is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.
Toen de Staatkundig Gereformeerde Partij in andere tijden, zestien lange jaren geleden, een voorstel in het parlement indiende om meer ‘terughoudendheid’ te bevorderen ‘ten aanzien van opvallende schotelantennes, het laten horen van islamitische gebedsoproepen en het bouwen van grote moskeeën en minaretten’, dit alles om recht te doen aan ‘gevoelens van vervreemding en onbehagen onder veel autochtone Nederlanders’, werd dat kansloos weggestemd. De enigen die het een goed plan vonden waren de leden van de PVV-fractie (toen een relatief kleine oppositiepartij) en Rita Verdonk (toen een afgesplitste oud-VVD’er die als typische steekvlampoliticus heel even mateloos populair is geweest; tegenwoordig is ze bijna gepensioneerd gemeenteraadslid in Den Haag). In de rest van Kamer, stad en land werd er tssk gedaan en met hoofden geschud en ‘discriminatie’ geroepen.
Na zeven dagen bedaarden de golven, waarop iedereen de minarettenmotie weer vergat. Het was de tijd waarin een ophefcyclus nog een volle week kon duren en de SGP als curiosum gold: een klein partijtje met van oudsher theocratische trekken, in 1918 opgericht als tegenhanger van nieuwlichterij in christelijke kring en moderne fratsen zoals het vrouwenkiesrecht, altijd een ingewikkelde relatie onderhouden met de combinatie vrouwen en politiek, onwankelbaar vóór de doodstraf, even onwankelbare grafhekel aan islam en schotelantennes. Dit weerhoudt menig ‘politiek duider’ er overigens niet van om op gezette tijden SPG-leiders aan te duiden als ‘staatkundig geweten van de Tweede Kamer’ – God mag weten waarom.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
In het anderhalve decennium tussen toen en nu waren er telkens ijverige, hernieuwde pogingen om uitingen van de islam uit de publieke ruimte te duwen, met de ‘versterkte gebedsoproep’ – dat is het Allahoe akbar dat bij een enkele moskee in sommige steden uit luidsprekers klinkt wanneer het tijd is voor het gebed – als voornaamste doelwit. Soms landelijk, soms lokaal, vaak geïnitieerd door de SGP, soms in een kongsi met rechts-radicaal. Dat was tevergeefs, want grondwet en uitingsvrijheid en godsdienstvrijheid et cetera. En als ‘lawaai’ het argument is (wat natuurlijk nooit het echte argument is, maar een plaksnor om op de echte reden te plakken in de hoop dat niemand die als onverdraagzaamheid zal herkennen) gaan de burgemeesters en het lokale bestuur over het aantal decibellen. De kruistocht tegen de versterkte gebedsoproep is een stokoude koe.
En nu hebben SGP en JA21 hem weer uit de sloot getakeld. Vorige week kondigden ze hun initiatiefwetsvoorstel voor het verbieden van versterkte gebedsoproepen aan. Dit keer geen ‘tsk’ en ‘discriminatie’. Er kwam een mediatour, de Kamerleden kregen welwillend gehoor, zeiden dat ze goede hoop hebben op grote steun.
Nu rechts-radicaal de bovenliggende partij is, maken ook de opvattingen van de SGP school. In Nederland profileert rechts-radicaal en rechts-conservatief zich doorgaans als seculier, soms zelfs antireligieus, maar tegelijk groeit het op diepe conservatief-christelijke wortels. Als het om blinde steun aan Israël gaat bijvoorbeeld. Als het om reproductieve rechten van vrouwen gaat, soms, of om de rechten van trans personen. En als het gaat om de afkeer van de islam, de ‘valse godsdienst’. Zo is een vies bondje ontstaan tussen christelijk-rechts en radicale vreemdelingenhaters.
Dit kabinet wil de gebedsoproepen ook aan banden leggen, althans in beginsel, althans heeft het in het hoofdlijnenakkoord een zinnetje opgenomen over het ‘reguleren’ van dit soort oproepen. Inzake dat ‘reguleren’ heeft de verantwoordelijke minister Uitermark (NSC) van Binnenlandse Zaken al terugtrekkende bewegingen gemaakt. Ze wil eerst ‘onderzoek’ doen naar hoe vaak en hoe luid en hoeveel klachten er zijn (van de 500 moskeeën doen zo’n 450 níét aan luidsprekers, het gaat om een paar handvol, er zijn lokale verordeningen over lawaai), en gaat dan nadenken of er misschien ‘betere regels’ nodig zijn.
Dat zal dus wel verzanden, net zoals het initiatiefwetsvoorstel vermoedelijk op talloze uitvoerings- en grondwettelijke bezwaren zal stuiten. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat er weer veel kostbare tijd van de ambtenarij en het parlement zal gaan zitten in symboolwetgeving die als netto resultaat heeft dat een groep Nederlanders nog een stukje verder is gemarginaliseerd.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant