Natuurlijk zou de liefde van Angela voor haar minnaar anders zijn als hij niet ziek zou zijn. Maar heel veel verschil zou dat niet maken, denkt ze. Dat ze wordt liefgehad, maakt het haar allemaal waard.
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
Angela (59): ‘Gisterochtend om half acht lag ik nog in bed toen ik het geluid van een appje hoorde. Ik reikte naar mijn telefoon en het bleek precies het bericht dat ik verwachtte en waar ik op hoopte. ‘Zal ik straks even langskomen?’ Een uur later belde hij aan. Ik zoemde de deur van mijn flat open en niet lang daarna stond hij voor mijn neus. Ik had inmiddels gedoucht en was aangekleed op mijn bh na, want zo vindt hij mij het leukst. Verder had ik niet per se aandacht besteed aan mijn uiterlijk en gewoon de witte ajourtrui aangeschoten die ik de dag ervoor ook aan had.
Twaalf jaar kennen we elkaar nu, onze aantrekkingskracht zit hem in meer dan alleen hoe we eruitzien. Al bij de eerste ontmoetingen was ik ondersteboven van de vragen die hij me stelde, de boeken die hij las. Maar het meest indrukwekkende vond ik dat hij iets in mij zag wat ikzelf noch anderen in mij hadden gezien, zelfs mijn ouders niet. Het klinkt bitterder dan ik bedoel, maar het was een verrassing dat ik het waard was liefgehad te worden. Hij trok zijn jas uit, we omhelsden elkaar, bleven zo een tijdje staan. De komende uren waren van ons.
In het begin waren we collega’s geweest, pas sinds drie jaar hadden we een relatie. Onmiddellijk na de eerste kus liepen we door naar de slaapkamer. Eerst bijkletsen of koffiedrinken doen we eigenlijk nooit. Met de gordijnen dicht kleedden we ons uit en gingen zo snel mogelijk in bed liggen, hij op zijn rug en ik op mijn zij ernaast en half boven op hem, om maar zoveel mogelijk van hem te kunnen voelen.
Op de een of andere manier voltrekt zich altijd een wonder als we naakt tegen elkaar aan liggen: ik ontspan en het is of deze plek hier, mijn eigen bed, op deze doordeweekse ochtend, met deze man, mijn bestemming is. Als dit de laatste keer was, laat het dan een mooie laatste keer zijn, dacht ik. Ik boog mijn gezicht naar hem toe, hij zag er minder moe uit dan een paar dagen eerder. Ik vroeg hoe het ging. ‘Goed’, antwoordde hij. ‘Minder moe dan een paar dagen geleden.’ ‘Ik heb keelpijn’, zei ik, ‘we moeten voorzichtig zijn, misschien niet te veel zoenen vandaag’. Maar hij antwoordde dat ik me geen zorgen hoefde te maken. De oncoloog had gezegd dat hij niet per se vatbaarder was voor verkoudheidsvirussen.
Zoals iedere keer praatten we zo een tijdje rustig verder, in dezelfde geruststellende taal als altijd. ‘Wat fijn hè. Ik ben zo blij. Wij samen. Wie had dat gedacht.’ Dat is genoeg om te vergeten dat hij ziek is, niet alleen voor mij maar ook voor hem. Dat zegt hij vaak, na afloop. ‘Je doet me vergeten dat ik ziek ben.’ Naarmate we langer zo lagen, gingen de woorden over in aanrakingen met eenzelfde warmte en kalmte. Snelle seks lukt allang niet meer, maar al het andere wel. Zoenen, strelen, voelen zijn van een aard die ik voordien niet kende. En ik ben toch al 59.
Als hij zou willen, zou hij morgen in aanmerking komen voor euthanasie. Twee soorten kanker razen door zijn lichaam. Maar hij stelt het einde telkens uit. ‘Ik hou van je’, zegt hij, ‘ik kan je nog niet missen, en als ik er niet meer ben blijf ik je vanaf boven beminnen en je retourtjes hemel sturen.’ Zo noemen we mijn orgasmen. Ik vraag me weleens af, zou het hetzelfde zijn als hij niet ziek was? Hij was twaalf jaar geleden nogal stoer, met veel vriendinnen en praatjes. Toen hadden we nog geen affaire. Die kregen we pas toen hij al ziek was. Ik ben zijn geheim, zijn vrouw vertelt hij drie keer per week dat hij een wandelingetje gaat maken.
Alleen zijn beste vriend weet van ons. Hij is degene die als het zover is mij gaat bellen en nu al zie ik die verdrietige vrouw voor me op de achterste bank in het rouwcentrum: dat ben ik. Dus maak ik nu het nog kan altijd tijd voor hem, wanneer hij laat weten dat hij eraan komt zeg ik al mijn afspraken af. Niet langer als de pleaser die ik vroeger was, toen ik vooral een man trouwde omdat hij de vakjes aanvinkte van mijn ouders: geld, goeie baan, mooi pak, goed nest en met wie ik 25 jaar een mismatch heb gehad.
Dit keer please ik uit liefde. Meestal zien we elkaar in de ochtend, dan heeft hij de meeste energie. Het contrast tussen de mooie momenten in bed en zijn ziekte is pijnlijk, maar minder pijnlijk dan je zou denken. Natuurlijk is onze liefde anders dan wanneer hem niets zou mankeren, maar ook weer niet zó anders. Ziekte is een constitutie, maar liefhebben doe je met het hart. Ik heb mijn man gevonden, na een leven lang te hebben gedacht dat de liefde aan mij voorbij zou gaan, laat ik me mijn geluk door niets ontnemen.
Daarbij: lijden hoort bij het leven, maar dat maakt de geluksmomenten niet minder intens. Ik denk zelfs weleens: nu hij ziek is, zal hij in ieder geval niet meer zo snel bij me weggaan. Natuurlijk zijn we ook verdrietig. Als ik vertel over mijn dochter die gaat trouwen bijvoorbeeld, beseft hij dat hij de bruiloft van de zijne niet zal meemaken. Maar dat belet me niet vrijuit te praten over alles wat me bezighoudt.
En natuurlijk zie ik weleens een traan over zijn wang, en hij over de mijne, en schrik ik als hij ineens langer dan een uur wacht met reageren op een berichtje, maar als ik eerlijk ben zie ik het nabije gedwongen afscheid als een gegeven. Hoe vaak heeft hij niet gezegd: als het te zwaar voor je is, kunnen we stoppen. Maar nee. Toen ik 16 was, raakte ik zwanger en ben ik zonder iemand iets te zeggen naar een abortuskliniek gegaan. Dat was zwaar.
Wanneer hij aan het einde van de ochtend vertrekt, kijk ik hem na vanaf de galerij. Vlak voor hij de lift ingaat zwaait hij naar me en dan nog eens als hij in de auto stapt en weer als hij de straat uitrijdt. Ik leg het bed recht en glimlach. De hele verdere dag.’
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Angela gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Natuurlijk zijn we voor deze zomer weer op zoek naar lezers die ons willen vertellen over hun vakantieliefde van ooit – alles tussen een flirt, een fling en een grote liefde – van lang of korter geleden, met een Nederlander op het strand of een vlam uit een ver land. We willen ook de lovers in kwestie aan het woord laten; zo nodig gaan we samen op zoek.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant