Home

Minister Keijzer mag dan het vogelnestkastje hebben geschrapt, de bouwers van het Slachthuishof zweren erbij

Door verplichte nestkasten te schrappen wil minister Mona Keijzer de woningbouwproductie versnellen. Maar wat kosten die nestkasten eigenlijk aan tijd en geld, en wat leveren ze op? De Volkskrant ging kijken in de natuurinclusieve woonwijk Slachthuishof in Haarlem.

schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

‘Kijk, dat zijn kauwtjes’, wijst architect Joeri van Ommeren op een stel zwarte vogels. Met takken zijn ze in de weer op de gigantische groen-stalen pergola, die hij samen met bureau ZUS ontwierp, als onderdeel van het nieuwe woonwijkje Slachthuishof in Haarlem. ‘Ik denk dat ze een nest gaan bouwen’, zegt hij tevreden.

Het voormalige Slachthuisterrein uit 1907 ondergaat een opmerkelijke transformatie, van een plek waar koeien en varkens aan hun einde kwamen, naar een natuurinclusieve buurt met leefruimte voor mensen, dieren en planten. In de bakstenen gevels van de 160 nieuwbouwwoningen zijn evenzoveel nestkasten verwerkt, maar ook holen voor vleermuizen en gevelstenen met kleine gaatjes, die dienen als insectenhotel. Langs de pergola en de gevels klimmen planten, die beschutting bieden aan vogels en egels, in de hagen langs de voortuintjes groeien bessen die ze kunnen eten.

Ondergrondse buffers en wadi’s

Doe ‘iets met natuur’, regel de waterberging op eigen grond en bouw duurzaam; die eisen stelde de gemeente toen ze in 2018 een ontwerpprijsvraag voor de herontwikkeling van het terrein uitschreef. Van Ommeren en bureau ZUS, die samen met projectontwikkelaar BPD meededen, bedachten een plan waarin bebouwing, waterbeheer en stadsnatuur elkaar versterken. Tijdens een rondgang door de buurt legt Van Ommeren uit hoe regenwater wordt opgevangen in ondergrondse buffers en wadi’s; veldjes met wilde grassen. ‘Je krijgt dan vochtige groenstroken die muggen kunnen aantrekken. Het mooie is dat de natuur voorziet in een oplossing: vleermuizen. Die eten duizenden muggen per avond; gierzwaluwen doen dat overdag. Met nestkasten bieden we hun een onderkomen.’

Vanaf 1 januari zouden nestkasten bij nieuwbouw verplicht worden, maar minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Mona Keijzer schrapt die regel, als onderdeel van haar programma Stoer (Schrappen Tegenstrijdige of Overbodige Regelgeving). Zij denkt zo de woningbouwproductie te kunnen versnellen. Bouwers, projectontwikkelaars en milieuorganisaties steunden het plan voor nestkasten – bedacht door Keijzers voorganger Hugo de Jonge – juist, en een motie in de Tweede Kamer voor behoud van verplichte nestkastjes behaalde een meerderheid. Keijzer legt die motie naast zich neer.

Het roept vragen op: wat kosten nestkasten aan tijd en geld, en wat leveren ze op voor dier en mens?

Een gevelnestkast kost een paar tientjes, is eenvoudig in te metselen en werkt ‘totaal niet vertragend’, zegt Van Ommeren; hij verwerkt ze in al zijn (woningbouw)projecten. Hij wijst op een klodder vogelpoep op een gevel, vlak onder een nestkast. ‘Daaraan zie je dat hij in gebruik is.’ Deze nestkast is dus nuttig, maar volgens Van Ommeren moet je verder dan nestkasten kijken. ‘Toen ik met dit plan aan de slag ging, heb ik veel met mensen van de Vogelbescherming en landschapsontwerpers gesproken. Zij legden uit dat dieren vijf V’s nodig hebben: voedsel, veiligheid, voortplanting, verbinding met andere populaties en variatie.’

Verwilderd

Het in onbruik geraakte Slachthuisterrein met zijn vervallen monumenten en verwilderde natuur voldeed aan al die voorwaarden; onder overhangende goten nestelden gierzwaluwen en mussen, in het ruïneuze – nog op te knappen – poortgebouw wonen duiven. Maar door renovatie en nieuwbouw verdwijnen die plekken. Spouwmuren waarin vleermuizen huizen, worden geïsoleerd, moderne daken hebben minder brede goten, tuinen worden betegeld.

Geïnspireerd door de rijk gedecoreerde bestaande gebouwen, bedacht Van Ommeren een nieuw soort ‘eco-ornamenten’. De gevels kregen reliëfs van baksteen, die samen met hekwerken houvast bieden aan druif en wilde wingerd, de nestkasten verwerkte hij als sierstenen. De balkons hebben geen regenpijp, maar een ‘regenketting’ waarlangs water omlaagloopt. Water vanaf het dak stroomt in een regenton-met-bloempot, die de projectontwikkelaar bij de oplevering aan elk huishouden cadeau deed.

‘Ik werd er enthousiast van’, zegt bewoner Niek, die in een hoekhuis woont. Samen met zijn buren ging hij in de voortuintjes aan de slag; ze plantten er clematis en blauweregen, die zich rond de regenkettingen omhoogslingeren. ‘Het is leuk om uit te kijken op natuur; mijn zoontje van 10 maanden begint te kraaien als hij een vogel ziet.’

Niek vindt dat natuurinclusief bouwen de norm zou moeten worden en noemt het schrappen van de nestkastregel ‘een gemiste kans’. ‘Je kunt natuurlijk zelf een vogelhuis ophangen, maar als onderdeel van een project kun je natuur en bouwen veel beter en mooier combineren.’

Halsbandparkieten

In een verderop gelegen appartementenblok was het enthousiasme even wat minder, toen een zwerm halsbandparkieten de gevel als ‘hangplek’ uitkoos. ‘De bewoners waren bang dat ze de gevel kapot zouden maken’, vertelt Van Ommeren. ‘Ze hadden gehoord dat zoiets in Amsterdam was gebeurd, en wilden een elektrische vogelverjager installeren. Ik kende dat verhaal en heb uitgelegd dat de gevel in Amsterdam gemaakt was van minerale steenstrips, waar vogels met hun snavel doorheen kunnen pikken. Dit zijn massieve bakstenen gevels.’ De les die hij van het voorval leerde: voor een bloeiende natuur moet je niet alleen slim ontwerpen, maar ook bewoners informeren.

De architect heeft zijn kennis over natuurinclusief ontwerpen gebundeld in een ‘toolkit’ die op zijn website staat. Hij hoopt dat meer ontwerpers op deze manier gaan bouwen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next