Home

Rechtvaardigt sluiting Vredestein een bedrijfsbezetting?

is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Vredestein dankt zijn naam aan de tuinderij Vredestein in de Haagse wijk Loosduinen, waar het rubberbedrijf van toen acht mensen zich in 1909 vestigde. Hier werden tennisballen, laarzen en de binnenballen voor voetballen gefabriceerd.

Uiteindelijk zou het bedrijf uitgroeien tot een icoon dat in de jaren zeventig vooral auto- en fietsbanden produceerde. Verspreid over het hele land kwamen er vestigingen waar op het hoogtepunt 4.600 mensen werkten. Bij de industriële teloorgang na de oliecrisis in 1976 werd door de na-oorlogse eigenaar B.F. Goodrich besloten de oorspronkelijke vestiging in Loosduinen (550 werknemers) te sluiten. Het leidde tot massale woede. Het bedrijf werd bezet door vakbondsleden. Het gemeentebestuur knikte instemmend: ‘De grote ongerustheid van het personeel die hieruit spreekt, bestaat ook bij ons.’

Loosduinen werd niet gered. Maar de werknemers maakten duidelijk dat ze niet over zich heen lieten lopen. Er waren in dat decennium vele geruchtmakende bedrijfsbezettingen nadat sluitingen waren aangekondigd, zoals die bij Enka in Breda, Philips USFA in Eindhoven en broodfabriek Kempenland. Toenmalig minister van Economische Zaken Gaius de Gaay Fortman noemde de bedrijfsbezetting ‘bij sluitingen gerechtvaardigd’. En in vele gevallen konden op die manier ook bedrijven worden doorgestart, zoals delen van Van Gelder Papier, Ogem, Koninklijke Scholten-Honig en RSV.

Vrijdag werd bekend dat Apollo Vredestein in Enschede wordt gesloten, het laatste deel van het Vredestein-concern. Vijfhonderd werknemers worden op straat gezet, omdat de Indiase eigenaar liever wil produceren in een goedkoop lonenland zoals Hongarije waar goedkoop Russisch gas en staatssteun beschikbaar is. Er heerst in Enschede eerder gelatenheid dan actiebereidheid. Hetzelfde geldt eigenlijk bij Tata Steel in IJmuiden, ook in handen van een Indiaas bedrijf, waar eerder deze maand het ontslag van 1.800 mensen werd bekendgemaakt.

Het staat in schril contrast met de strijdvaardigheid van Farmers Defence Force tegen het stikstofbeleid. De toegang tot hele steden werd met tractoren onmogelijk gemaakt en raadhuispleinen werden volgespoten met gier. Er werd schande over gesproken. Maar het gevolg was de oprichting van een politieke partij die nu een sleutelrol heeft in het kabinet. Er zijn miljarden beschikbaar voor de uitkoop van 1.800 boeren (2,5 miljoen per boer) in kwetsbare gebieden, terwijl de 1.800 overbodige werknemers bij Tata al na anderhalf jaar WW in de bijstand dreigen te belanden. Morgen is het 1 mei, de Dag van de Arbeid. Er zijn nog vakbonden en een politieke partij met Arbeid in de naam. Maar die zijn net zo stil als katholieken tijdens de Heilige Mis.

Vredestein is een innovatief bedrijf dat met de ontwikkeling van steeds stillere banden voor wegverkeer en banden met diameters van 2,30 meter voor landbouwvoertuigen zijn bestaan heeft bewezen. De banden voor de wielrenfietsen van Leontien van Moorsel werden daar gemaakt. Er werd research gedaan voor de winning van rubber uit paardenbloemen.
Eigenlijk is het een bedrijf dat Nederland moet koesteren.

In Enschede zouden vakbonden en andere betrokkenen moeten laten zien dat de industrie in actiebereidheid niet voor de landbouw onderdoet. Een bedrijfsbezetting zou de goedkeuring krijgen van de ministers van toen. Hopelijk ook van die van nu.

Het zou jammer zijn als van het merk alleen nog de Haagse Laan van Vredestein resteert.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next