In een op de vijf gemeenten kost een bestaande koopwoning gemiddeld meer dan 550.000 euro. Bloemendaal en Laren zijn de duurste plaatsen om een huis aan te kopen, blijkt uit cijfers van het Kadaster.
De gemiddelde prijs van een koophuis kwam in het eerste kwartaal uit op 470.000 euro. In dezelfde periode vorig jaar was dat nog 432.000 euro, wat een stijging van 9 procent betekent.
Volgens het Kadaster zijn de prijzen gestegen vanwege de woningkrapte. Verder zijn de mogelijkheden om een koophuis te financieren verbeterd, aangezien de rente is gedaald en veel mensen inmiddels een flinke loonsverhoging hebben gekregen. Dat geeft kopers meer ruimte.
De prijzen van bestaande koopwoningen bereikten in juli 2022 een piek. Daarna sloeg die trend om en daalde de prijsindex. Maar sinds juni 2023 is er weer sprake van een stijging.
Het Kadaster registreerde verder bijna 51.500 woningtransacties. Dat is zo'n 16 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Sinds 2021 waren er in het eerste kwartaal niet zo veel woningen die van eigenaar wisselden. Toen zorgde de verandering van de overdrachtsbelasting voor een recordaantal transacties door starters.
Het is opvallend dat het aantal transacties is gestegen in een tijd waarin veel economische onzekerheid heerst en het vertrouwen onder consumenten afneemt. Dat heeft meestal ook zijn weerslag op de woningmarkt, maar in het eerste kwartaal was dit nog niet aan de orde.
Volgens econoom Nic Vrieselaar van Rabobank is er nog steeds veel vraag naar woningen. "En het aanbod neemt ook toe, nu we zien dat voormalige particuliere huurwoningen te koop staan. Dat is vooral in grote steden het geval."
De Rabobank-econoom benadrukt dat de krapte op de woningmarkt nog steeds erg groot is. "Er is meer aanbod, maar de vraag is nog steeds groter. Verder zijn mensen meer gaan verdienen vanwege de forse loonstijgingen. Daarom wordt ook veel overboden."
Source: Nu.nl economisch