Langs de spoorrails van The Canadian, de trein die Canada doorkruist van de Atlantische naar de Grote Oceaan, verkeert het land in identiteitscrisis
Generaties Canadezen prezen hun land om zijn tolerantie en openheid, waarden die onder invloed van buurman Trump steeds meer in het gedrang komen
Aan de vooravond van de Canadese parlementsverkiezingen reist de Volkskrant 4.446 kilometer mee met The Canadian, met de vraag: die Canadese identiteit, wat rest daar nog van?
Door Sterre Lindhout
Fotografie & video Veerle Haan
Vraag je Canadezen naar hun identiteit, dan antwoorden ze met een vergelijking tussen henzelf en Amerikanen. ‘We zijn veel aardiger en beleefder dan mensen in de VS’, zegt Dom Viau, een 26-jarige influencer uit Vancouver. ‘Canadezen zijn wél geïnteresseerd in de rest van de wereld’, aldus Claire (39), een druivenplukker op wijngaarden uit Kamloops. En met een vergelijkbare steek onder water roept Ahmad Ashar (49), een in Pakistan geboren bouwvakker uit Toronto, Canada uit tot ‘de échte meltingpot waar plek is voor alle culturen’.
Passagiers van The Canadian nemen een rookpauze voor de treinstellen. Onder hen Steve Banks (groene trui) en Ahmad Ashar (midden, met muts), terwijl influencer Dom Viau (met muts en tatoos) ook van de pauze geniet.
Steve Banks (56) uit Calgary, rondreizend voorlichter over de gevaren van drugs en ervaringsdeskundige, speurt uit het treinraam naar elanden en vroeg uit hun winterslaap ontwaakte beren. Ook zijn landgenoten vergelijkt hij met dieren: Canadese ganzen, met hun kenmerkende zwarte nek. Zolang deze beesten met rust worden gelaten zijn ze aardig, doceert Banks. ‘Maar als ze worden aangevallen – zoals Canada nu door Donald Trump – veranderen ze in gemene krengen. They don’t take shit from nobody.’
Welkom in de tweede klas van The Canadian, de enige passagierstrein die Canada doorkruist van de Atlantische naar de Stille Oceaan. Van Toronto, door het nog besneeuwde Ontario, naar de roestbruine prairies van Manitoba en Saskatchewan. Daarna via Edmonton, door de majestueuze Rocky Mountains en de naaldbossen naar Vancouver – in vier dagen en nachten.
In het restauratierijtuig van de trein speelt een passagier gitaar, terwijl reizigers in de economyclass zoeken naar een comfortabele slaaphouding.
De eerste premier van Canada, John A. MacDonald, liet de spoorverbinding in 1871 aanleggen als een soort verdedigingslinie. Hij vreesde noordwaartse expansiedrift van de Amerikanen en wilde zijn troepen zo snel mogelijk kunnen verplaatsen in geval van nood. Ook zag hij de spoorlijn als katalysator van economische vooruitgang in zijn enorme land. Anderhalve eeuw later dreigt Donald Trump Canada ‘met economisch geweld’ in te lijven als ‘51ste staat’. Het steekt hem dat de VS een handelstekort hebben ten opzichte van Canada en wil het buurland ‘straffen’ voor het ‘valsspelen’.
De Volkskrant volgde het traject van The Canadian, om praktische redenen afwisselend per trein, auto en vliegtuig, om uit te zoeken welke economische uitwerking Trumps invoerheffingen en dreigementen hebben. En om te vragen hoe mensen denken over de toekomst van hun land, aan de vooravond van de parlementsverkiezingen op maandag 28 april. Canadezen zijn gewend zichzelf te definiëren in relatie tot grote broer Amerika. Nu Trump de vanzelfsprekendheid van het bondgenootschap heeft beëindigd, gaan de verkiezingen niet alleen over de politieke kleur van de volgende regering, maar ook over de Canadese identiteit.
Mark Carney, presidentskandidaat van de Liberale Partij – die zijn sporen verdiende als ceo van de Canadese en Britse centrale bank maar geen politieke ervaring heeft – bouwde zijn campagne rond de eruptie van nationale eenheid en positief zelfbewustzijn. Met een samen-de-schouders-eronder-achtig elan, trok hij zijn partij uit het dal waarin ze onder de impopulaire Justin Trudeau was beland.
Carney belooft Canada economisch onafhankelijker te maken van de VS. Maar hoe haalbaar is dat? Bijna 80 procent van de export gaat naar de buren. Dat staat gelijk aan eenderde van de waarde van de economie van het land dat de VS overtreft in oppervlakte, maar een bijna tien keer zo kleine bevolking heeft. In Canada heeft 37 miljoen inwoners, de VS 340 miljoen.
Bovendien hebben lang niet alle Canadezen behoefte aan nationale saamhorigheid. Een deel van de bevolking snakt juist naar een harde breuk met de progressieve politiek van Trudeau. Pierre Poilievre, lijsttrekker van de Conservatieve Partij, presenteerde zich aanvankelijk met succes als een Canadese franchise-versie van de Amerikaanse president, met dezelfde provocatieve toon en het narratief dat ‘woke’ politiek Canada naar de rand van de afgrond heeft gebracht. Maple Maga, spotten critici, verwijzend naar het nationale symbool van het esdoornblad.
Sinds Trump Canada bestookt met handelstarieven en expansieve proefballonnetjes, probeert Poilievre om tactische redenen afstand van hem te nemen. Maar zijn campagne over alles wat er ‘kapot’ is in Canada vindt bij grote delen van de bevolking nog steeds weerklank. Veel Canadezen hebben last van de krapte op de woningmarkt, de door inflatie sterk gestegen kosten van dagelijkse boodschappen en de hoge belastingdruk.
Canada is een land dat door het wegvallen van de VS uit de dekking moet komen, een land dat op zoek is naar zichzelf. Maar het is ook een land dat door de combinatie van economische onzekerheid en politieke onvrede kwetsbaar is voor de polarisatiecentrifuge van deze tijd.
Autohoofdsteden
Windsor
0 km
We beginnen onze reis in Windsor, zo’n drie uur rijden van het vertrekstation van The Canadian in Toronto – naast de deur voor Canadese begrippen. Als inwoners van de binnenstad ’s avonds willen slapen, sluiten ze hun gordijnen zorgvuldig voor het licht van de wolkenkrabbers in Detroit. De autohoofdsteden van de Verenigde Staten en Canada worden slechts gescheiden door de Detroit River, asfaltkleurig en traag stromend. Over de vaalblauwe Ambassador Bridge daveren Canadese trucks vol auto-onderdelen de staat Michigan binnen.
De Ambassador Bridge is een tolbrug over de Detroit River die Detroit, Michigan (Verenigde Staten) verbindt met Windsor, Ontario (Canada). Chauffeurs wachten om de grensovergang naar de VS te maken.
Toen de VS en Canada in 1965 wederzijdse invoerheffingen afschaften, werd de auto de motor van de Canadese economie. De Grote Drie van de Amerikaanse auto-industrie, General Motors, Ford en Stellantis, begonnen op grote schaal vanuit Canada te produceren. Nu gaan auto-onderdelen en halffabricaten tijdens het bouwproces gemiddeld zes tot acht keer heen en weer tussen fabrieken in Canada, de VS en Mexico – dat sinds 1994 ook deel uitmaakt van de Noord-Amerikaanse vrijhandelszone.
James Stewart (55) slaapt al drie maanden slecht. Dat ligt niet aan zijn gordijnen, maar aan de ‘gekmakende’ onvoorspelbaarheid van de Amerikaanse president. De voorman van vakbond Unifor, afdeling 444, zoals valt te lezen op zijn zwarte fleecetrui, behartigt de belangen werknemers van de Stellantis-fabriek in Windsor. De grootste werkgever in de stad heeft begin april ‘preventief en tijdelijk’ 5.500 werknemers ontslagen, in afwachting van de uitwerking van Trumps invoerheffingen van 25 procent op in Canada geproduceerde auto’s en op het staal en aluminium die nodig zijn om ze te bouwen.
James Stewart, voorman van vakbond Unifor, afdeling 444. Hij behartigt de belangen van de medewerkers van autofabriek Stellantis, de grootste werkgever in de stad.
De Canadese auto-industrie is al sinds de eeuwwisseling in verval. De Grote Drie investeren liever in Mexico, waar de lonen lager zijn en de rechten van werknemers minder goed beschermd. De Canadese economie heeft het verlies van in de loop der jaren twintigduizend banen goed kunnen opvangen. Maar in het gebied rondom Toronto blijft de auto-industrie onmisbaar. ‘Met elk ontslag bij Stellantis verdwijnen zeven gerelateerde banen.’
Stewart begint zijn relaas op zakelijke toon, maar verzandt al snel in een emotionele tirade. ‘We helpen de Amerikanen altijd uit de shit! Zonder ons was Europa in 1945 niet bevrijd! Het is verraad!’ Over zijn vriendelijke sproetjesgezicht ligt een paarse gloed van woede.
Even verderop steekt Jason Mercier (50) zijn sleutel in het slot van de voordeur van zijn witte bungalow, hangt zijn jas op en loopt naar de dubbeldeurse koelkast voor een flesje spuitwater. Normaal gesproken staat hij op dit uur aan de assemblageband. Hij en zijn vrouw werkten al hun hele leven bij Stellantis. Sinds een week zitten ze thuis. Of dat inderdaad tijdelijk is, betwijfelt Mercier. ‘Ik kan me voorstellen dat Stellantis hier vertrekt.’
Jason Mercier is samen met zijn vrouw een van de 5.500 werknemers die Stellantis ‘tijdelijk’ heeft ontslagen, in afwachting van Trumps volgende zetten.
Hij grapt dat hij nu genoeg tijd heeft voor zijn hobby: auto’s bouwen. In de garage staat een rode Ford Mustang, zelf gebouwd, tot de stoelbekleding aan toe – Mercier wijst trots naar de naaimachine in de hoek. Ooit deed hij dit samen met zijn vader, die lasser was bij Ford en vlak na zijn pensioen overleed door het jarenlang inademen van giftige metaaldampen. Zijn opa, een Fransman die zijn geluk zocht aan de andere kant van de oceaan, leefde langer. Hij werkte bij General Motors.
Dan ronkt er een truck in Merciers broekzak. ‘Sorry, deze ringtone is hier heel normaal’, zegt hij voordat hij opneemt.
Canadese identiteit
Tussen Toronto, Ontario en Winnipeg, Manitoba
368 km - 2439 km
Met zijn matzilveren treinstellen uit bouwjaar 1954 ziet The Canadian eruit als een antiek sieraad dat langzaam door het landschap rolt – de goederentreinen beladen met containers, hout en olie hebben voorrang. Binnen ademt het sobere maar robuuste interieur heimwee naar het midden van de 20ste eeuw, de tijd dat alles voor iedereen alleen maar beter leek te worden. De sfeer in de trein, en eigenlijk in heel Canada, is hartelijk en op een haast kneuterige manier fatsoenlijk, wat contrasteert met de ruigheid van het land en zijn industrie.
‘Graag even jullie aandacht.’ Terwijl de trein de hoogbouw van Toronto achter zich laat, waarschuwt conducteur Franciska Woodman (52) dat zelf meegenomen alcohol, drugs en het kijken van filmpjes zonder koptelefoon verboden zijn. Daarna schuift de conducteur, die haar krullen zorgvuldig heeft weggestoken met een roos van zwart satijn, boven elke stoel een handgeschreven kaartje met de eindbestemming van de betreffende passagier. ‘We geven aan bij welke haltes jullie naar buiten mogen om te roken.’
Conducteur Fransiska Woodman controleert de treincoupés.
Het is niet toegestaan zomaar het luxe gedeelte van de trein te betreden, met uitklapbare tweepersoonsbedden voor zo’n 4.000 euro per enkele reis en een restaurant dat het menu afstemt op de streek waar de trein op dat moment doorheen rijdt. Deze ‘suites’ worden vooral geboekt door Amerikaanse gepensioneerden.
In de economyclass zijn vrijwel alle passagiers Canadees, maar vindt iedereen het ingewikkeld om desgevraagd iets te zeggen over de Canadese nationale identiteit. Ryan Logan (37), kunstenaar met een wollen muts en een ernstige gezichtsuitdrukking, komt na lang nadenken met een groep Canadese schilders, The Group of Seven, die in hun werk veel aandacht hadden voor het Canadese landschap. ‘Dit land wordt gedefinieerd door de natuur.’
Ryan Logan en zijn vrouw Dawn zijn onderweg naar het Noord-Westen, om daar als boswachters aan het werk te gaan.
Logan is samen met zijn vrouw Dawn – ‘maar we gaan scheiden’ – op weg naar het Noord-Westen. Daar zullen ze de lente en zomer doorbrengen als bosbrandwachter, allebei in een aparte uitkijktoren diep in de wildernis. Tijdens dit seizoenswerk hebben ze veel contact met inheemse Canadezen en zien ze de slechte omstandigheden in hun leefgebieden. ‘Canada is nog steeds een koloniale macht.’ Alleen al daarom vinden ze elk gesprek over de Canadese identiteit per definitie ongemakkelijk.
Nationale identiteit is altijd een ingewikkeld onderwerp geweest in het uitgestrekte, dunbevolkte land waar mensen met meer dan 450 verschillende etnische en culturele achtergronden samenleven – de helft van de Canadezen is migrant van de eerste of tweede generatie. In de 20ste eeuw kwamen vooral Europeanen naar Canada, nu komt de meerderheid van de nieuwkomers uit Azië.
De naoorlogse generaties ontleenden hun trots vooral aan instituties zoals de publieke gezondheidszorg, het openbare onderwijs en publieke omroep CBC en het feit dat Canadezen golden als respectvol en tolerant naar andere culturen. Maar zowel die instituten als die waarden staan de afgelopen jaren onder druk – migratie wordt ook door steeds meer Canadezen gezien als bedreiging voor hun eigen levensstandaard.
Uit onderzoeken blijkt dat de trots van Canadezen op hun land de afgelopen jaren gestaag afneemt, vooral bij mensen onder de 40. Canadese millennials en gen Z’ers hebben het idee dat zij leven in een minder goed Canada dan dat van hun ouders.
Steve Banks, ex-verslaafde en zelfbenoemd boomer, spreekt daarentegen vol trots over zijn land en over zijn twee zonen in het Canadese leger (de derde is omgekomen in Afghanistan) en hoe zij Canada ‘met hand en tand zullen verdedigen tegen Trump’, als het moet. Hij draagt een T-shirt met de tekst Elbows Up, de verdedigingskreet uit het ijshockey die nu een anti-Trumpslogan is geworden.
Dom Viau en Peter Banks (met pet) in de coupés van The Canadian.
Dom Viau voelt geen nationale trots. De bleke influencer (‘Ik maak domme filmpjes en krijg daar geld voor’) met het woord ‘loser’ op zijn linkerpols getatoeëerd, verhuist per trein van Toronto naar Vancouver, deels uit kostentechnische overwegingen. Hij kan er intrekken bij een tatoeëerder voor wie hij de pr doet. Zijn jeugd in de marge van de Canadese samenleving heeft hem wantrouwig gemaakt jegens de beloften van welke politieke partij dan ook. Maar voor Trump heeft hij wel respect. ‘Hij is écht entertaining.’ Alleen die handelsoorlog zit Viau dwars. ‘Dus als het leven makkelijker of goedkoper wordt als Canada bij de VS gaat horen, heb ik daar niks op tegen.’
Dan ziet hij op zijn telefoon dat hij weer internet heeft. Bijna 36 uur na het vertrek uit Toronto maken de besneeuwde bossen van Ontario plaats voor de ontdooiende prairies van Manitoba, met heel in de verte de skyline van Winnipeg. Dom Viau gaat even live voor zijn volgers. ‘Ik zit in de trein. Het is prima. Behalve het eten. Dat is te ranzig voor woorden.’ Conducteur Woodman werpt hem in het voorbijgaan een berispende blik toe.
Het Texas van Canada
Highway 22 naar Calgary, ook wel ‘The cowboy trail’ genoemd,
3989 km
In de provincie Alberta, 1.300 kilometer verderop, voert het spoor van The Canadian langs raffinaderijen en pijpleidingen. Olie is het antwoord op de vraag waarom de Amerikanen een handelstekort hebben met Canada en dus de belangrijkste reden voor Trumps toorn jegens het buurland. Dagelijks gaan er zo’n vier miljoen vaten ruwe olie de grens over. Dat komt neer op 90 procent van de totale Canadese productie en 40 procent van de Amerikaanse behoefte. Olie is dus het smeermiddel van de vriendschap tussen de buurlanden. En Alberta is van oudsher het meest Amerikaanse stukje Canada. ‘Het Texas van het Noorden’, zeggen ze hier trots.
Als je vlak na Edmonton de parallel aan het spoor lopende snelweg verlaat en afbuigt richting Calgary, kom je op Highway 22 – ook wel ‘The Cowboy Trail.’ Die weg voert langs weilanden vol koeien en soms een jaknikker, die als onverstoorbare yogi’s zijn gecontroleerde bewegingen staat te maken. Bij een tankstation in Rocky Mountain House wassen twee mannen in vale truien klodders opgedroogde modder van een blauwe Chevrolet-pick-up. Travis (39) heeft een vrije dag genomen en zijn neefje Ethan (20) is werkloos. Dus gaan ze helpen op de boerderij van een vriend. Wie hier niet in de olie zit, doet iets met rundvlees.
Landschappen langs Highway 22, ook wel ‘The Cowboy Trail’ genoemd.
Travis werkt als onderhoudsmonteur van oliepompen. Aan het einde van de winter is er meestal minder werk omdat de grond eerst moet ontdooien. Maar dit jaar is het allemaal wel heel ‘slow’ – door de onvoorspelbaarheid van de handelsoorlog, vreest Travis. ‘In 2000, toen ik begon met werken, stonden ze hier om elke jonge man met twee handen te springen, ook zonder middelbareschooldiploma. Nu krijgt Ethan na zijn stage geen baan, omdat de werkgevers geen vertrouwen hebben in de toekomst.’
Oom en neef vinden dat de Canadese regering het helemaal verkeerd aanpakt met Trump: veel te vijandig en oordelend. ‘Ze zouden gewoon van man tot man met de Amerikaanse president moeten gaan praten, zo van: wat heb jij nodig, wat hebben wij nodig.’ Zonder oliehandel met de VS wacht Alberta een rampzalig lot, vreest Travis. Neef Ethan staat er instemmend bij te knikken.
Dat er vanuit Canada bijna alleen maar olie naar de VS vloeit en niet naar andere markten, is de schuld van Justin Trudeau, zeggen ze. De afgelopen jaren strandden verschillende plannen voor nieuwe pijpleidingen, waaronder een via het Noorden van Canada richting Europese markt.
Olie-onderhoudsmonteur Travis (links) en zijn neefje Ethan in hun pick-up bij tankstation Cirkle K aan de Highway 22.
Volgens Travis heeft de ex-premier deze projecten hoogstpersoonlijk gesaboteerd omdat olie niet bij zijn progressieve, klimaatvriendelijke imago paste. ‘Trudeau haatte Alberta, maar hij wilde wel ons belastinggeld’, gnuift Travis. En dan, op haast plechtstatige toon: ‘Canada voelt voor mij niet meer als één land.’
Met die opmerking echoot hij Danielle Smith, premier van de deelstaat Alberta (Canada is net als de VS een federatie) en de meest uitgesproken Trump-fan in de Canadese politiek. Onder haar leiding ontluikt in de van oudsher conservatieve provincie een separatistische beweging die liever de hand van Trump wil vasthouden dan die van de Liberale Partij van Trudeau en zijn opvolger Mark Carney. Zo’n 30 procent van de lokale bevolking ziet aansluiting bij de VS wel zitten, blijkt uit peilingen.
Smith ging eind maart persoonlijk op bezoek in het Witte Huis om te onderhandelen. Dat Trump Canadese olie begin april ‘slechts’ met 10 procent belastte, presenteerde ze thuis als een grote overwinning. Maar volgens experts, zoals econoom Andrew Leach van de universiteit van Edmonton, zijn de VS gewoon te afhankelijk van Canadese olie en gas om de tarieven serieus te kunnen verhogen.
Jaknikkers en de sporen van de olie-industrie langs Highway 22 vormen een landschap vol herinneringen aan energiewinning.
De beeldvorming van Trudeau als oliehater is bovendien onjuist, zegt Leach. Hij predikte weliswaar het einde van het fossiele tijdperk, maar wist dat de Canadese economie niet zonder de olie-inkomsten kon. De enige nieuwe pijplijn die de afgelopen jaren wél is afgebouwd, westwaarts door de Rocky Mountains richting Aziatische markt, liet Trudeaus regering nota bene nationaliseren om te voorkomen dat de financiering ontoereikend zou zijn.
De Chevrolet blinkt weer en neefje Ethan zet de zeem terug in de emmer naast de pomp. Travis laat de motor warmdraaien en denkt ondertussen na over de vraag of het hem echt een goed idee lijkt als Alberta zich afscheidt van Canada. ‘Ik wil graag onafhankelijk zijn van het Oosten’, zegt hij. Maar aansluiting bij de VS als 51ste staat, zoals Alberta’s premier Smith suggereert, ziet hij niet zitten. ‘In Amerika kan ik geen ziektekostenverzekering betalen.’
Het verdwijnen van de houtindustrie
Edson, Alberta
4242 km
Vanaf Edson, de laatste stop voordat The Canadian de Rocky Mountains beklimt, rijdt de trein langs kilometerslange stapels gevelde bomen, afgewisseld door industrieterreinen vol planken, latten en pallets. Bijna 40 procent van het Canadese landoppervlak is bedekt met bos en vooral hier in het Westen is de houtkap een belangrijke werkgever. De ietwat verwilderde ‘logger’ in zijn ruitjeshemd is bovendien een Canadees archetype.
Maar de industrie verdwijnt al jaren gestaag naar de andere kant van de grens. Van oorsprong Canadese multinationals als Canfor en West Fraser verplaatsen hun productie naar het zuiden van de VS, waar het klimaat warmer is, het groeiseizoen dus langer en de regels omtrent het terugplanten van bomen en het intact laten van inheemse gebieden minder streng dan in Canada.
Houtzagerij Yellowhead Wood van Nathan Corser, nog een van de weinige zagerijen die niet verkocht is aan een multinational.
Toch kunnen de VS nog steeds niet in hun eigen houtbehoefte voorzien. Ongeveer een kwart komt uit Canada, ook omdat dit hout door de trage groei van hogere kwaliteit is. Dat zit Trump dwars. En dus haalt hij een oude vete van stal waarin de Amerikanen de Canadese overheid ervan beschuldigen de houtsector te subsidiëren. Het verhaal daarachter is ingewikkeld en heeft te maken met de vaste inkoopprijzen die er gelden en het feit dat sommige Canadese bossen staatseigendom zijn. Canada heeft dit door de jaren heen steeds aangevochten en gelijk gekregen van de rechter. Maar dat weerhoudt Trump er niet van Canadees hout te belasten met anti-dumpingboetes van 15 procent – die in de praktijk hetzelfde werken als invoerheffingen. Komende zomer wil Trump ze verhogen tot 35 procent.
‘Dat zal nog meer zaagwerken naar de VS jagen’, vermoedt Nathan Corser (41), een goeiige houtman van de vierde generatie. In zijn stoffige kantoortje direct naast de fabriekshal zijn de trillingen van de zaagmachines voelbaar. Corser is een van de weinigen in de omgeving die zijn zagerij, Yellowhead Wood, nog niet heeft verkocht aan een multinational, al kapt hij niet meer zelf, zoals zijn overgrootvader en grootvader. Hij krijgt de stammen geleverd van grotere spelers en verwerkt ze tot planken en latten. Als zijn toeleveranciers besluiten weg te gaan uit Canada, kan Corser ook opdoeken.
Nathan Corser, de eigenaar van houtzagerij Yellowhead Wood.
Corser heeft een afkeer van Trump, maar ook van politici als Pierre Poilievre en Danielle Smith die volgens hem vooral praters zijn – ‘veel hoed en weinig cowboy’ – maar wel veel politieke schade aanrichten. ‘Ik ben mijn vader verloren aan Fox News.’ En dan vertelt hij hoe de gepensioneerde houthandelaar, die vroeger ‘een normale conservatief’ was, door het ook in Canada beschikbare infuus van trumpiaanse televisie is gaan geloven dat zijn land op instorten staat en geruïneerd is door ‘woke’.
Trucks vol hout rijden door de provincie Alberta richting de Rocky Mountains.
Hij hoopt dat de generatie van zijn dochters, een tweeling die volgend jaar gaat studeren, een Canada zal opbouwen dat zich beter bewust is van zijn eigen kracht, dat de vele bodemschatten in het hoge noorden ontgint, pijpleidingen aanlegt naar Azië en Europa, maar ook investeert in toekomstbestendige technologie.
Ja, dat is nogal wat. Corser weet het. ‘Maar we hebben onszelf veel te lang gemakzuchtig uitverkocht aan de Amerikanen. Dat gaat verder dan alleen olie en gas. Canada is een groot land, maar tegelijkertijd een kleine vis.’
Bosbranden, smeltend ijs, extreem weer. De Volkskrant portretteert jongeren die nu al worden geraakt door klimaatverandering. In deze aflevering de 18-jarige Marisa Idlout uit Canada, die ziet hoe de tradities van de Inuit onder druk komen te staan door het smeltende zee-ijs.
Onder het mom van bezuinigingen draait de regering-Trump de geldkraan dicht voor alles wat riekt naar diversiteit. Haskell Indian Nations University in Kansas, waar inheemse Amerikanen studeren, wordt hard getroffen. ‘Eerst pakten ze ons land af. Nu onze docenten.’
Vanaf het moment dat duidelijk werd dat Trump opnieuw president wordt, is ook zijn entourage terug in het centrum van de macht. Alle reden om in te zoomen op het podium in West Palm Beach waar Trump dinsdagnacht zijn overwinning claimde.
Source: Volkskrant