Nederlanders behoren tot de gelukkigste mensen ter wereld, blijkt uit de nieuwe editie van het World Happiness Report. Maar wat bepaalt levensgeluk? Een opmerkelijke reeks nieuwe inzichten leert: vooral kunnen leunen op anderen telt.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Zelden zal er een grotere chaoot door Nederland hebben gelopen dan Marieke. Bij het pinapparaat liet ze haar telefoon liggen. Op een bankje vergat ze haar handtas. Bij de fiets liet ze haar sleutels vallen. En dan was er haar portemonnee. Die verloor ze in een kledingwinkel, in een steeg, op een bruggetje en bij een bloemenzaak, allemaal op één dag.
Gelukkig had Marieke bij al haar verloren spullen in elk geval haar visitekaartje achtergelaten: Marieke Erkelens, verkoopmedewerker. Met daaronder haar nulzesnummer en e-mailadres. Slim, Marieke. Zo komen je spullen misschien weer terug, als iemand ze vindt.
Natuurlijk bestaat Marieke Erkelens niet echt. Haar naam is een verzinsel, om te verhullen dat de persoon die in werkelijkheid eigendommen rondstrooide, op zomaar een doordeweekse dag in het centrum van Leiden, journalist is bij de Volkskrant.
Over de spullen is nagedacht. Alle portemonnees – soms een echt exemplaar, soms een doorzichtig mapje – hebben dezelfde inhoud. 15 euro aan contant geld. Een paar visitekaartjes. Plus een huissleutel en een handgeschreven boodschappenlijstje, om het geheel persoonlijker te maken. Precies zoals onderzoekers onder leiding van de Zwitsers-Amerikaanse gedragseconoom Alain Cohn van de Universiteit van Michigan dat enkele jaren geleden deden, in een groot, wereldwijd experiment.
Maar waar Cohn de portemonnees als gevonden voorwerp liet inleveren bij de balies van hotels of musea, laten wij ze rondslingeren op straat. Spannend. Hoeveel voorbijgangers zouden de moeite nemen om de spullen terug te bezorgen? Of denken ze: mooi meegenomen, die 15 euro kan ik best gebruiken?
Er staat wat op het spel. Steeds duidelijker wordt namelijk dat de proef met de verloren portemonnees de deur kan openen naar iets veel groters en ongrijpbaarders. Iets waarvan we in deze tijd wel wat meer kunnen gebruiken: levensgeluk.
Via een beeldverbinding vanuit Vancouver, Canada, spitst de 84-jarige econoom John Helliwell de oren als hij hoort wat de krant van plan is. Helliwell is pionier in het onderzoek naar welzijn en geluk, en oprichter en leider van het wereldwijde onderzoeksconsortium achter het World Happiness Report, dat jaarlijks de gelukstoestand van de wereld peilt. ‘Je moet me echt op de hoogte houden van de uitkomst! Dit is een prachtig experiment’, zegt hij.
Hoe prachtig, dat staat een beetje verstopt in de deze maand verschenen, dertiende editie van het World Happiness Rapport, in een opmerkelijke grafiek ergens binnenin. Geef het algemene geluksgevoel een rapportcijfer tussen 0 en 10, en het besef dat je leeft in een samenleving waar mensen een verloren portemonnee waarschijnlijk terugbezorgen, verhoogt het geluk met liefst 0,8 punten gemiddeld. Ter indicatie: dat is twee keer zoveel als werkloosheid een gemiddeld mens aan levensgeluk kóst, blijkt uit de grafiek.
‘Dat laat zien dat vriendelijkheid ertoe doet’, zegt Helliwell. ‘Mensen die geloven dat ze ergens leven waar andere mensen eerlijk en behulpzaam zijn, worden veel minder hard in hun levensgeluk geraakt door tegenslagen zoals werkloosheid of een slechte gezondheid. We weten dat mensen veel gelukkiger zijn als ze in het besef leven dat hun verloren portemonnee zal worden terugbezorgd.’
Moeten de inwoners van Leiden natuurlijk wel meewerken. Zomaar een middelgrote gemeente, met grotestadssores zoals armoede en werkloosheid, en overal studenten die best wat geld kunnen gebruiken. Net als veel steden een plek waar de mensen zwijgend langs elkaar schuiven, hooguit met hier en daar een verstoorde blik als iemand te dichtbij komt. Veel fiducie hebben we er niet in.
Geef de kortst mogelijke samenvatting van vijftig jaar onderzoek naar geluk en je komt uit op deze vier woorden: geld maakt niet gelukkig. Een intrigerende ontdekking die de Amerikaanse econoom Richard Easterlin van de Universiteit van Zuid-Californië deed in 1974 en die sindsdien dan ook bekendstaat als de Easterlinparadox. Simpel gesteld: verhoog het inkomen van een land en het geluksgevoel stijgt niet altijd mee.
Neem Vietnam. Het inkomen per hoofd van de bevolking is er liefst dertien keer zo laag als in Europa. Toch scoort Vietnam een dikke voldoende op zijn geluksindex (een 6,4), vergelijkbaar met Spanje of Italië. Of neem India. Terwijl het bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking in de afgelopen tien jaar bijna is verdubbeld, kachelt het gemiddelde levensgeluk er juist iets achteruit.
‘Je basisbehoeften moeten wel bevredigd worden: een dak boven je hoofd, genoeg te eten’, vertelt Martijn Burger, hoogleraar gelukseconomie aan de Open Universiteit en wetenschappelijk directeur van het onderzoeksinstituut voor geluksonderzoek Ehero in Rotterdam. ‘Maar om te floreren is meer nodig dan inkomen alleen.’
Onderzoekers meten de geluksscore van een land door het eenvoudigweg te vragen, aan een grote, zo eerlijk mogelijke steekproef van de bevolking. Met een standaardvraag die al decennia dezelfde is: ‘Stelt u zich een ladder voor met sporten die gaan van 0 onderaan tot 10 aan de top. De top van de ladder vertegenwoordigt het voor u best denkbare leven, de onderkant het slechtst denkbare leven. Op welke sport van de ladder zou u zeggen dat u naar uw gevoel op dit moment staat?’
Al zestig jaar wordt het op die manier uitgevraagd, door onderzoekers van wereldpeilingenbedrijf Gallup. En al jaren geeft de zogeheten Cantril-ladder min of meer dezelfde uitkomst. Finland staat bovenaan, dit jaar met een ‘laddercijfer’ van 7,7. Daarna volgen de andere Scandinavische landen, plus IJsland én, op plek vijf of zes, Nederland (met dit jaar een 7,3).
Maar door landen met elkaar te vergelijken en ook andere statistieken mee te nemen, lukt het de afgelopen tien jaar steeds beter te ontrafelen wat de verschillen verklaart. ‘Het vakgebied is echt exponentieel gegroeid’, zegt Burger.
Belangrijkste factor is en blijft inkomen, goed voor pakweg een derde van de geluksscore, blijkt uit de analyses. De manier waarop welvaart in een land is verdeeld maakt uit. De kwaliteit van het sociale vangnet van de welvaartsstaat tikt aan. De levensverwachting maakt verschil. De mate waarin mensen corruptie zeggen te ervaren scheelt. En een flinke gelukkigmaker blijkt hoe vrij mensen zich voelen om hun leven naar believen in te richten.
Maar van groot belang is dus ook hoe mensen met elkaar omgaan. De grootste bepalende factor voor geluk is, na inkomen, ‘sociale steun’. Oftewel: hebben mensen familieleden of vrienden op wie ze kunnen terugvallen? In westerse landen valt zo’n 20 procent van de geluksscores daarmee te verklaren.
‘Als je mensen vraagt: waarvan dénk je dat je gelukkig wordt, begint men disproportioneel vaak over inkomen’, zegt Burger. ‘Dat staat nogal in contrast met wat we in de cijfers zien. Ik denk dat we te veel kijken naar economische factoren en dat het belang van sociale relaties sterk wordt onderschat.’
Telefoon. We zijn amper 50 meter verwijderd van de plek waar we de eerste portemonnee op straat achterlieten of de eerste vinder hangt al aan de lijn. Of Marieke ook in de buurt is, vraagt de beller, verbaasd om een mannenstem te horen.
Pierre Laneyrie is op familiebezoek in Leiden als hij de portemonnee op straat ziet liggen. Op zijn telefoon heeft hij zelfs al de weg naar het politiebureau opgezocht. Daar zou hij hem als volgende stap naartoe hebben gebracht. ‘Natuurlijk! Ik hoop dat een ander voor mij hetzelfde zou doen’, vertelt hij.
Overal ter wereld waar onderzoekers het experiment met de portemonnees uitvoeren, stuiten ze op hetzelfde, merkwaardige fenomeen, vertelt Helliwell: ‘Mensen zijn te pessimistisch over de vriendelijkheid van anderen. We hebben de neiging onszelf beter te vinden dan andere mensen, een bekend effect uit de psychologie. Een van de gevolgen is dat mensen die zeggen dat ze zelf een verloren portemonnee heus wel zouden terugbrengen, niet verwachten dat een ander dat ook doet.’
Onhandig. Want het is nou juist het gevóél dat je op anderen kunt vertrouwen dat uitmaakt voor de geluksbeleving. Wie het in de Galluponderzoeken eens is met de stelling: ‘de meeste mensen zijn eerlijk en behulpzaam’, scoort gemiddeld zelfs haast een hele trede hoger op de geluksladder van Cantril. ‘De kans is dan veel groter dat je iemand die je nog nooit hebt ontmoet als potentiële vriend beschouwt’, zegt Helliwell.
Maar ook kunnen we onszelf gelukkiger maken, simpelweg door zélf aardig te zijn. Wederom geen spreuk uit een zweverig boek met levensadviezen, maar gewoon harde cijfers uit het onderzoek. Mensen die zeggen dat ze geregeld een vreemde helpen, vrijwilligerswerk doen of goede doelen steunen, scoren hoger op de ladder.
Intussen blijft de telefoon maar zoemen. Een voorbijganger heeft Mariekes telefoon gevonden. In een koffietent trof een klant een zakje geld onder tafel. Twee wandelaars zagen een mapje met geld op straat liggen. Het helpt dat er, keurig volgens de spelregels, ook een huissleutel en een handgeschreven boodschappenlijstje in de portemonnees zitten. ‘Ik zag op dat lijstje staan: avondeten’, zegt Monique Wegman, vindster van een van de geldbuideltjes. ‘En toen dacht ik: ach, dat arme meisje.’
Iedereen die belt is even empathisch. ‘Dit is toch een kleine moeite’, zegt Rachid, een winkelier die een geldmapje op zijn stoep zag liggen. ‘Het zou niet in me opkomen om het níét te melden’, zegt Petra ’t Hart, vindster van een andere portemonnee. ‘Dat zit niet in mijn systeem’, zegt Wegman.
Intussen duiken ook de eerste portemonnees op waaruit het geld is verdwenen. ‘De meeste mensen hebben een hartstikke goed hart. Maar er zitten natuurlijk ook een paar rotte appeltjes tussen’, zegt een winkelier bij wie een van de al geleegde portemonnees werd afgegeven.
Het was zo’n twintig jaar geleden dat het onderzoek naar geluk op stoom kwam. In het kleine boeddhistische koninkrijk Bhutan verkondigde de toenmalige premier Jigme Thinley dat hij niet wilde varen op bruto nationaal product, maar op bruto nationaal geluk. Dat leidde tot een hoop onderzoeksactiviteit. Het geluk van een land vergroten, hoe moet dat eigenlijk?
‘Er kwam van alles samen’, vertelt econoom Helliwell, die er vanaf het begin bij was. Samen met onder meer de Nobelprijswinnende psycholoog Daniel Kahneman begon hij vragen toe te voegen aan de Gallup-peilingen, om meer inzicht te krijgen in het fenomeen. Met een andere wetenschappelijke grootheid, ontwikkelingseconoom Jeffrey Sachs, kreeg Helliwell de Verenigde Naties zo ver de zaak op de agenda te zetten. Met als resultaat een heuse resolutie, VN-resolutie 65/309, bedoeld om ‘meer gewicht te geven aan geluk en welzijn bij het bepalen van de manier waarop sociale en economische ontwikkeling kan worden bereikt en gemeten’.
Maar aan beleid schort het, ruim tien jaar later, wel een beetje. Veeg alle 147 deelnemende landen aan het wereldgeluksrapport op één hoop, en sinds het eerste rapport in 2012 is de geluksscore zelfs iets achteruitgegaan, van 5,6 naar 5,4. Geluk domineert niet bepaald de beleidsagenda’s van de wereld.
‘Geluksonderzoek biedt een bepaalde lens om naar de maatschappij te kijken. Maar daar wordt nog niet veel gebruik van gemaakt’, erkent Burger. Deels komt dat doordat beslissers, van de baas op het werk tot de regering, er gewoon nog niet vertrouwd mee zijn, denkt hij. ‘Er is een neiging om te denken dat meer geluk ten koste gaat van productiviteit en winst. Zeker als het even tegenzit, denken organisaties niet direct: laten we inzetten op meer geluk.’
Een ander deel van de verklaring is dat het best lastig is de inzichten van het geluksonderzoek te vertalen naar de praktijk. ‘Ik geloof dat dit een onderzoeksveld is dat ten dienste kan staan van de maatschappij. Maar in de praktijk sorteren interventies helaas niet altijd het effect waarop we hopen’, vertelt Burger. Zo zijn de geluksscores waarnaar onderzoekers kijken gemiddelden. ‘Daarbinnen zit veel spreiding. Wat werkt voor de een, werkt niet voor anderen.’
Niet dat er dus niks gebeurt. Helliwell noemt een opvallende proef in Canada, waarbij mensen met een uitkering aan het werk gingen als een soort buurtvrijwilliger, voor allerlei klusjes in de gemeenschap. De kosten-batenanalyse leverde in harde dollars weinig op, de uitkeringsgerechtigden hadden er weinig aan. Tot men de geluksfactor meewoog. Het sociale weefsel van de gemeenschappen waar de proef draaide, was een stuk gezonder geworden, en de vrijwilligers zelf waren tevredener over hun leven.
‘Dit soort dingen kun je overal doen’, zegt Helliwell. Dat kan uiteindelijk alsnog kosten uitsparen, want gelukkige mensen blijven gemiddeld gezonder, met minder risico op kanker, hart- en vaatziekten of vroegtijdig overlijden. Gebrek aan sociale verbondenheid kan net zo schadelijk zijn als obesitas of vijftien sigaretten per dag roken, aldus een al meer dan tienduizend keer geciteerde weging van al het bewijs.
Ziedaar de kracht van de mensengroep. ‘Op individueel niveau is mijn advies altijd: houd je gemeenschap gaande’, zegt Helliwell. ‘Geef niet allerlei instituties de schuld, laat je niet meezuigen in negativiteit. Vraag je af: wat kunnen we samen doen, als gemeenschap? Het is veel makkelijker om vijanden te maken dan vrienden, maar het is belangrijker om vrienden te maken dan vijanden.’
In Leiden, de stad waar ‘Marieke’ bij elkaar elf portemonnees en geldmapjes, twee sleutelbossen, een tas en een telefoon verloor, breekt de zon door. Van de vijftien objecten zijn er elf door vinders terugbezorgd, en zelfs dertien, als je de twee portemonnees meetelt waaruit het geld is weggehaald. Een uitstekende score, die aardig overeenkomt met de uitkomsten van het Zwitserse onderzoek. In Nederland werd toen driekwart van de portemonnees terugbezorgd. Flink meer dan de pakweg 65 procent teruggave waar Nederlanders zelf desgevraagd op zouden gokken.
Goed om te weten dat we best op onze landgenoten kunnen vertrouwen, vinden ook de betrokken vinders. ‘Dit geeft toch weer een beetje vertrouwen in de maatschappij. Er is al ellende genoeg in de wereld’, zegt winkelier Rachid als hij de uitslag hoort. Ook voor Monique Wegman is de conclusie helder. ‘Mensen zijn leuker dan je denkt’, stelt ze vast.
Geld geven aan een goed doel waar uw hart ligt, geeft het levensgeluk een stevige duw omhoog. In een overzichtsstudie van vijftien gedegen donatie-experimenten, bleken er elf het geluksgevoel significant te verhogen.
Een ander helpen versterkt het geluk. Maar alleen als u er zelf voor kiest: bij een onderzoek onder zevenhonderd studenten die tijdens covid mensen hielpen, was de geluksboost het grootst bij diegenen die dat uit eigen beweging deden.
Wie twaalf keer per week of vaker met anderen luncht of dineert, scoort een volle punt hoger op de ‘geluksladder’ van Cantril. Daar zitten stoorfactoren bij (wie samen eet, heeft vast al een goed sociaal leven), maar ook mensen die bij wijze van experiment samen aten, werden gelukkiger.
Talloze experimenten laten zien dat contact met vreemden het geluk kan aanwakkeren. Bij een recent experiment met 265 Turkse studenten had het zelfs al effect om de buschauffeur te groeten en goedendag te wensen.
Vooruit, dat is misschien wat veel gevraagd, maar feit is dat geluk ook een stevige erfelijke component heeft. Volgens een Noorse studie bij genetisch identieke tweelingen is ongeveer 30 procent van het al dan niet aanwezige levensgeluk aangeboren.
Ontmoet de wetenschapsjournalisten van de Volkskrant in het theater
Wat maakt mensen nou écht gelukkig? Donderdag 5 juni zoekt de wetenschapsredactie van de Volkskrant samen met wetenschappers naar antwoorden, bij een theatershow in DelaMar in Amsterdam. Het wordt de eerste live-opname van onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kaarten verkrijgbaar op de website van Delamar en via volkskrant.nl/live.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant