Home

Vrijmarkt, optocht en afval opruimen: wie betaalt koningsdag?

Een verjaardagsfeestje kost een flinke duit, dus ook dat van de koning. De gemeente Doetinchem betaalt 3 miljoen euro voor de festiviteiten rond het koninklijk bezoek. Toch nemen landelijk gezien veel burgers en ondernemers de kosten zelf voor hun rekening.

Voor de invulling van het programma van het bezoek van de koning betaalt de gemeente Doetinchem 1,7 miljoen euro. De provincie Gelderland legt 1 miljoen euro bij en omliggende gemeenten en ondernemersvereniging Achterhoek Ambassadeurs vullen het aan tot een totaalbedrag van 3 miljoen euro.

Vorig jaar viel het bezoek van de koning een stuk duurder uit dan verwacht. De feestelijkheden in Emmen kostten 2,3 miljoen, terwijl 1,5 miljoen euro begroot was. De gestegen personeelskosten werden door Emmen onderschat. Daarom budgetteert de gemeente Doetinchem dit jaar een bedrag van 220.000 euro om onvoorziene kosten te dekken.

Maar de kosten zijn van ondergeschikt belang voor Doetinchem. "Het gaat niet om het oppoetsen van het imago van Doetinchem, maar om de ervaring van de inwoners", vertelt een woordvoerder van de gemeente. "Onze stadsboerin maakt bijvoorbeeld Doetinchemse gerechten klaar, voor de koning en de inwoners. Ons doel is mensen samen te brengen."

In 2023 kostte het bezoek van de koning en familie de gemeente Rotterdam 4 miljoen euro. In 2021 in Eindhoven werd voor het verjaardagsfeestje van de koning 1,7 miljoen euro betaald en in 2022 in Maastricht 1,5 miljoen euro.

Voor lang niet iedereen draait Koningsdag om de koning zelf; veel mensen willen het met mensen uit de buurt vieren. Populaire festiviteiten, zoals vrijmarkten, concerten, dorpsfeesten, Oudhollandse spelletjes en kleedjesmarkten, zijn overal door het land te vinden. NU.nl deed een rondgang bij enkele grote en kleine gemeenten door het hele land om te vragen hoe ze de kosten van die activiteiten betalen.

In sommige kleine gemeenten hoeft de lokale overheid nauwelijks extra kosten te betalen. In de gemeente Oss is het de verantwoordelijkheid van Oranjeverenigingen. Die organiseren en betalen een groot feest op het plein, maar dekken ook de kosten voor het verplaatsen van het straatmeubilair. Ook het huren van dranghekken en de verkeersregeling betalen de verenigingen zelf. Ze krijgen daar geen subsidie voor.

Wat wel voor de rekening van de gemeente Oss komt, is te zien in onderstaand overzicht.

Ook de gemeente Zwolle is rond Koningsdag goedkoop uit. Een woordvoerder vertelt dat het Zwolle Fonds, een samenwerkingsverband van ondernemers, verantwoordelijk is voor de feestelijkheden. Ook de beveiliging, het verkeer, en de schoonmaak wordt door het fonds geregeld en betaald.

Daar krijgt het fonds wel een subsidie van de gemeente voor. Die komt neer op 30.000 euro per jaar. De enige directe kostenpost van de gemeente Zwolle is het salaris van de mensen die de vlaggenstok ophangen. Dat komt neer op nog geen 1.000 euro.

Kleinere gemeenten als Venlo en Krimpenerwaard vertellen dat ze de organisatie ook overlaten aan Oranjeverenigingen. Die worden gerund door vrijwilligers. De verenigingen betalen en regelen vrijmarkten, een optocht met versierde fietsen in Venlo, een springkussendorp in Ouderkerk en andere activiteiten. Net als in Oss zijn de kosten voor de gemeente Venlo "zeer beperkt".

Het is erg lastig een overzicht te krijgen van de kosten in grote steden. De gemeente Amsterdam betaalt de kosten vanuit verschillende portefeuilles en dus is er geen overzicht van de totale kosten. Hetzelfde geldt voor de gemeenten Rotterdam en Breda, die geen overzichtelijk kostenplaatje hebben voor Koningsdag.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next