Home

Leren durven op het weerbaarheidskamp: vijf dagen en nachten in een oefensamenleving

Nu de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat, is een Stay Strong-kamp voor sommigen van hen een verademing. Niet de kille muren van een psychologenpraktijk, maar gezamenlijk in de bossen van Apeldoorn, vijf dagen lang. ‘Hier is alles anders, we kunnen plezier hebben.’

Een boterham met een ratjetoe aan beleg – een zwetende plak kaas, hagelslagmix en chocopasta – ligt op het bord van kampbegeleider Astrid Zwaag. Een cadeautje van de kampkinderen, die rood aangelopen wangen hebben van het lachen terwijl Astrid theatraal haar hoofd schudt. ‘Die durf ik niet te eten hoor.’

Voor de lunch hebben de kinderen op het Stay Strong-kamp geleerd over ‘helpende’ en ‘niet-helpende gedachten’ tijdens moeilijke situaties. ‘Denk eens aan helpende gedachten’, giert een blonde jongen. ‘Ja, kom op: je kunt het’, vallen de anderen hem bij terwijl ze met hun vuisten op tafel bonken, de melk klotst uit hun bekers. Gedreven door die ‘helpende gedachte’ neemt Astrid toch maar een hap.

Op de vakantiekampen van Stichting de Ster leren kinderen hoe ze weerbaarder kunnen worden. Geen overbodige kost nu de mentale gezondheid van jongeren onder druk staat. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut, blijkt dat, van de in totaal bijna 4.800 ondervraagde scholieren, 25 procent van de basisschoolleerlingen en 35 procent van de middelbare scholieren in 2022 kampte met mentale problemen.

‘We zien gelukkig wel dat steeds meer ouders bij ons aankloppen voor preventieve hulp. Er hoeft nog geen grote problematiek te zijn om ermee aan de slag te gaan’, vertelt directeur Merel Nederend aan een picknicktafel op het kampterrein. De kinderpsycholoog staat sinds drie jaar aan het hoofd van de stichting.

Nee zeggen

De Ster heeft de afgelopen twintig jaar zo’n negenduizend kinderen tussen de 7 en 17 jaar onder haar vleugels genomen. Op het kamp werken ze aan hun sociaal-emotionele vaardigheden, bijvoorbeeld om ‘nee’ te leren zeggen of om vrienden te maken. Dit keer zijn ze neergestreken in de bossen van Apeldoorn met 24 kinderen tussen de 12 en 16 jaar en 15 vrijwillige begeleiders.

De Als-Je-Maar-Jezelf-Band gaat op de stoelen staan om onder begeleiding van luchtgitaren het kamplied in te zetten. Tijdens ‘de chilltijd’ vliegen de frisbees door de stralend blauwe lucht, terwijl de kampleiding met elkaar de draak steekt. Het ruikt er naar de zonnebrand en limonade. Voor de willekeurige voorbijganger die zich afvraagt waar het kabaal in de normaal gesproken zo serene bossen vandaan komt, lijkt het op een doorsnee vakantiekamp met jolige kinderen.

Maar naast die lang-leve-de-lolmentaliteit op het kamp, is de reden dat de kinderen hier zijn vaak minder leuk. Brugklasser Magali is voor de tweede keer mee. Op school heeft ze het niet altijd fijn. Ze zit soms huilend op de fiets terug naar huis. ‘Ik heb het gevoel alsof ik mezelf niet kan laten zien. Ik trek me alles heel erg aan.’

Ze slaat een arm om de schouders van Lisa, haar beste vriendin hier, die dat gevoel maar al te goed kent. ‘Ik word gepest op school, maar heb hier geleerd om mijn emoties beter te controleren en ik leer hier om vrienden te maken.’ Magali: ‘Ja, nu op kamp is alles anders: we kunnen hier plezier hebben.’ Achter een grote glimlach komt een slotjesbeugel tevoorschijn.

Heftig maar luchtig

'Plezier is de basis op kamp’, zegt directeur Merel Nederend. ‘Het gaat om heftige onderwerpen, maar we houden het luchtig. Er is een sfeer voor kwetsbaarheid, maar we blijven er niet in hangen.’

Het kamp is een wereld van verschil vergeleken met de vier muren van de praktijkkamer, wat volgens Nederend precies de reden is dat De Ster werkt. ‘Tijdens reguliere therapie leer je kinderen manieren aan die ze kunnen gebruiken in hun dagelijks leven. Als ze na een uurtje de deur uitlopen, moeten ze het zelf doen. Hier ben je een week lang ‘hun leven’, waardoor je ze gelijk onder begeleiding kan laten oefenen in alledaagse situaties. We zijn een oefensamenleving.’

De kinderen op dit soort kampen hebben wel ouders die aan de bel kúnnen trekken: voor vijf nachtjes op het Stay Strong-kamp moet 745 euro worden betaald. Zijn dit soort weken dan niet slechts voor een kleine, bevoorrechte groep? Nederend: ‘We werken met vermogensfondsen. Daardoor kunnen we kinderen gratis kampen aanbieden. Iedereen kan zich daarvoor aanmelden. Toch weten de gezinnen die ons het hardst nodig hebben, ons helaas vaak niet te vinden.’

Uit de comfortzone

Nadat de Als-Je-Maar-Jezelf-Band een toegift heeft gespeeld, gaan de kinderen in groepjes aan de slag met het maken van hun eigen film. Floris (13) heeft voor zijn rol met zwarte marker een krullend snorretje op zijn gezicht gekliederd, al kan hij over die rol nog niet te veel loslaten. Hij is voor de derde keer mee. ‘Ik leer hier om uit mijn comfortzone te komen. Je doet op het kamp dingen die je normaal nooit zou doen. Door het kamp durf ik meer.’

Volgens directeur Merel Nederend is dat ook precies de bedoeling van het maken van de film: ‘We rekken daarmee hun sociale norm op. Je doet misschien iets geks in je rol, maar wat maakt het uit?’

Voor een groot deel van de groep is het niet de eerste keer dat ze meegaan op kamp. Je zou hopen dat de kinderen het kamp de volgende meivakantie niet meer nodig hebben, maar volgens begeleider Johan Schonebaum zit dat anders in elkaar. ‘Zelfontwikkeling is een doorgaans proces. Naarmate de kinderen ouder worden, ontwikkelen ze ook nieuwe leerdoelen.’ Magali kan er in ieder geval nog geen genoeg van krijgen. ‘Als ik later groot ben, wil ik hier begeleider worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next