Home

Randstedelijke toeristen herkennen wij direct: die gaan zwemmen zonder eerst om zich heen te kijken

is socioloog en columnist van de Volkskrant.

Ik begin met aftellen op Nieuwjaarsdag. Dan is het nog zeventien weken. Anderen starten meteen op 1 september maar dan duurt het nog zo eindeloos lang voor het buitenbad weer open gaat dat ik alle hoop zou laten varen. Op een rustig moment zwemmen in het openluchtbad – er is weinig waarvan ik meer geniet. ’s Winters zwem ik overdekt; dat doe ik omdat het goed voor me is. Buiten daarentegen zwem ik voor mijn plezier. In plaats van Sky-radio, geschreeuw en een benauwd klimaat heersen hier frisse lucht en stilte. Zwemmend op mijn rug zie ik ooievaars en ganzen overvliegen. Aan natuurwater, met vissen en planten, waag ik me niet; opgegroeid met het Sportfondsenbad-West is zwemwater voor mij doorzichtig lichtblauw.

Sinds deze week mogen we weer. De eerste keer is een soort reünie. Opgelucht stel ik vast dat veel medezwemmers van vorig jaar van de partij zijn. Zwemmen is namelijk in hoge mate vertier van ouderen; velen van ons nemen de ‘luie’ trap. Vrouwen zijn in de meerderheid. (Ik onderdruk de gedachte dat gemeenten om die reden buitenbaden zien als een makkelijke bezuinigingspost. Van de 785 openbare baden in 1988 resteren er nog 619, waarvan vele in gevaar verkeren.)

Zwemmen is een inclusieve sport. Dik, dun; gezond, ongezond; sterk, zwak; jong, oud; man, vrouw – maakt niet uit. Ik hervond na een borstamputatie mijn kracht in het zwembad; anderen hebben gewichtloos minder last van hun pijnlijke gewrichten. Glijdend door het water spoelt bovendien het brein leeg. Iedereen voelt zich na afloop herboren.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dat er in het Almense Berkelbad, waar ik uit mijn stadje heen fiets, veel ouderen zwemmen is wat mij betreft de ware democratie. Als jonge hoofdstedelinge moest ik voor een bezoek aan het De Mirandabad moed verzamelen; hier houdt men rekening met elkaar. Dineke, bijna 90, mag met haar rollator tot de badrand. Omdat ze zich sedert een herseninfarct onzeker voelt, loopt een van de jonge medewerkers geduldig een half uur lang met haar mee. Baantje heen, baantje terug. Als mijn handdoek dreigt nat te regenen, dalen ze af uit hun uitkijktoren om hem binnen te leggen. Anders ook dan in Amsterdam hier geen bierflesjes op de bodem, geen bebloede tampons in het badhokje, geen blikjes in het gras.

Randstedelijke toeristen herkennen wij direct: die gaan zwemmen zonder eerst te kijken of ze in iemands baan zitten. Hun kinderen springen van de kant ongeacht of er onder ze iemand passeert. Wij kijken elkaar dan afkeurend en tegelijk zelfgenoegzaam-tevreden aan, wetend: als het morgen geen weer is om te zonnebaden komen zij niet. Zelden ook zwaait hier een he-man in neonkleurige minislip op de kant demonstratief armen en schouders los alsof hij de honderd vrij onder de minuut moet halen.

En ik heb nog niemand betrapt op de onlangs in deze krant beschreven augmented reality goggles, een zwembril met ingebouwde computer die onder meer tempo, hartslag en afstand meet. Enkele voorlijke types houden hun prestaties bij met een smartwatch, de meesten tellen zelf hun baantjes. Ik kijk naar de klok aangezien ik bij het banentellen steevast de tel kwijt raak.

Tijdens de hittegolven van de afgelopen jaren bewezen de buitenbaden hun onmisbaarheid als publieke voorziening ruimschoots. Zo’n 1200 baders meldden zich op hete dagen aan de kassa. Zelfs wij zwemliefhebbers, te verwend om in die drukte te water te gaan, zagen met genoegen – mits het niet te vaak gebeurt – hoe piepjong en stokoud massaal genoten van een verfrissende duik. Mooie bezoekersaantallen bevorderen bovendien het voortbestaan van ons bad. Dachten wij.

Totdat vorige week de gemeente Lochem, waar Almen onder valt, bekend maakte dat zij de aanstaande onderhoudsbeurt wil misbruiken om ons eenvoudige maar volwaardige bad om te vormen tot het soort hotelspeelbad – klein en ondiep – waarin serieus zwemmen onmogelijk is en kinderen geen zwemdiploma kunnen halen. Ook het veilig-afgescheiden ondiepe met glijbaan voor de kleintjes en het extra diepe deel met twee springplanken waar de jeugd de fraaiste salto’s oefent, werden van achter de computer gedeletet.

Het Berkelbad is decennia terug door de dorpsbewoners geïnitieerd, uitgegraven en grotendeels bekostigd; later nam de gemeente het over. Die gemeente dreigt hen en vele anderen nu hun plezier, sociale contacten en gezonde beweging te ontnemen. Het dorp is in opstand. Ons bad moet blijven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next