Michael Schumacher versus Ayrton Senna beloofde begin jaren 90 een van de grootste rivaliteiten in de Formule 1 te worden, totdat op 1 mei 1994 het noodlot toesloeg voor Senna tijdens de GP van San Marino. Velen die deze periode in de Formule 1 van dichtbij meemaakten, omschreven dit tijdperk als een van de bruutste, met veel politiek en technisch gekonkel. Zo lag Benetton vrijwel het hele jaar onder een vergrootglas vanwege verdenkingen van regelovertredingen. Daarnaast droegen de gevechten van Schumacher en Senna bij aan de verhaallijn dat er onderlinge wrok zou zijn. Zo klaagden ze allebei gretig over het rijgedrag van de ander tijdens hun onderlinge gevechten.
Jonathan Wheatley, tegenwoordig teambaas bij Sauber, houdt er een andere visie op na door wat hij achter de schermen heeft gezien. Hij zat in 1994 in zijn vierde jaar als monteur bij Benetton, waar hij aan de auto van Schumacher werkte, en zo dus een uniek inkijkje kreeg in hoe het er aan toe ging. "Er was een soort voortdurende relatie in 1994, waarbij Michael een poletijd reed, waarna Ayrton uit de pits zou komen en ik hem het pitbord met Michaels tijd liet zien", vertelt hij in de F1-podcast Beyond the Grid.
"Hij opende zijn vizier, schudde zijn hoofd en sloot hem weer. Hij ging de baan op, reed sneller dan Michael en keek daarna naar mij op de pitmuur alsof hij wilde zeggen: 'Wel, waar staat mijn tijd op het pitbord?' Er was een soort camaraderie waar mensen zich misschien niet bewust van zijn. Je bent niet alleen in een hevige concurrentiestrijd verwikkeld met mensen, je schuurt tegen ze aan."
De crash van Rubens Barrichello op de vrijdag in Imola.
Foto door: Photo 4
In de dagen voor het noodlottige ongeval van Senna kwam de onderlinge band met Schumacher al aan de oppervlakte te liggen door de zware crash van Rubens Barrichello op vrijdag en het dodelijke ongeval van Roland Ratzenberger op zaterdag. Die zorgden al voor een brute herinnering aan de risico's die de autosport met zich meebrengt. Dat gebeurde in een F1-wereld die er heel anders uitzag voor personeel in de paddock: er was geen avondklok die de werkuren van het personeel beperkte en onder jonge monteurs heerste een work-hard-play-hard-ethiek. Imola 1994 liet dan ook zijn sporen na bij Wheatley. "Dat was het slechtste weekend dat ik me kan herinneren. Ik kan me de emoties nog herinneren", zei hij.
"Ik heb veel dingen van 1994 bewaard, want voor mij als jonge man was dat een belangrijk keerpunt. Ik kan me herinneren hoe [hoofdmonteur] Mick Cowlishaw naar me toe kwam en zijn hand op mijn arm legde om me te vertellen dat hij [Senna] was overleden, omdat hij onze relatie kende en wist hoe ik erover dacht", vervolgde Wheatley. "Dat weekend zat vol met vele dingen. Eerst Rubens' crash, waarbij hij zijn handen voor zijn gezicht hield op het moment van de impact. Dat beeld is ongelofelijk, het laat het mens zien dat in de auto zit. Daarna kwam Roland. Ik herinner me dat ik het op tv zag en meteen begreep dat dit geen normaal incident is, maar juist heel ernstig was."
"Vervolgens bleef JJ [Lehto] staan op de grid en de enorme impact daarna zorgde voor een rode vlag. Daarna verloor [Michele] Alboreto zijn wiel in de pits. De wielmoer raakte mijn hoofdmonteur en sneed in zijn been. Het wiel belandde in de pitbox van Lotus, waar ook iemand werd geraakt... En toen was er het incident van Senna", aldus Wheatley. "We wilden niet in het vliegtuig stappen. Ik weet nog dat we in stilte in de lounge op de luchthaven zaten. De jongens van Williams hadden het nieuws over Ayrton net gehoord en niemand wilde met het vliegtuig gaan. Want: 'Wat is het volgende dat gaat gebeuren?'"
Source: Motorsport