Opeens stond hij voor me, pontificaal zoals het woord bedoeld is: paus Franciscus, vriendelijk glimlachend zoals altijd terwijl zijn eerste kin genoeglijk rustte op zijn tweede kin. Hij stak zijn hand uit, ik ook, waarna ik ‘goedemiddag Uwe Heiligheid’ zei en weer rechtsomkeert maakte, terug mijn gangetje in.
Hoewel het uiteraard leuk was om de paus een hand te geven en te zien hoe hij samen met koning Willem-Alexander en koningin Máxima in het Spaans keuvelde over de schoolprestaties van de drie prinsesjes, was dat gangetje zonder twijfel het ware hoogtepunt van mijn dag. Pas in het schemer van dat kleine gangenstelsel, verscholen achter een reeks stiekeme deurtjes die toegang gaven tot evenzoveel geheimen, voelde ik het volle gewicht van de geschiedenis echt op mij drukken.
Het rook er weliswaar muf – ongetwijfeld de geur van opgekropt celibaat, dacht ik – maar dat maakte niet uit, want ik bevond mij toch maar mooi op de derde verdieping van het Apostolische Paleis, na de Zevende Hemel zo ongeveer de belangrijkste verdieping in de katholieke wereld omdat de pauselijke appartementen zich er bevinden.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hotemetoten die daar op audiëntie komen, bewegen zich doorgaans voort over het spiegelgladde marmer van de Sala Clementina en langs een erehaag van Zwitserse Gardisten richting de Pauselijke Bibliotheek. Maar voor simpel voetvolk zoals ik zijn er sluiproutes via donkere gangetjes aangelegd.
De geestelijke die mij voorging verontschuldigde zich uitgebreid voor die wat onorthodoxe route, maar ik was juist dolgelukkig, omdat ik dacht aan de talloze ongure types die de afgelopen vijf eeuwen door exact dit gangenstelsel hadden geslopen; alles van souteneurs en concubines tot gifmengers, verraders en Italië-correspondenten van de Volkskrant.
Bovendien weet iedereen met een beetje kennis van zaken dat de interessantste gebeurtenissen in Vaticaanstad zich juist afspelen in dit soort donkere hoekjes. Zo hoorde ik ooit van iemand die er verstand van heeft dat je voor verreweg beste Romeinse homofeesten van de jaren negentig in de appartementen rondom de Sint-Pieter moest zijn.
Veel van die appartementen behoren toe aan leden van de Romeinse Curie; de hofhouding van de paus die veelal bestaat uit met goud behangen bisschoppen en kardinalen die al een leven lang in Rome wonen en daar gewend zijn geraakt aan een zekere levensstijl – een stijl vol glimmend marmer die lastig rijmde met een paus die juist radicale eenvoud predikte.
Franciscus riep de Curie vlak na zijn aantreden weliswaar op zich voortaan verre te houden van ‘hoofse zaken als intriges, roddels, machtsblokken, vriendjespolitiek en bevoorrechting’. Maar tijdens zijn leven werd er al nauwelijks naar die oproep geluisterd, laat staan na zijn dood. Zo dook deze week opeens Giovanni Angelo Becciu weer op in Rome, jarenlang een van de machtigste kardinalen binnen de Curie, tot zijn rechten hem in 2020 door Franciscus werden afgenomen vanwege zijn sleutelrol in een gigantische vastgoedfraudezaak in Londen.
Van Franciscus mocht hij niet meer stemmen bij een volgend conclaaf, hijzelf sprak dat deze week tegen om direct daarna zijn trawanten op te zoeken voor een overleg in de schaduw. Want vergist u niet: ze zijn er momenteel allemaal, al die copieuze, met brokaat versierde kardinalen, konkelend en smiespelend achter de gesloten deuren van de vele Romeinse achterkamertjes. Ze sluiten dealtjes en smeden plannetjes voor straks, wanneer het conclaaf begint, en de ongebreidelde macht eindelijk weer voor het grijpen ligt.
U begrijpt het: ik zou graag weer in dat gangetje staan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant