Home

Cryptomijnen in een land onder hoogspanning

In Ethiopië heeft de helft van de bevolking geen stroom aan huis. Krottenwijken draaien op dieselaggregaten. 

Toch biedt het land de goedkoopste stroom uit Afrika. In hoofdstad Addis Abeba wordt ruim baan gemaakt voor buitenlandse investeerders. 

Crypto-investeerders openen energieslurpende bitcoinboerderijen, terwijl in Ethiopië oorlog woedt en de Verenigde Staten hulp stopzetten.

Door Bram Vermeulen

Fotografie Sven Torfinn

Ergens buiten de hoofdstad van Ethiopië, de locatie moet om veiligheidsredenen geheim blijven, klinkt een hels kabaal. Alsof er honderden stofzuigers tegelijk zijn aangezet. ‘Dit is het geluid van thuiskomen’, zegt Nick Quivooy, met een brede glimlach onder zijn honkbalpet. Zijn neus en nek kleuren rood van de ochtendzon. Hij is twee dagen eerder aangekomen uit Wormerveer, Noord-Holland. Dit is zijn eerste keer in de Hoorn van Afrika.

Nick Quivooy bij de bitcoincomputers op een industrieterrein buiten hoofdstad Addis Abeba.

Het kabaal komt van de veertienhonderd computers die onder een dak van golfplaten staan te puffen in een walm van warme lucht. De computers zijn aangesloten op het wereldwijde bitcoin-netwerk. Ze maken dag en nacht energieslurpende berekeningen om een cijfercombinatie te raden die het algoritme van bitcoin heeft bedacht. Iedere tien minuten raadt een computer ergens in de wereld die combinatie. De eigenaar wordt beloond met 3,125 bitcoin. Digitale goudzoekers.

De bitcoinboerderij aan de rand van Addis Abeba telt veertienhonderd computers.

Buiten het industrieterrein plukken vrouwen met gekromde ruggen vlas van het land. Een puberherder jaagt zijn koeien onder de gespreide benen van een elektriciteitspaal door. De gaten in zijn spijkerbroek zijn zo groot als zijn knuisten.

Twintig cryptobedrijven uit vier continenten zijn in een zoektocht naar goedkope stroom in Ethiopië neergestreken. Chinezen, Russen, Amerikanen, Venezolanen, Nederlanders. Ze komen in een lange traditie van avonturiers op zoek naar fortuin in Afrika. Moderne David Livingstones. ‘Ethiopië is hot. Trending in de cryptowereld’, zegt Quivooy. ‘We betalen hier nog geen 10 procent van de prijs in Nederland.’ In zijn universum, planeet bitcoin, is goedkope stroom kassa.

De bitcoinboerderij bij de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba wordt gerund door een Duits bedrijf, dat eerder actief was in Paraguay, Georgië, de Verenigde Staten en Dubai. ‘Bitcoinminers gaan altijd waar de beste omstandigheden zijn. En die kunnen nog weleens veranderen’, zegt gastheer Lucca Infeld, geboren in Oostenrijk, in T-shirt en honkbalpetje.

Dat is een understatement. De lijst van landen die bitcoiners in de afgelopen jaren de deuren hebben gewezen groeit even hard als het bitcoin-netwerk zelf. In China stond tot vier jaar geleden driekwart van alle bitcoinfarms ter wereld, totdat het land de hele industrie verbood. Toen de bitcoinminers uitweken naar Kazachstan, leidden hun activiteiten tot landelijke stroomuitval en massaprotesten. Behalve Kazachstan is het cryptomijnen streng verboden in landen als Nepal, Irak, Koeweit, Kosovo, Algerije, Angola en Venezuela.

In de krottenwijken rond de hoofdstad brommen de dieselaggregaten.

In Ethiopië heeft de helft van de inwoners geen stroom aan huis. In de krottenwijken rond de hoofdstad brommen 24 uur per dag de dieselaggregaten. ‘Natuurlijk is dat ook iets waar ik veel over heb nagedacht ’, zegt Quivooy. ‘Ik ben wel van mening dat de infrastructuur die we opbouwen juist kan bijdragen aan het aanleggen van stroom. Ook voor de bevolking.’ De miners betalen een hoger tarief voor hun stroom dan Ethiopiërs. Dat leverde het nationale energiebedrijf (EEP) tot nog toe 55 miljoen dollar op.

Maar het Ethiopië waarin de bitcoiners zijn terechtgekomen, staat onder hoogspanning. Twintig miljoen Ethiopiërs hebben dringend voedselhulp nodig, als gevolg van de conflicten binnen en over de grenzen. Miljoenen anderen zijn ontheemd en zitten door het stopzetten van USAID door de regering-Trump ook zonder hulp.

‘Zolang hun activiteiten binnen de Ethiopische wet vallen, zijn bitcoiners welkom’, zegt Zeleke Temesgen, hoofd van de Ethiopische Investeringscommissie. Temesgen is een stijve man met een hoog voorhoofd die zijn ogen achter een zonnebril verbergt. Over het wegvallen van internationale hulp wil hij niks zeggen, alleen over de crypto-investeerders. ‘Zolang wij ervan kunnen profiteren en iedereen anders profiteert, zijn we blij.’

Temesgen staat op de bovenste verdieping van het nog in aanbouw zijnde gebouw van de Investeringscommissie. Beneden ligt het stadscentrum van Addis Abeba, dat in de afgelopen maanden is veranderd in een reusachtige bouwplaats die ‘het pronkstuk van Afrika’ moet worden, een magneet voor buitenlandse investeerders.

Krotten in het centrum van Addis Abeba worden geruimd om plaats te maken voor wolkenkrabbers.

De krotten worden geruimd. Tussen het puin groeien de wolkenkrabbers tot in de hemel. Dubai in de Hoorn van Afrika. Op de 24ste verdieping van de betonnen skeletten balanceren bouwvakkers op steigers van hout, bijeengehouden met spijkers. De piramidebouwers van Addis Abeba, uitvoerders van het welvaartsevangelie van premier Abiy Ahmed. Nieuwe wegen, parken, musea, een paleis voor de premier. ‘Er is hier een wonder geschied’, zegt commissaris Temesgen. ‘Al die nieuwe gebouwen, die renovaties, allemaal vanwege onze premier.’ De metamorfose van Addis moet een voorbeeld zijn voor de rest van het land. Een land in oorlog.

Brede fietspaden maken deel uit van de metamorfose van de hoofdstad. Elektrisch rijden en fietsen wordt gestimuleerd.

De machtsstrijd die premier Ahmed voerde tegen zijn politieke rivalen kostte in de noordelijke regio Tigray tussen 2020 en 2022 volgens sommige berekeningen aan zeshonderdduizend Ethiopiërs het leven. Op nog geen 100 kilometer buiten Addis Abeba vecht het regeringsleger nog steeds tegen milities in de Amhara-regio.

De stroom is in Ethiopië zo goedkoop vanwege de liefst elf waterdammen, die de stroom met het water van de Blauwe Nijl en waterkrachtcentrales genereren. De grootste en meest omstreden is de Grand Ethiopian Renaissance Dam, het grootste infrastructuurproject van Afrika, die Ethiopië op voet van oorlog heeft gebracht met het stroomafwaarts gelegen Egypte en Soedan. Vanwege Ethiopiës langgekoesterde droom van toegang tot de zee dreigt ook oorlog met buurlanden Eritrea en Somalië. De droom van Abiy, volgens zijn biograaf Tom Gardner: een groot Ethiopië, ‘dat zich uitstrekt over de gehele Hoorn van Afrika, bestuurd – zonder twijfel – vanuit zijn nieuwe paleis in Addis’.

Intussen wordt die hoofdstad van de armen gezuiverd. Duizenden zijn naar de randen van de stad verjaagd. In de wijk Kazanchis beuken bulldozers muren omver. Complete slaapkamers, kaptafels, bureaustoelen staan op het trottoir te koop. Souvenirs uit de wereld die was. Een landmeter kijkt door zijn kijker en meet het oppervlak dat nodig is voor het volgende flatgebouw.

Armere inwoners worden naar uit het centrum verjaagd. Bewoners proberen hun spullen op straat te verkopen voor zij vertrekken.

Buurtbewoners zijn bang om te praten. ‘Als je je mond opendoet en zegt wat je hiervan denkt, gooien ze je in de gevangenis. Omdat je de vooruitgang dwarsboomt’, zegt een student. ‘Het gaat om het veranderen van de demografie. Ze verdrijven etnische groepen zoals mensen uit Tigray en de Amhara. Iedereen is bang.’

Hulporganisaties die zich over de vluchtelingen van dit soort veroveringsoorlogen bekommerden zijn in paniek sinds de regering-Trump de financiering van USAID heeft bevroren. Ethiopië was in 2023 na Oekraïne de grootste ontvanger van Amerikaanse hulp. Na Trumps decreet blijft voedselhulp steken in warenhuizen en worden in de hele stad kantoren ontruimd.

‘Ik kan niet eens meer bij mijn e-mail’, zegt Medhanye Alem, zelf een wees uit Tigray en werkzaam voor het Centre for Victims of Torture. ‘Ik ben woest. Niet alleen vanwege al die hulpverleners die op straat staan. Dit is levensbedreigend voor de mensen met wie we werken.’ Vooral de abruptheid vindt hij onverteerbaar. Ethiopië werd precies veertig jaar geleden zinnebeeld van internationale hulp met de gelijktijdige concerten voor Live Aid in het Wembley-stadion in Londen en het John F. Kennedy Stadion in Philadelphia in juli 1985. 125 miljoen dollar werd opgehaald om de hongersnood veroorzaakt door een andere oorlog te bestrijden.

Vluchtelingen uit Zuid-Soedan aan de rand van Addis Abeba.

Een van de getroffen organisaties nu is de Jesuit Relief Service (JRS), voor meer dan de helft afhankelijk van USAID. De organisatie vangt vluchtelingen uit alle buurlanden van Ethiopië op. Op maandagochtend roept directeur Solomon Bizualem Brhane zijn medewerkers bij elkaar. ‘Ik hoop dat jullie goed hebben geslapen. Afgelopen donderdag hebben we het nieuws ontvangen dat de contracten met JRS in Ethiopië en vier andere landen worden beëindigd. Dat betekent dat dit centrum in mei moet sluiten. We denken dat we 22 tot 25 teamleden moeten ontslaan.’

Kinderpsycholoog Semira Nuraddis luistert hoofdschuddend naar de woorden van haar baas. Haar duim en wijsvinger schuift ze onder de brug van haar bril, om een opwellende traan tegen te houden. ‘En die mensen die we helpen dan?’, fluistert ze. ‘Als mensen traumatische ervaringen hebben, is het moeilijk om iemand te vinden die ze wil helpen. Ik wil die persoon zijn. Dat is mijn roeping.’

Kinderpsycholoog Semera Nuraddis bezoekt een opvang voor vluchtelingen.

Als ze later met een hulpteam een familie vluchtelingen uit Zuid-Soedan bezoekt aan de rand van de stad, durft ze het nieuws over de gestaakte steun van USAID niet te vertellen. Ze informeert naar de epilepsie van het jongste kind en de slinkende voedselvoorraad in huis. Stroom is er de meeste tijd van de dag niet. ‘Deze mensen hebben al meer dan genoeg aan hun hoofd. Het zal hun stress alleen maar aanjagen.’ De Soedanese vertaler vangt haar woorden op. ‘Als JRS hier niet meer komt, gaan deze mensen dood.’

In een van de hoge gebouwen in het centrum van de stad komen twee dagen later bitcoiners uit alle windstreken samen. Een groep Chinezen, Russen, Amerikanen, Arabieren, een Japanner, Duitsers, een Tsjech. Jonge Ethiopiërs. Ze omhelzen elkaar. Een weerzien na ontmoetingen in andere bitcoinhubs.

Bitcoiners komen bijeen voor een conferentie.

Een document wordt rondgedeeld. ‘Bitcoin: een duurzame oplossing voor minder Amerikaanse ontwikkelingshulp voor Ethiopië.’ Een voormalig Irak-veteraan uit de VS, Robert Luft, neemt het woord. ‘We zijn ons er allemaal van bewust dat de ontwikkelingshulp uit rijke landen wordt gestopt. Bitcoin kan een katalysator zijn, een kans voor Ethiopië en andere Afrikaanse landen om hun natuurlijke bronnen in geld om te zetten. Dit moet gebeuren. Dit is het moment voor bitcoin.’

De Nederlandse bitcoiner Quivooy erkent dat het grote woorden zijn. ‘We zijn nog maar guppy’s en veel te klein om dit op ons te nemen.’ Zoals veel bitcoiners raakte Quivooy geïnteresseerd tijdens de coronapandemie, uit zorgen over het bestaande bankensysteem. Bitcoin is meer dan technologie, zeggen de miners, het is een geloof, een ideologie.

Bitcoin-miner Nick Quivooy uit Wormerveer.

Anders dan bij normale valuta is er geen centrale autoriteit, geen bank die bepaalt hoeveel geld in omloop is of die geld kan bijdrukken. Net als goud is de hoeveelheid bitcoins die geproduceerd kan worden eindig. Van de maximaal 21 miljoen bitcoins die gemined kunnen worden, zijn er 19,8 miljoen geproduceerd. Hierdoor is een stijging van de prijs op lange termijn gegarandeerd. Alle transacties zijn voor alle gebruikers zichtbaar, in de digitale blokken die bitcoins produceren. Daarom noemen ze het systeem wel een ‘truth machine’, een waarheidsmachine.

Onderzoeker Inte Gloerich van de Universiteit Utrecht bestrijdt dat de transparante wereld die bitcoin belooft zoveel eerlijker en rechtvaardiger is. ‘Velen investeren in opkomende economieën waar crypto wordt gezien als een pad naar welvaart’, schrijft ze in haar paper. ‘Maar je kunt het ook zien als een nieuwe vorm van financieel imperialisme, waar de macht nog steeds in handen is bij rijke westerse durfkapitalisten.’

Zijn er landen waar Quivooy zijn computers niet zou willen neerzetten? ‘Qatar is een land dat me niet zo trekt, door wat ik erover weet vanwege het voetbal’, zegt hij gezeten achter een laptop op de bitcoinboerderij. Op het scherm vallen de digitale blokken in elkaar, als in het spelletje Tetris. ‘Een digitaal grootboek’, noemt Quivooy het schouwspel. ‘We zien hier kansen om met Nederlandse investeerders wat leuks te doen. Maar je hebt ook een moreel kompas. Ik wil het niet over de ruggen van anderen doen.’ In zijn woorden klinkt twijfel door.

Hulpverlener Semera Nuraddis weet heel goed wat bitcoins zijn. Maar: ‘Die investeringen zijn er om winst te maken. Ik zit hier om mensen te helpen. Het zijn twee totaal verschillende dingen.’

Kinderpsycholoog Semera Nuraddis (tweede van links).

De Amerikaanse zuster Carol Reed geeft taalles aan vluchtelingen.

In het klaslokaal ernaast geeft zuster Carol Reed taalles aan volwassen vluchtelingen uit Eritrea, Soedan, Somalië. Ze is Amerikaans en al dertig jaar hulpverlener. ‘Ik kan er nauwelijks over praten’, zegt ze. ‘Amerika was altijd een land dat andere landen wilde helpen. Maar sommige mensen willen anderen niet helpen. Dat is tragisch. Ethiopië heeft nog steeds hulp nodig.’

Bram Vermeulen is documentairemaker voor het VPRO-programma Frontlinie. Vanaf heden schrijft hij voor de Volkskrant vanaf de frontlinies die hij voor deze serie als reizend journalist bezoekt. Eerder was hij correspondent in Zuid-Afrika en Turkije voor de NOS, NRC en VPRO.

Sven Torfinn is al 20 jaar actief voor de Volkskrant als fotograaf in Afrika, waar hij woont in Nairobi, Kenia. Hij werkt tevens als cameraman voor de NOS en het VPRO-programma Frontlinie.

Met medewerking van Marjolein den Dekker.

De nikkelrijke eilanden die Frankrijk niet wil laten gaan

De strijd voor onafhankelijkheid van het Frans overzees gebied Nieuw Caledonie is symbool geworden voor een golf van andere opstanden tegen kolonisatie. Hoe #FreeKanaky een serieuze bedreiging werd voor Europa’s belangen in de Stille Zuidzee.

Noorden van Kosovo is broeinest van explosief nationalisme

In de stad Mitroviça heerst 25 jaar na de oorlog nog altijd spanning: etnisch Albanezen en Serviërs staan er tegenover elkaar. Gaat het weer mis op de Balkan?

In Ethiopië wordt duidelijk hoe de humanitaire wereld er zonder hulp van de VS uitziet

Terwijl allerlei landen, met de VS voorop, zich terugtrekken als donor, laat de EU met een persreis naar Ethiopië zien waarom ze nog wél geld overheeft voor humanitaire hulp. Maar: ‘Als we willen blijven voortbestaan als sector moeten we echt efficiënter gaan werken.’

Source: Volkskrant

Previous

Next