De Amerikaanse stereconoom Paul Krugman kraakt harde noten over president Trump, die met hoge importheffingen de wereldeconomie dreigt te ontregelen. En toch moet Europa geen handelsdeal sluiten, stelt Krugman, maar juist hard terugslaan. ‘Jullie hebben met ASML een sterke onderhandelingspositie.’
zijn economieverslaggevers voor de Volkskrant
Is Donald Trump een meesterstrateeg? Een president met een ingenieus plan dat misschien weinigen begrijpen, maar uiteindelijk een nieuwe Amerikaanse gouden eeuw ontketent? Eentje waarin de Verenigde Staten niet meer zoveel spullen importeren uit Mexico, Canada, China of Europa, maar weer meer in eigen land produceren?
Na honderd dagen van Trumps presidentschap weet Paul Krugman (72) het zeker: nee, dat is Trump niet. Hij pakt het juist helemaal verkeerd aan. Krugman kan het weten, want internationale handel is nu net het onderwerp waarmee hij in 2008 de Nobelprijs voor de Economie won.
Toch is hij bij het grote publiek niet zozeer bekend om zijn academisch werk, maar vooral door zijn bijdragen aan het publieke debat. Krugman was bijna 25 jaar lang columnist voor The New York Times en schreef tientallen boeken. Hij toonde zich daarin een meester in het terugbrengen van ingewikkelde economische onderwerpen tot begrijpelijke proporties.
Met lede ogen zag Krugman hoe Trump in april hoge importheffingen aankondigde, belastingen op goederen die in andere landen worden geproduceerd. Een heffing van 145 procent op sommige Chinese goederen, zoals Trump nu voorstelt, betekent dat de prijs van bijvoorbeeld een T-shirt van 10 dollar stijgt naar 24,50 dollar. Zo’n prijsstijging wordt vaak direct doorberekend aan consumenten.
Zulke heffingen zijn een ‘enorme shock’, zegt Krugman in Rotterdam, waar hij op uitnodiging van de Erasmus Universiteit een lezing houdt over wereldhandel. ‘De laatste keer dat de VS de heffingen zo fors verhoogden was in 1930, met de Smoot-Hawley Tariff Act. Toen ging het percentage van zo’n 3 naar 20 procent. Smoot-Hawley wordt door economen beschouwd als het toppunt van rampzalig beleid. Nu dreigt Trump voor sommige landen met nóg hogere percentages, in een tijd dat er nog veel meer wordt gehandeld. Dat maakt het effect tien keer zo groot als in de jaren dertig.’
Dat heeft een direct effect op de economie.
‘Er zijn Chinese schepen die onderweg waren naar de VS weer omgekeerd en teruggevaren. Sommige andere heffingen zijn gepauzeerd, maar niemand weet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Bedrijven stellen investeringen uit en mensen houden hun hand op de portemonnee. Trump kan de eerste persoon in de geschiedenis zijn die de Amerikaanse economie eigenhandig een recessie bezorgt.’
Hoewel Krugman voor Amerikaanse begrippen een linkse econoom is, was hij het grootste deel van zijn leven fel voorstander van vrijhandel. Daar profiteert uiteindelijk iedereen van, stelde hij destijds, want het leidt tot goedkopere producten en meer keuze voor consumenten.
Inmiddels is de econoom daar een beetje van teruggekomen. Handel is nog altijd goed, zegt Krugman, maar er kleven ook nadelen aan globalisering. Zo verliezen sommige Amerikanen of Europeanen hun baan, omdat de lonen in China of India lager liggen.
Wat kan Trump doen om de industrie terug te krijgen op Amerikaanse bodem?
‘Als je meer industrie wilt, dan moet je je eerst afvragen: wat willen we dan precies produceren? We gaan nooit meer terug naar een tijd waarin 30 procent van de beroepsbevolking in de maakindustrie werkt. Dat is ook niet nodig voor een modern land. We moeten bijvoorbeeld ook geen kleding willen produceren: dat is arbeidsintensief en niet belangrijk voor onze autonomie. Amerika moet wel andere zaken meer gaan maken: halfgeleiders, groene technologie, een beetje meer auto’s.
‘Fabrieken neerzetten en een industrie opbouwen is niet heel ingewikkeld, dat hebben we eerder gedaan. Trump hoeft voor inspiratie alleen maar naar zijn voorganger te kijken. Joe Biden had allerlei plannen om met subsidie de industrie aan te jagen. De Chips Act, Inflation Reduction Act en het Build Back Better Plan. Dat waren allemaal sterk nationalistische programma’s.’
De heffingen worden fel bekritiseerd door vrijwel alle economen. Hoe kan het dat het Witte Huis zich daar niets van aantrekt?
‘Trump leeft in een fantasiewereld. Hij doet nieuwsberichten over zijn lage populariteit of de stijging van boodschappenprijzen af als nepnieuws. En de mensen om hem heen zijn ja-knikkers. We lezen in de Amerikaanse pers steeds meer hoe het er in het Witte Huis aan toegaat. Het is een gepingpong aan besluiten. Het lijkt erop alsof het beleid van de VS, het machtigste land ter wereld, afhangt van wie er voor het laatst met Trump heeft gepraat. Trump en zijn mensen zijn clowns, en dat zou lachwekkend zijn, ware het niet dat deze mannen ook daadwerkelijk macht hebben.
‘De Republikeinse Partij heeft zich volledig achter haar leider geschaard, die zal niet rebelleren. De reactie van het bedrijfsleven valt me tegen. De techbazen zijn volgzaam. Kijk alleen al naar Jeff Bezos van Amazon, die doodsbang is wat Trump kan doen met zijn bedrijf.’
De aandelenkoersen doken omlaag, en dat geldt ook voor de waarde van de dollar. Er wordt openlijk gespeculeerd over rol van de VS in het financiële systeem. Is zulke schade nog te herstellen?
‘We hebben tachtig jaar lang een systeem opgebouwd waarin we met elkaar proberen te handelen met zo min mogelijk handelsbeperkingen. Het verhogen van die importheffingen zegt dus niet alleen iets over de geloofwaardigheid van de VS, maar ook over de manier waarop we de wereld met elkaar verbinden. En daarmee verscheurt hij ook de huidige economische wereldorde, waarin de VS een belangrijke rol spelen.
‘Zelfs als Trump morgen zegt: oeps, foutje, zelfs dan zal iedereen dit onthouden. En zelfs als Trump verdwijnt, dan zullen mensen nog steeds weten dat het Amerikaanse volk in staat is om zo’n leider te kiezen. Ik denk niet dat we onze positie op het wereldtoneel weer kunnen claimen zonder om te gaan met de erfenis van dit tijdperk. We hebben straks een soort waarheids- en verzoeningscommissie nodig om de Verenigde Staten te zuiveren van deze waanzin.’
Hoe moet de rest van de wereld omgaan met Trumps dreigementen? Sommige landen gaan direct naar de onderhandelingstafel, andere slaan met gelijke munt terug.
‘Ik zeg tegen de Europese Unie: doe geen concessies, sluit geen deals. Met Trump kun je geen afspraken maken. Hij is grillig en zijn beloften zijn niet langer dan een half uur houdbaar. Europa moet niet zelf de tarieven gaan verhogen, maar aan selectieve vergelding doen. Europa kan vrij veel invloed hebben op Trump. Zo wordt alle hoogwaardige apparatuur voor de productie van halfgeleiders hier gemaakt. Amerika is echt afhankelijk van ASML. Daarmee hebben jullie een sterke onderhandelingspositie. Dreig eens wat exporten te blokkeren. Dan is er een aanzienlijke kans dat Trump inbindt en dit allemaal tot een einde komt. De effectiefste tegenstander van Trump is Trump zelf. Hij doet van alles om zijn eigen geloofwaardigheid te vernietigen.
‘Wat je niet moet doen, is een deal sluiten. Als Trump een deal heeft, zal hij dat breed uitventen. Europa moet hem zo’n symbolische overwinning niet gunnen. Hij zal ermee de bevolking proberen te overtuigen dat hij heeft gewonnen. Het grootste gevaar is dat hij uiteindelijk zijn macht verder consolideert door te intimideren, misschien zelfs door de volgende verkiezingen te manipuleren. Zo’n situatie is niet ondenkbaar meer.’
Hoe gaat dit eindigen? Kan Trump zijn gang blijven gaan of komt er meer verzet?
‘We moeten onthouden dat Trump naarmate de tijd vordert steeds extremer wordt. Met zijn importtarieven. Met het uitzetten van Amerikaanse staatsburgers naar goelags in El Salvador. Ik volg het nieuws, maar je mag eigenlijk niet verwachten dat de gemiddelde burger dat allemaal zo nauwlettend bijhoudt. En juist daarom ben ik positief verrast hoe snel het nu gaat. Er wordt op dit moment aan Amerikaanse keukentafels gesproken over die deportaties. De desillusie is sneller gekomen dan ik had verwacht. Deze week bleek dat Trumps populariteit inzakt, nog maar ongeveer 40 procent van de burgers vindt hem een goede president. Dat percentage ligt nog wat lager, denk ik: mensen vinden het moeilijk om hardop uit te spreken dat ze ernaast zaten.
‘We zien ook steeds meer instituties zich verzetten. Universiteiten duwen terug en rechters blijven standvastig. Uiteindelijk zullen het de burgers moeten zijn die zich uitspreken. Ik hoop dat genoeg fatsoenlijke mensen van zich laten horen, hun afschuw uitspreken. Er zijn steeds meer protesten, waar honderdduizenden of misschien wel miljoenen mensen samenkomen. Het is een teken dat de ziel van Amerika nog niet verloren is.
‘De komende weken worden spannend. Dan zullen gewone mensen gaan merken dat er minder schepen uit China aanmeren. Spullen worden duurder, schappen raken leger. Dan kan het plotseling snel gaan. In de herfst verwacht ik dat de temperatuur echt is opgelopen: dan is er een full-blown panic. Wie weet leiden massaprotesten uiteindelijk tot een afzetting van de president. We zijn nu honderd dagen onderweg, maar Trump heeft nog meer dan 1.300 dagen te gaan. De vraag is: kan Amerika dat wel aan?
‘Misschien komt het niet zover en lachen we Trump het Witte Huis uit. Net als bij de Roemeense dictator Nicolae Ceaușescu. Die gaf eindeloze speeches, totdat mensen hem begonnen uit te lachen. Ik hoop dat we dat punt bereiken. Trump en zijn mensen zijn fundamentally ridiculous people. Eng, maar belachelijk. Ook ik probeer te blijven lachen. Galgenhumor is de enige manier om dit door te komen.’
1953 geboren op 28 februari in Albany, New York
1970 - 1974 studeert economie aan Yale
1974 - 1977 promoveert in de economie aan Massachusetts Institute of Technology (MIT)
1977 - 1984 assistant professor aan achtereenvolgens Yale en MIT
1982 - 1983 adviseur van president Ronald Reagan
1984 - 2015 professoraten aan MIT, Stanford, Princeton
2000 - 2024 columnist voor The New York Times
2008 Nobelprijs voor de Economie
2024 - heden nieuwsbrief met zo’n 375 duizend abonnees
Paul Krugman is getrouwd met econoom Robin Wells en woont in New York.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant