de bevrijding van Auschwitz in Londen geboren, in februari 1945. Werd er thuis veel over de oorlog gesproken?

‘Er heerst een beeld dat niemand, ook Joden niet, over de oorlog sprak in de jaren vijftig. Dat is niet waar. Natuurlijk waren sommige overlevenden zo getraumatiseerd dat ze terughoudend waren om erover te praten. Maar er werd veel over de Shoah gesproken.

‘Toen ik 11 jaar was vond ik in de bibliotheek van mijn synagoge een boek met de titel The scourge of the swastika (in het Nederlands vertaald als De gesel van het hakenkruis – een korte geschiedenis van de oorlogsmisdaden der Nazi’s). En ik weet nog dat ik erg overstuur was door de vele vreselijke foto’s van naakte lichamen. Het was verschrikkelijk, dus ik ging naar mijn ouders en we hebben er praktisch het hele weekend over gepraat. Ook een paar verre neven en nichten van mijn moeder, die in Wenen woonden, zijn vermoord. Dus toen ik 12 of 13 jaar was, wist ik er al veel van af.’

Uw vader Arthur is in de jaren dertig meermaals op straat in Londen in elkaar geslagen door aanhangers van de Britse fascist Oswald Mosley. Wat vertelde hij u over die ervaring?

‘Daar was hij op een bepaalde manier trots op. Mijn vader geloofde in de kracht van het woord. Hij las mij als kind voor uit Cicero’s werk over retorica, niet in het Latijn maar in het Engels, en hij zei dat het machtigste wapen van de Jood zijn mond is. Ik denk dat dat ook geldt voor schrijven.

‘Mijn vader was erg theatraal. Hij hield ook van theater. En hij speelde versies van Marcus Antonius’ toespraak in Shakespeares toneelstuk Julius Caesar na als een briljant voorbeeld van hoe je mensen kunt overtuigen hun mening te veranderen. Mijn vader was schaamteloos.’

Schama lacht hartstochtelijk wanneer hij dat zegt.

Bent u het met hem eens dat het woord het beste wapen is?

‘Ja. Maar we leven in een andere wereld, die van sociale media. En het is moeilijk voor het gesproken woord om nu krachtig te zijn. Maar er zijn genoeg voorbeelden. Zoals Barack Obama en op zijn eigen vreselijke manier Donald Trump. Niet dat Trump ooit iets zegt dat Cicero zou herkennen. Maar de kracht van het charismatische woord is nog steeds belangrijk.’

Hoe vond u, toen u in Auschwitz was voor uw documentaire, de juiste woorden om te vertellen wat daar is gebeurd?

‘Niet alleen in Auschwitz, op meer plekken was dat moeilijk. Zoals in het Ponar Bos, vlakbij Vilnius, waar gruwelijke dingen zijn gebeurd. Tachtigduizend mensen zijn daar neergeschoten in een paar maanden tijd, het merendeel tussen juli en december 1941.

‘De documentaire is gemaakt zonder script. Met de regisseur met wie ik al veel heb samengewerkt sprak ik af dat het om de eerste reactie ging. Maar vaak wilde ik helemaal niets zeggen. En een paar keer duwde ik de camera weg als ik enorm van streek was. Bijvoorbeeld toen ik de kaart zag met alle plekken in Europa waar Joden massaal zijn neergeschoten.’

In de documentaire laat u zien dat Auschwitz geen op zichzelf staande gebeurtenis was en legt u uit dat Europa medeplichtig was aan de Holocaust.

‘Zoals Holocaustoverlevende Marian Turski (de in februari 2025 overleden Poolse journaliste en schrijver, red.) aan het einde van de film zegt: ‘Auschwitz is niet uit de lucht gevallen.’

Was dit vooraf ook de insteek?

‘Ja, voor veel mensen die niet Joods zijn en iets, maar niet veel, over de Holocaust weten, zijn er twee verhalen. Het eerste is dat over mechanische massavernietiging, dat is Auschwitz. De cijfers zijn zo overweldigend dat de beelden van mensen die de gaskamer in worden gedreven en vervolgens worden verbrand, een soort afschuwelijke maar afstandelijke ervaring is.

‘En het tweede is het verhaal van Anne Frank, waar niets mis mee is, maar het is een soort bruikbare Holocaust. Daar heeft de Amerikaanse schrijfster Cynthia Ozick in 1997 al een essay over geschreven in The New Yorker, met de titel ‘Who owns Anne Frank?’ Het gaat over wat er gebeurde met het verhaal van Anne Frank toen het een toneelproductie werd en vervolgens een film. Waarbij steeds die ene zin uit haar dagboek werd uitgelicht: ‘Ondanks alles [geloof] ik nog steeds aan de innerlijke goedheid van de mensen.’

Dat is ook de slotzin van het Broadway-toneelstuk uit 1955 dat het dagboek van Anne Frank bekend maakte in Amerika.

‘Terwijl dat dus atypisch is voor Anne in de laatste maanden voordat ze werd opgepakt: ze is dan duister, bang en soms ook boos. Maar ze is neergezet als een soort universeel beeld van overleven met je menselijkheid intact, ondanks alles wat je is overkomen.

‘En ik denk dat het gevaar is dat mensen alleen dat soort Holocaustverhalen willen lezen, in plaats van over het ‘Ponar-bos’ of over ‘Majdanek’, bij Lublin in Polen, waar meer dan 18 duizend joden op klaarlichte dag zijn doodgeschoten, keer op keer, rij na rij, terwijl er dansmuziek werd gedraaid via het omroepsysteem. Een deel van het doel van deze film was om mensen terug te brengen naar hoe verschrikkelijk het was, naar wat er echt gebeurde, de volle horror ervan.’

U toont beelden van gewone mensen die toekeken als Joden werden mishandeld of vermoord. U zegt in The Road to Auschwitz dat wat er gebeurde alleen mogelijk was door eeuwenlange ontmenselijking van Joden. En dat de Duitsers gewoon deden wat miljoenen andere mensen wilden.

‘En als ze het niet wilden, vonden ze het in ieder geval niet erg dat het gebeurde.

‘Het is tragisch en onbegrijpelijk... Het is waar mensen toe in staat zijn.’

U laat ook zien dat Nederland 300 jaar lang de veiligste plek voor Joden in Europa was, maar dat hier uiteindelijk het hoogste aantal Joden in heel West-Europa is vermoord. Van de naar schatting 140 duizend Joden zijn er ongeveer 101.800 vermoord of door ziekte en uitputting om het leven gekomen.

‘In Nederland zag je in het begin oprechte weerstand tegen de deportaties en de Duitse bezetting. Mensen namen aanvankelijk hun hoed af voor Joden die met een ster moesten lopen. Maar na de Februaristaking, toen er vreselijke repercussies door de Duitsers plaatsvonden, zag je dat mensen begrijpelijkerwijs gericht waren op zelfbehoud. Het was niet zoals in Litouwen, waar mensen zich vrijwillig aanmeldden om Joden neer te schieten. Dat gebeurde godzijdank nooit.

‘En in Nederland had je natuurlijk ook de ambtenarij die zijn werk deed en de taak had te identificeren en te registreren. Waardoor de nazi’s precies wisten in welk huis Joden woonden.

‘Er is een vreselijke foto die we uiteindelijk niet hebben gebruikt, maar je ziet daarop dat het zondagochtend is en gezinnen allemaal netjes gekleed op de stoep staan om naar de kerk te gaan. Ik denk ergens in de Plantagebuurt. En in het midden op straat zie je tegelijkertijd een groep Joden die naar de Hollandse Schouwburg wordt geleid.

‘Het gevoel, dat ik ook in de film probeerde over te brengen, is dat een joodse gemeenschap die onlosmakelijk verbonden was met de christelijke gemeenschap in Nederland, plotseling uit elkaar werd getrokken. En de mensen, lieve gezinnen in hun zondagse kledij, recht voor zich uit kijken of naar elkaar. En het is alsof deze groep van veertig of vijftig Joodse mensen in het midden, het is alsof ze niet meer bestaan... Het is heel pijnlijk.

‘Maar ik kan me gemakkelijk voorstellen dat dit precies zo was gebeurd in Groot-Brittannië, waar een lange traditie van welwillende tolerantie jegens Joden bestaat. En ook de Britse ambtenarij, die notoir neutraal is, zou zich waarschijnlijk hetzelfde hebben gedragen.’

Wilde u het daarom laten zien?

‘Ja, en ook omdat ik van jouw land houd en het gevoel heb dat het bijna een derde thuis voor me is.’

Waar komt die liefde voor Nederland vandaan?

‘In de jaren vijftig gingen we als we geld hadden, in de zomervakantie naar de Côte d’Azur. Maar als we niet zoveel geld hadden, gingen we naar Knokke. En daar regende het altijd! Dus maakten we veel autoritjes.

‘Ik herinner me dat we op zo’n regenachtige dag naar Delft gingen. En alles leek op een sprookje, zo volkomen stil, met spiegelende kanalen. We reden ook naar Den Haag en daar zag ik de zwanen op de Hofvijver.’ (Schama spreekt het in vloeiend Nederlands uit). ‘Het was zo dromerig. Ik zelf was opgegroeid in het verwoeste Londen, dus het maakte enorme indruk op me.

‘Later heb ik veel over de Nederlandse geschiedenis geschreven, ik leerde Nederlands, bestudeerde de Gouden Eeuw, en het verhaal was nog interessanter dan ik als kind vermoedde. De schaamte over rijkdom in de Gouden Eeuw. Daarover heb ik mijn boek Overvloed en onbehagen geschreven, zo fascinerend.

‘Een van de Franse filosofen beschreef Holland ‘als het China van Europa’. Dat lijkt een buitengewoon bizarre uitspraak, maar hij bedoelde dat het niet alleen is wat je ziet. Er is iets raadselachtigs, ingewikkelds en gelaagds.

‘Dus ik heb veel met Nederland. Overigens kende ik historicus Lou de Jong ook persoonlijk, hij kwam naar Harvard en daar heb ik hem min of meer onder mijn hoede genomen. Hij gaf een reeks lezingen.’

U spreekt deze zaterdag in De Balie in Amsterdam voor de Evelien Gans-lezing over antisemitisme. Wat is uw belangrijkste boodschap?

‘De belangrijkste boodschap is dat wanneer je denkt dat antisemitisme iets is dat allang tot het verleden behoort, dat niet zo blijkt te zijn. Er is een tweeduizend jaar lange geschiedenis van het gevoel dat Joden niet zoals andere mensen zijn. En daartegen moet constant worden gevochten.

‘Bijvoorbeeld het nazi-idee dat Joden dragers zijn van lichamelijke ziekten. En dat het daarom, als je ze doodt, net zoiets is als het uitroeien van ratten of kakkerlakken. Dat gaat terug tot de 2de eeuw voor Christus. De eerste verslagen van Joden die lichamelijke ziekten zouden dragen, komt van een gehelleniseerde Egyptenaar, die het verhaal van de Exodus herzag en zei dat de Joden het allemaal verzonnen hadden en dat het echte verhaal van de Exodus is dat ze uit Egypte verdreven werden omdat ze melaats waren, huidziekten en infectieziekten droegen.

‘En dat verhaal gaat ook over Joden die kannibalen waren en mensen opaten voor hun eigen rituelen. Dat heeft een geschiedenis die tweeduizend jaar teruggaat. Joden waren in de middeleeuwen vaak dokters, dokters die veel wisten over tegengif. En daarom ook weer werden gezien als gevaarlijk.’

Door de oorlog in Gaza en het optreden van het Israëlische leger tegen de Palestijnen neemt het antisemitisme verder toe.

‘Een groot probleem is dat Joden vaak op twee manieren worden gezien: als slachtoffer of als pestkop. Je hebt aan de ene kant de lijken van de gasdouche en aan de andere kant de gepantserde vuist van het Israëlische leger. Beide zijn vreselijke stereotypen.

‘Het probleem op dit moment, wanneer antizionisme verandert in antisemitisme, is dat Joden worden afgeschilderd als de ultieme imperialisten. De ultieme kolonisator. Maar de definitie van een imperialist, van een koloniaal, is dat je een ander thuis hebt om naartoe te gaan. Joden konden nooit ergens anders naartoe. Een kolonisator heeft geen organische culturele band met de plek waar hij woont. Terwijl, als we even nadenken over waar het Hebreeuws vandaan komt... Dat is niet Polen, Litouwen of Rusland.’

Hoe bestrijd je antisemitisme in deze tijd van anti-Israëlsentiment?

‘Door te onderwijzen. Daarom heb ik deze documentaire gemaakt, zonder dat het iets met Gaza te maken heeft. Want het is mogelijk om diep mee te leven met het lijden van de Palestijnen. Dat doe ik absoluut. Het IDF, het Israëliche leger, heeft vreselijke dingen gedaan die het naar mijn mening niet had mogen doen.

‘Maar je kunt tegelijkertijd een zionist zijn, wat ik ben en waarvoor ik me in het geheel niet schaam. Zionist zijn betekent voor mij geloven in het bestaansrecht van de staat Israël. Het betekent niet dat kolonisten het recht hebben om Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever plat te branden. Integendeel.

‘Maar het begint met onderwijs, dat je breed moet zien, en waarbij we manieren bedenken om mensen te bereiken. Het is onze verantwoordelijkheid om dat te doen, misschien hebben we dat niet goed genoeg gedaan.’

Neemt u uzelf op dat vlak iets kwalijk?

‘Ja, ik ga meer doen.’

U bent nu bezig met het langverwachte derde en laatste deel van De geschiedenis van de Joden, over de 20ste en 21ste eeuw.

‘Ik ben het aan het schrijven, het boek komt eind volgend jaar uit.’

Heeft u veel moeten herschrijven na de gebeurtenissen van 7 oktober en de Gaza-oorlog?

‘Het eerste stukje is een verslag van wat er nu speelt, maar wie weet wat er allemaal is gebeurd tegen de tijd dat het boek af is. Dus dan zal ik het waarschijnlijk moeten aanpassen.

‘Maar dit boek is niet anders dan de andere delen, in die zin dat ik niet wil dat het alleen maar een verhaal over een totale catastrofe is. Ik schrijf ook een hoofdstuk over de Amerikaanse componist en liedjesschrijver Irving Berlin die een Joods-Russische achtergrond had.

‘Het openingshoofdstuk, na het verslag over de huidige tijd, speelt zich af in Ethiopië, met de ontdekking van de Ethiopische Joden. Dat is geweldig om te schrijven, en het is goed voor mijn eigen gemoedstoestand om van de hele Joodse geschiedenis niet een soort snelweg naar Auschwitz te maken.’

In het dankwoord van het tweede deel van De geschiedenis van de Joden schrijft u dat er geen beter tegengif is tegen historisch pessimisme dan de glimlach van je jonge kleinkinderen.

‘Dat is helemaal waar. Het is ook aangrijpend, omdat je ze zo graag wilt beschermen. Ik ben bijvoorbeeld actief bezig met klimaatverandering. De regering-Trump wil steenkool nieuw leven inblazen en verbiedt elke ambtenaar om over klimaatwetenschap te praten. Daar word je wanhopig van, maar dan zie je je kleinkinderen met hun vrolijke menselijkheid, en... ja, dat is een fantastisch antwoord. Je wilt voor hen vechten.’

U bent 80 jaar, maar u lijkt actiever dan ooit.

‘Als je 80 bent, heb je twee keuzes. Een tweesprong, net als Hercules. Je kunt veel gaan golfen. Daar heb ik geen interesse in. Cruises maken: dat lijkt me een nachtmerrie, want je kunt niet van boord en wat als je al die andere mensen haat?

‘Of je wordt weer een soort tiener. Echt, er zit een soort gek in je die denkt: God, fuck it, ik doe wat ik wil. Wat heb ik te verliezen? Dus het is echt een soort tachtigjarige bevrijding. Het is opwindend. Het is soms gênant voor je vrienden en... je familie. (Schama barst in lachen uit). Maar je hebt een enorme energieboost en vrijheid. Ja, ik raad 80 zijn aan vanwege de vrijheid die het je geeft.’

Op 3/5 Simon Schama in Nederland om de tweede Evelien Ganslezing te houden in debatcentrum De Balie, Amsterdam. In deze jaarlijkse lezing ter ere van historica Evelien Gans (1951-2018) wordt verder gedacht over haar thema’s, zoals het Nederlandse jodendom en antisemitisme. Ook wordt The Road To Auschwitz die dag vertoond, om 17 uur. De documentaire is nu te zien op Videoland.

CV Simon Schama

13 februari 1945 Geboren in Londen

1966-1976 Fellow en hoofd van de studie geschiedenis aan Christ’s College, Cambridge

1976 Docent moderne geschiedenis aan Brasenose College, Oxford

1977 Publicatie Patriotten en bevrijders: revolutie in de Noordelijke Nederlanden, 1780-1813 (in 1989 in het Nederlands vertaald)

1980 Vertrekt naar de Verenigde Staten om te werken aan Harvard. Enige tijd later wordt hij aangesteld aan de Columbia University in New York.

1987 Internationale doorbraak met boek Overvloed en onbehagen over de culturele en sociale geschiedenis van de Nederlanden in de 17de eeuw

1989 Citizens, kroniek van de Franse Revolutie

1995 Landschap en herinnering

1999 De Ogen van Rembrandt

2000-2002 Presenteert de BBC-serie The History of Britain

2006 Presenteert Simon Schama’s The Power of Art

2013 De geschiedenis van de Joden. Deel 1: De woorden vinden, 1000 v.C.-1492

2017 De geschiedenis van de Joden. Deel 2: Erbij Horen, 1492-1900

2023 In gezonde staat, in vertaling verschenen bij Atlas Contact

Simon Schama woont in New York met zijn vrouw, de biologe Virginia Papaioannou. Ze hebben twee kinderen en vier kleinkinderen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next