De aardappel was zo goed bestand tegen de gevreesde schimmelziekte dat het gifgebruik met 80 procent omlaag kon. Maar ja, ‘genetisch gemanipuleerd’. Nu, bij zijn pensioen, groeien de aardappels van agro-ecoloog Bert Lotz in Kenia en Canada – maar niet hier. Wat ging er mis?
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Het proefveld was ‘net een dambord’, vertelt Bert Lotz (67). Het ene vierkantje was kaalgevreten door de gevreesde aardappelschimmel Phytophthora infestans. En in de andere vierkantjes, met de nieuwe Wageningse proefplantjes erin? Daar groeiden de aardappelplanten vrolijk verder, hooguit met hier en daar een bruin plekje. ‘Ik ben vrij aardig in statistiek’, vertelt hij. ‘Maar hier had je nooit statistiek nodig om het verschil te zien.’
Het was de nazomer van 2011, en vol trots konden agro-ecoloog Lotz en zijn collega’s bekendmaken: het was gelukt. Wageningse onderzoekers waren erin geslaagd de aardappelziekte een halt toe te roepen. Door in de aardappelplant enkele genen in te bouwen die de plant resistenter maken tegen de schimmelziekte die ooit de grote Ierse hongersnood veroorzaakte en ook nu nog jaarlijks voor miljarden euro’s aan schade zorgt.
En het was geeneens genetische manipulatie, in de zin van: aangevuld met erfelijk materiaal uit heel andere soorten. De Wageningse groep had de resistentiegenen voor de aardappel ontleend aan andere aardappels, uit onder meer Mexico. ‘Cisgenese’, heet dat overbrengen van genen binnen een soort officieel. Met kweken had het ook gekund – alleen duurt het dan langer.
En, was-ie lekker?
‘Dat is een goeie. We mochten hem niet proeven. Daar moest je eerst een heel dossier voor aanleggen.’
Kom, u bent net met pensioen, niets meer te verliezen. Zeg eens eerlijk: u heeft er toch zeker weleens een stiekem mee naar huis genomen, om te proberen?
‘Nee, echt niet! Ik heb de regels altijd heel strikt gevolgd. We waren ons er zeer van bewust dat er een vergrootglas op ons stond. Dus we respecteerden alles wat er te respecteren viel.’
Had u als onderzoeker nooit de neiging om te zeggen: mensen, laten we even normaal doen met z’n allen, dit is gewoon een aardappel?
‘Dat werkt niet in dit dossier, waar je te maken hebt met diepgevoelde waardenkaders, zoals rond het begrip natuurlijkheid. Dat maakte die aardappel toch anders dan een auto waarin je een nieuwe motor stopt. Maar ik denk dat doordat we dit respecteerden, het mogelijk werd dat we in Nederland überhaupt proefvelden hadden waar we op open dagen honderden mensen konden uitnodigen om samen het gesprek aan te gaan.’
Dit was een hoopvolle tijd. In Wageningen had men 10 miljoen euro gekregen uit de Groningse aardgasbaten, om de aardappelteelt met nieuwe genetische technieken vooruit te helpen. ‘Durph’, luidde de strijdvaardige naam van het project, een verfrommeling van de mondvol ‘durable resistance against Phytophthora through cisgenic marker-free modification’.
Maar in het buitenland rommelde het. In Argentinië, Brazilië en de Verenigde Staten was er met de genetische modificatie van landbouwgewassen een wel erg lelijke doos van Pandora opengegaan. Met koppelverkoop (genetische gewassen plus bijbehorend landbouwgif), chantage van boeren (via nakomeling-vrije ‘terminator seeds’) en kille multinationals die gentech vooral gebruikten om hun winst te vergroten (met Monsanto als verpersoonlijking).
Dat zou hier anders gaan, dachten ze in Wageningen. Aan de sociaal sensitieve, musicerende agro-ecoloog Lotz de taak om de maatschappij te overtuigen dat het ook anders kan en hier wél plaats is voor genetisch gemanipuleerde gewassen. De resistentiegenen die men bij toerbeurt wilde inzetten, zouden de aardappelziekte genoeg weghouden om het gifgebruik met zeker 80 procent te verminderen. Wie kon dáár nou wat op tegen hebben?
Maar toen, in 2012, ging het toch mis. Multinational BASF besloot Europa te verlaten, in elk geval voor wat betreft gentech: te veel gedoe, te veel weerstand. Intussen weigerde de aardappelbranche BASF’s genetisch omgewerkte aardappel ‘amfora’ te poten. ‘Wij willen gegarandeerd vrij blijven van genetisch gemodificeerde gewassen’, zei aardappelveredelaar HZPC tegen de Volkskrant.
U zult wel even hebben gevloekt.
‘Nou ja, dat zijn dingen die je moet accepteren. Ik denk dat veel bedrijven niet het vertrouwen hadden dat een nieuw product waar een label op moet, een positie in de markt kan hebben. Zo’n label druist in tegen hoe men in een supermarkt kijkt naar een product. Bovendien waren onze aardappelen cisgeen, dus met genen van binnen de soort.’
Maar bedrijven zagen al gebeuren: een grote sticker erop met de tekst ‘dit is een ggo-product’ (genetisch gemodificeerd organisme), niemand koopt het meer.
‘Als onderzoeker heb ik weleens gezegd: je kunt het ook omdraaien. Ik zou zo’n gelabelde aardappel misschien juist nemen, als je weet dat er 80 procent minder op gespoten is. Geweldig.’
Waarom is het niet gelukt die boodschap over te brengen?
‘Toch die Europese regelgeving. Die zou zo’n label verplichten en veel rompslomp opleveren. Intussen heeft ons Durph-project ook veel vertrouwen wél gegeven. De commissie voor de genetische modificatie heeft in 2015 onderzocht hoe consumenten en boeren aankijken tegen onder meer de Durph-aardappel. Meer dan de helft van de consumenten vond dat je deze aardappel best kunt telen. Bij boeren lag het nog hoger.’
Intussen was uw dambordproef afgelopen. U zat te wachten op toelating van uw aardappel. Wat was eigenlijk het moment dat u dacht: einde verhaal?
‘Bij de afsluiting van het project, in 2016, was het wel duidelijk dat er geen echte introductie zou komen. Dat werd twee jaar later bevestigd, met de uitspraak van het Europees Hof dat cisgenese voorlopig onder de strenge EU-wetgeving voor genetisch gemodificeerde organismen valt.’
U bent behalve wetenschapper ook fervent doedelzakspeler. Er moet een moment zijn geweest dat u even extra hard op uw doedelzak hebt geblazen uit frustratie.
‘Dat valt mee hoor. Onze rol is om kennis aan te bieden, niet om die de maatschappij door de strot te duwen. We hebben een prototype ontwikkeld. Daarna is het aan het bedrijfsleven om dat wel of niet op te pakken. Dus bij mij geen woede.’
Ik geloof u gewoon niet.
‘Echt! Ik ben iemand van de lange adem. Bij mijn afscheid kreeg ik veel mooie boodschappen van mensen die mijn onverstoorbaar optimisme benoemden. Dat zit wel in mij.’
Waarom ging het bedrijfsleven niet met uw aardappel in zee?
‘Vanwege die Europese regelgeving voor ggo’s. Neem die amfora-aardappel. Avebe, de boerencoöperatie die hem ontwikkelde en wilde introduceren, kreeg iedere keer nieuwe vragen. Steeds moest het dossier weer allerlei nieuwe dingen bevatten. Die onzekerheid is voor een ondernemer niet acceptabel. Je moet weten wat je return on investment is, waaraan je toe bent.’
Wat is dat toch? Overal ter wereld worden genetische gewassen verbouwd, onze kleding is gemaakt van genetisch gemanipuleerd katoen, ons vee wordt gevoerd met soja en maïs die veelal genetisch is gemodificeerd. Maar dat moeten we importeren, omdat de EU zelf geen genetisch veranderde gewassen verbouwt. Waarom zijn de regels hier zo afwijkend?
‘Er spelen meerdere dingen. Er is hier toch een behoorlijk sterk gevoel van, op z’n Frans gezegd, terroir. Verbondenheid met je regio, trouw aan je culturele achtergrond. En we hadden niet slechter met deze nieuwe technologie kunnen beginnen dan met de transgene gewassen van Monsanto. Dat is een cultuur die, zeker op dat moment, zó ver van de Europese stond.’
De cultuur van: rechttoe-rechtaan massaproductie, tegenover de kleinschaligheid van Europa, waar wonen en landbouw met elkaar zijn verweven.
‘Precies. En die houding van: je móét ons product kopen, en als je een sluipweggetje vindt, wordt er meteen opgetreden met juristen.’
Einde van het liedje is wel dat uw aardappel niet in de winkel ligt.
‘Wel in Kenia en Canada. Ze hebben daar hun eigen aardappelrassen verrijkt met resistentiegenen uit het Durphproject. En het onderzoek is gewoon verder gegaan. Een bedrijf dat ik niet bij naam wil noemen, heeft nu een aardappel met een stapeling van drie breed werkende resistentiegenen. En er is natuurlijk meer dan Phytophthora. Je hebt ook aaltjes bijvoorbeeld, verantwoordelijk voor aardappelmoeheid. Daartegen wil je ook resistenties erbij hebben.’
U heeft er nog steeds vertrouwen in?
‘De resistenties die je eigenlijk nodig hebt, kun je met cisgenese relatief eenvoudig bij elkaar brengen. Als je dat wilt doen met klassieke veredeling, zit je al gauw op dertig, veertig jaar veredelen. Bovendien is er op EU-niveau nieuwe regelgeving in de maak.’
De Europese Commissie heeft, in navolging van onder meer Groot-Brittannië, voorgesteld de regels te versoepelen voor ggo’s die in theorie ook met gewoon veredelen kunnen ontstaan. Ook cisgenese zou dan onder de ‘normale’ veredelingsregels komen te vallen. ‘Daar heeft Durph toch aan meegeholpen’, zegt Lotz.
Wat is de les van Durph?
‘We hebben veel geleerd van hoe je het gesprek met elkaar aangaat. Zo realiseerden we dat we ook met actievoerders, bijvoorbeeld met Greenpeace, gemeenschappelijke doelen hebben: de landbouw verduurzamen. Ons doel is niet om technologie te pushen; het doel is om weerbare teeltsystemen te maken. Je hebt het dan dus over verschillende wegen naar Rome.
‘En we hebben geleerd dat als je het gesprek wilt aangaan over zoiets abstracts als DNA, het helpt als je samen in een proefveld kunt gaan staan. Zodat je kunt laten zien: zó ziet het er nou uit. Maar dan nog heeft dit echt tijd nodig. Dat is een van de belangrijkste lessen.’
Gaat u nog meemaken dat u hier in de keuken een aardappeltje staat te schillen met extra resistentiegenen, aangebracht via cisgenese?
‘O ja, absoluut. Met ook combinaties van genen tegen aaltjes erin. Het zou mij zeer verbazen als dat niet gebeurt.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant