Home

Nederlandse huizen onbetaalbaar? In andere EU-landen is het nog erger

Niet alleen in Nederland worden woningzoekers moedeloos, in sommige andere EU-landen zitten ze ook met de handen in het haar. Zo zijn de huizenprijzen in Hongarije en Portugal de laatste jaren bijna dubbel zo hard gestegen als hier, meldt ABN AMRO.

De bank deed onderzoek naar de Europese woningmarkt en zag dat huizen in sommige EU-lidstaten nog minder betaalbaar zijn dan in Nederland. Daarbij keken de onderzoekers naar onder andere inkomens, transactieprijzen en hoeveel eigen geld je moet meenemen.

Als het gaat om prijsstijgingen in de afgelopen tien jaar, staat Nederland van alle 27 lidstaten op de 7e plaats. Gecorrigeerd voor inflatie zijn de Nederlandse huizenprijzen in die periode met 48 procent gestegen.

Hoewel Nederlandse huizenkopers dus dieper in de buidel moesten tasten, kregen Hongaren en Portugezen een stijging van respectievelijk 80 en 85 procent voor de kiezen. De prijsstijgingen in de twee landen zijn uitschieters, al werden koophuizen in bijvoorbeeld Litouwen, Slovenië en Kroatië ook ruim de helft duurder.

Nederland valt wel uit de toon als je alleen naar buurlanden kijkt. De stijging in Duitsland en België bleef in de afgelopen tien jaar beperkt tot respectievelijk 14,1 en 6,8 procent. In sommige EU-landen was zelfs sprake van een daling, zoals in Finland en Italië.

Nederland kent ook een andere negatieve uitschieter: de huizenprijzen stijgen hier veel harder dan de inkomens. In de eerste vijftien jaar van deze eeuw ging het redelijk gelijk op. Maar in de laatste tien jaar schieten de huizenprijzen veel harder omhoog dan de inkomens, die ruim 30 procent achterblijven. Daarmee is Nederland de nummer twee van de EU.

Dat koophuizen duurder worden, komt volgens ABN AMRO vooral door hogere lonen en een lagere hypotheekrente. Een groeiende bevolking of een beperkt aantal vergunningen is minder van belang, bijvoorbeeld doordat een vergunning niet altijd betekent dat een woning er ook komt. Zo speelt in Nederland het stikstofprobleem een rol, waardoor een deel van de bouwprojecten op pauze staat.

De bank keek ook naar de betaalbaarheid van woningen. Daarbij vergeleken de onderzoekers de prijzen met het gemiddelde inkomen per huishouden. En wat blijkt: Nederland doet het daar nog best goed.

Zo zijn tweeverdieners gemiddeld zes keer hun jaarinkomen kwijt aan een doorsneewoning met drie slaapkamers. Hierbij gaat ABN uit van een inkomen van netto 84.400 euro per koppel.

Daarmee is Nederland de nummer vier van de EU. Zoals je in de staafdiagram hieronder kunt zien, zijn alleen in Ierland, Finland en Zweden woningen betaalbaarder. In veel landen moeten tweeverdieners zeker tien keer hun gemiddelde inkomen neertellen. Met zeventien keer het jaarinkomen spant Luxemburg de kroon.

Voor alleenstaanden is de situatie een stuk moeilijker. Zij moeten uitgaan van 8,5 keer het gemiddelde jaarinkomen (netto 38.400 euro) voor een woning met één slaapkamer. Maar ook daarmee is Nederland nog altijd nummer 6 van de 27.

Volgens ABN-onderzoeker Mike Langen is het in een aantal EU-landen haast ondoenlijk om zonder hulp een woning te kopen. Daarbij gaat het vooral om steun van ouders, bijvoorbeeld via een gift of een lening.

Een extra beperkende factor is dat kopers in sommige landen tot wel 40 procent van het aankoopbedrag niet mogen gefinancierd met een hypotheek. In Oost-Europa zijn er volgens Langen zelfs landen waar het volledig zonder hypotheek moet. "Daar is het vaak een familieproject."

Doordat er in veel EU-landen problemen op de woningmarkt zijn, heeft de in december aangetreden Europese Commissie voor het eerst een Eurocommissaris voor Huisvesting. Die sprak eerder dit jaar van een crisis.

Inmiddels is er een commissie samengesteld. Deze commissie bekijkt hoe de problemen op de Europese huizenmarkt kunnen worden opgelost. Begin 2026 moet hier een rapport over verschijnen. De vraag is wat Brussel precies kan doen, aangezien de verantwoordelijkheid voor huisvesting bij nationale overheden ligt.

Uit het onderzoek blijkt ook huizenkopers nergens zoveel fiscale steun krijgen als in Nederland. Daarbij gaat het om onder meer de hypotheekrenteaftrek, waar woningbezitters al sinds jaar en dag van kunnen profiteren.

Die steun komt neer op 1,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is drie keer zoveel als bij nummer twee Zweden en zes keer zoveel als bij nummer drie Luxemburg.

Hoewel Nederland volgens sommige woningmarktspecialisten de hypotheekrenteaftrek beter kan verlagen of afschaffen, is dat nog niet zo makkelijk. Volgens ABN vergroot dit de kans op een daling van de huizenprijzen en problemen bij het betalen van de hypotheek.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next