Voor de laatste keer regisseert de Britse theaterberoemdheid Katie Mitchell opera; ze is helemaal klaar met de veel te vrouwonvriendelijke kunstvorm. Woensdagavond gaat in Amsterdam haar versie van Richard Strauss’ Die Frau ohne Schatten in première.
schrijft voor de Volkskrant over opera en klassieke muziek.
Katie Mitchell komt via de artiesteningang van de Nationale Opera en Ballet binnen. Doordringende blauwe ogen, een halve glimlach, rechte rug en twee wandelstokken.
Nee, er niets mis met haar benen, legt ze later uit in een van de kleedkamers. ‘Nordic walking, omdat ik de hele dag zit. Dus onderweg van mijn hotelkamer werk ik aan mijn conditie. Hierbij gebruik je negentig procent van het bewegingsapparaat. Het is beter dan zwemmen.’
Ze is hier om Die Frau ohne Schatten, de raadselachtigste opera van Richard Strauss, langs haar feministische meetlat te leggen.
Al meer dan 35 jaar maakt de Engelse toneel-, opera- en filmregisseur Katie Mitchell (60) producties met een feministische inslag. Haar oeuvre telt meer dan zeventig toneelstukken en dertig opera’s, waaronder radicale interpretaties van het klassiek theaterrepertoire waarbij ze niet schroomt om 60 procent of meer van de oorspronkelijke tekst te schrappen.
Zo ensceneerde ze Freule Julie van August Strindberg vanuit het oogpunt van een bijfiguur, Kristin de kokkin. In Ophelias Zimmer verplaatste ze Shakespeares Hamlet naar de slaapkamer van Hamlets ex Ophelia.
‘Hamlet komt alleen een keer binnen om het toneelstuk te verstoren’, zegt ze met pretogen. ‘We hebben geen behoefte aan nog een verhaal over een depressieve, gewelddadige vrouwenhater.’
Mitchells werk ontlokt zeer heftige reacties in Groot-Brittannië, waar men meer ontzag heeft voor de theatercanon dan in de rest van Europa. Een recensent vond dat ze een toneelstuk niet moet besmeuren met haar vieze vingerafdrukken. Haar bewerking van Anton Tsjechovs De meeuw zette iemand aan om haar het programmaboekje toe te sturen, met daarop gekrabbeld: ROTZOOI.
Natuurlijk wordt ze ook in eigen land bewonderd. Theater- en operaregisseur Richard Jones zei ooit tegen de Britse krant The Guardian dat Mitchell ‘belangrijker is dan wie dan ook’. Maar in Duitsland, waar regisseurs veel aanzien genieten, wordt ze alom gevierd.
Duitsland omarmde Mitchell vanaf het begin. In 2008 nodigde regisseur Karin Beier, een goede vriendin, haar uit om in Keulen Wunschkonzert te regisseren, een stuk over een suïcidale vrouw die naar een platenverzoekprogramma luistert.
Mitchell maakte een visueel sterke productie, waarin de acteurs live werden gefilmd en de beelden ter plekke gemonteerd en geprojecteerd op een scherm, alsof het publiek een filmshoot meemaakte. Deze combinatie van theater en film, ‘live cinema’ genoemd, zien we tegenwoordig vaker in theaters en operahuizen, maar Mitchell heeft deze techniek bedacht.
Een kenmerk van al haar producties is het naturalisme, waarbij acteurs hyperrealistische handelingen uitvoeren, al dan niet in levensechte decors. In combinatie met Mitchells feministische gedachtegoed levert haar naturalisme vaak scènes op waarin vrouwelijke ervaringen onverbloemd worden uitgebeeld, zoals een miskraam in de opera Lucia di Lammermoor.
Die Frau ohne Schatten is een sprookje over een keizerin uit een geestenwereld die geen schaduw werpt, een metafoor voor onvruchtbaarheid, en die de schaduw van een menselijke vrouw, de Verfster, probeert te verkrijgen. Als er een opera is die smeekt om door Mitchell te worden ontleed, dan is het deze. Maar eerst moet ze iets ophelderen.
In 2023 gaf u op het Goethe-Institut in Londen de Goethe-lezing. In antwoord op een publieksvraag zei u: ‘Ik ben klaar met opera. Het is te misogyn.’ En toch regisseert u nu een opera in Amsterdam.
‘Ik ben hier omdat ik twee overeenkomsten had getekend, maar die werden door covid uitgesteld. Ik zou in 2020 deze opera regisseren, alleen kwam na een week de lockdown. (Met Die Frau ohne Schatten zou Marc Albrecht afscheidnemen als chef-dirigent van De Nationale Opera (DNO), red.). En met De zaak Makropoulos in het Royal Opera House ging het ook zo.’
Dus u meent het echt. We maken nu het einde van de operacarrière van Katie Mitchell mee.
Vrolijk grinnikend: ‘Ik meen het echt.’
Dan serieus: ‘Er zijn nu een paar jonge vrouwen die aan het roer van operahuizen staan. Misschien ga ik wel voor hen regisseren, maar alleen als politieke actie, om hen te steunen.’
Waarom heeft u het gehad met opera?
‘Omdat in opera de makers aan de muzikale kant vaak de eindbeslissers zijn, niet de makers aan de theatrale kant. Mijn teamleden – de ontwerpers, de regieassistenten, de choreografen – voelen zich vaak tweederangsburgers. Deze hiërarchie weerspiegelt, vrees ik, een fundamentele misvatting over wat toneel is, en over de processen die nodig zijn om goed toneel te maken.
‘En dan is er de canon, bestaande uit 35 of 37 opera’s, die overwegend misogyn is, maar men weigert pertinent om het hierover eens te worden.’
Wie weigert?
‘De mensen die bij operahuizen werken, de critici en het publiek. Als je opera door de tijd heen sleept, is het alsof je met een boom sleept om die in onze tijd te verplanten. De boom heeft veel mooie muzikale bladeren en takken, maar ook giftige wortels gedrenkt in racisme en vrouwenhaat uit zijn ontstaanstijd.
‘Die giftige wortels moet je in de enscenering aanpakken. Als je dat niet doet, blijft de oorspronkelijke misogynie voortbestaan. Sterker nog, misschien help je zelfs om het in stand te houden. Mensen uit de sector zeggen: maar de muziek van Così fan tutte is zo prachtig, we hoeven ons geen zorgen te maken over de misogyne inhoud.’
(In Mozarts opera wordt de trouw van twee vrouwen via een manipulatief experiment op de proef gesteld. De titel verraadt de verwachte uitkomst: ‘Zo zijn alle vrouwen’, red.)
Zeiden ze dat tegen u bij de English National Opera?
‘De English National Opera en de Metropolitan Opera in New York ontsloegen mij toen ik mijn concept voor Così aan hen presenteerde. Ze zeiden dat ik de opera niet leuk genoeg vond.’ Ze lacht uitbundig: ‘Ik moest zo lachen. Ik zei: ik vind de opera wel leuk, maar het vrouwonvriendelijke verhaal niet.
‘Als je mij inhuurt, krijg je een feministische deconstructie. Dat is mijn handelsmerk. Ik wilde de handeling naar een theater in de jaren zeventig verplaatsen, tijdens de tweede feministische golf. Een van de zangeressen weigert uit protest tegen de vrouwenhaat in de opera om verder te zingen. Het was echt een leuk concept.
‘Nu ik 60 ben, ben ik aan het heroverwegen waar ik mijn creativiteit op wil richten. Mijn theaterwerk zet ik voort en verder wil ik nu meer schrijven, lesgeven en films maken. Ik heb genoten van veel aspecten van het operagenre, maar steeds het hoofd bieden aan de vrouwonvriendelijkheid in de libretto’s en op de werkvloer is vermoeiend.’
Er zijn steeds meer vrouwen die opera regisseren. Tegelijkertijd komen steeds meer incidenten van grensoverschrijdend gedrag in de operawereld aan het licht, zoals afgelopen juni bij DNO, toen een danseres aangifte wegens aanranding deed tegen de regisseur Andriy Zholdak. Worden operahuizen door deze twee feiten niet veiliger?
‘Daar had ik niets over gehoord en het klinkt verschrikkelijk. Ik neem aan dat DNO het incident heel serieus heeft genomen. Voor Die Frau ohne Schatten hadden we van het begin af aan een intimiteitscoördinator, Ita O’Brian, de beste in het vak.
‘Dingen zijn wel aan het veranderen. Steeds meer opera- en theatergezelschappen werken aan een veilige manier van werken, maar we hebben nog een lange weg te gaan, want onbewuste vooroordelen zijn heel hardnekkig.
‘Mijn ervaring is dat de opera niet altijd een veilige werkomgeving is voor vrouwen, in welke functie dan ook, van de laagste tot de hoogste. Je komt nog veel seksisme tegen, maar ik ben hoopvol dat de jonge generatie vrouwelijke, nonbinaire, trans en etnisch diverse artiesten hier verandering in zal brengen.’
Over seksisme in opera gesproken: u heeft uw concept voor Die Frau ohne Schatten samengevat als een feministische scifi-thriller over bovennatuurlijke wezens die de baarmoeder van een mens proberen te stelen. U heeft drie problemen met dit stuk geconstateerd: a) het is dramaturgisch onevenwichtig; b) het speelt zich af in een spirituele, folkloristische wereld die moeilijk is over te brengen aan het publiek van nu en c) misogynie zit door het hele stuk verweven.
‘Het is overal. Bent u met me eens dat het een misogyn stuk is?
Ja.
‘Gelukkig, ik hoef u niet hiervan te overtuigen.’
De Keizerin wordt zolang ze geen kind kan baren als een gemankeerde vrouw beschouwd. De Keizer komt haar tegen tijdens de jacht. Zij heeft de gedaante van een gazelle en met de hulp van zijn rode valk wordt ze zijn prooi. Maar dan verwondt de Keizer zijn geliefde valk. De symboliek is nogal verwarrend.
‘De schrijver van het libretto, Hugo von Hofmannsthal, had een aantal steengoede ideeën, maar hij had een goede dramaturg nodig gehad om ze op een logische manier uit te werken. Het stuk zit vol uitdagingen voor de regisseur.
‘Het eerste wat ik doe bij het voorbereiden van een opera, is kijken naar de complete dramatische boog om alle inconsequenties op te lossen. Bijvoorbeeld: ik wil het verhaal van de rode valk oplossen, en uitzoeken wie de vader van de Keizerin is, een figuur die je nooit ziet en die toch alle touwtjes in handen heeft. Wij zetten hem wél op het podium zodat hun band fysiek wordt.
‘Ten tweede: ik pak de vrouwenhaat aan, op micro- en macroniveau. In het libretto is de relatie tussen de Verfster en haar echtgenoot Barak eenzijdig. Zij weigert hem kinderen te schenken. In onze productie laten we een ingewikkeldere, moderne relatie zien waarin een echtpaar in gelijke mate met onvruchtbaarheid worstelt.
‘We maken het symbool van de ‘schaduw’ ook heel concreet. In onze enscenering wil de Keizerin uit het geestenrijk dat de Verfster haar draagmoeder wordt. We laten dat ook letterlijk zien, hoe een eicel van de Keizerin in de baarmoeder van de Verfster wordt geïmplanteerd.’
Er zijn wel eens mensen flauwgevallen bij uw producties. Hoe expliciet bootst u de gynaecologische ingrepen na?
‘Sommige scènes zijn expliciet, omdat we graag willen dat alle medische details kloppen. Onze intimiteitscoördinator heeft alles nauwkeurig uitgezocht, hoe eicellen worden geoogst enzovoort.’
Waarom wilt u zoiets zo naturalistisch mogelijk in beeld brengen?
‘Ik gebruik naturalisme als wapen om de focus te leggen op de vrouwelijke ervaring. Ik verzacht de realiteit niet, net zoals Émile Zola dat ook niet deed in zijn romans toen hij het realisme inruilde voor het naturalisme en ons de lelijkste kanten van de mens niet bespaarde.
‘In mijn regie van de opera Jenůfa, bijvoorbeeld, zit de hoofdfiguur op het toilet en doet ze een zwangerschapstest. Later moet ze overgeven omdat ze zwanger is. Dus het is niet alleen: o, is ze zwanger? We zien tot in het kleinste detail wat zwanger zijn betekent, zowel lichamelijk als emotioneel.’
Voor zangers moet dat veel uitdagender zijn dan voor acteurs, minutieuze handelingen uitvoeren en zingen tegelijk. Mopperen ze weleens?
‘Aanvankelijk kan er soms weerstand ontstaan tegen een concept dat gedeeltes van het originele materiaal herschrijft. Dat is begrijpelijk, want misschien zingen ze over iets en ik vraag ze om iets heel anders te doen. Na een tijdje raken de zangers eraan gewend. En ze genieten er vaak van hoe we echt inzoomen op de psychologische details. Als je je man aanraakt, wat voor aanraking is het? Is die teder, is die boos?’
Met acteurs gaat u voorafgaand aan de repetities een lang voorbereidingstraject aan. U onderzoekt, bijvoorbeeld, het plaatselijke landschap, en bedenkt achtergrondverhalen voor personages. Maar operazangers hebben daar toch geen tijd voor?
‘In de jaren negentig en de jaren nul was mijn voorbereidingsproces zoals u beschrijft. Als ik bijvoorbeeld Henrik Ibsen regisseerde, ging ik eerst naar Noorwegen om de topografie te onderzoeken en de productie was een historische reconstructie van het toneelstuk. Ik ben gestopt met dit soort antropologische onderzoek rond 2008, toen ik in Duitsland ging werken en meer geïnteresseerd raakte in hoe ik een tekst uit de canon kan ombuigen met een regieconcept. Nu bereid ik stukken heel anders voor.’
Ze opent haar laptop en laat een bestand zien, het libretto van Die Frau ohne Schatten met overvloedige aantekeningen in gekleurde tekst.
‘Voor een opera time ik eerst hoelang alles duurt, terwijl ik naar de muziek op Spotify luister. Deze instrumentale passage duurt veertig seconden, deze tien. Dan voeg ik mijn ideeën voor de enscenering in het rood toe en maak ik aantekeningen in het blauw over hoe ik de misogynie zal aanpakken. Dit bestand is het vertrekpunt voor de repetities. Vervolgens dragen de zangers hun eigen ideeën bij en pas ik het document en de enscenering aan terwijl we aan het repeteren zijn.’
In veel Europese landen is de theaterregisseur als herverteller of medeschrijver vanzelfsprekend, in Engeland én in veel operahuizen lang niet altijd. Hoe komt dat?
‘In de Britse theaterwereld is het: eerst de schrijver, dan de acteur, dan de regisseur. In Duitsland is het: regisseur, acteur, schrijver. Als je daar naar een voorstelling gaat, is de eerste vraag: wie is de regisseur? In Groot-Brittannië vraag je eerst: wie heeft het stuk geschreven?
‘In een operahuis is de dirigent de baas, boven de regisseur, en 90 procent van de tijd is de dirigent een man. Opera is een kunstvorm waarin het drama even belangrijk zou moeten zijn als de muziek, maar de balans ontbreekt bij elke stap van het maakproces, van de casting tot de laatste beslissingen over de productie.’
U vult de theatercanon aan door literaire werken van vrouwen te bewerken voor het toneel, zoals uw voorstelling over postnatale depressie gebaseerd op het verhaal The Yellow Wallpaper van Charlotte Perkins Gilman. Welke lacunes moeten nog worden opgevuld? Welke verhalen ontbreken nog?
‘Er ontbreken zoveel verhalen van zoveel verschillende identiteitsgroepen in onze samenleving. Ik heb mijn best gedaan om wat gaten op te vullen, maar nu is het aan de jongere generatie artiesten om vooruitgang te boeken. We moeten ruimte voor hen creëren, zodat ze hun eigen verhalen kunnen delen en een nieuwe kijk op de oude verhalen kunnen werpen.
‘Hier in Amsterdam ben ik zo bevoorrecht geweest om tijd door te brengen met een groep zeer interessante Nederlandse vrouwelijke regisseurs die ik nog kende van mijn workshops in Aix-en-Provence. Mag ik u hun namen mailen? Ik wil ze niet verkeerd uitspreken.’
De volgende dag mailt Mitchell de namen: Lisenka Heijboer, Kenza Koutchoukali, Romy Roelofsen, Floor Houwink ten Cate en Naomi van der Linden.
‘In hun handen ziet de toekomst van opera in dit land er zeer hoopvol uit.’
Die Frau ohne Schatten in de regie van Katie Mitchell en onder de muzikale leiding van Marc Albrecht is tot en met 10/5 te zien bij De Nationale Opera.
23 september 1964 Geboren in Reading, Engeland. Groeit op in het dorpje Hermitage.
1987-1988 Begint haar carrière als regie-assistent, eerst bij het theatergezelschap Paines Plough en vervolgens bij de Royal Shakespeare Company.
1990 Richt haar eigen theatergezelschap op, Classics on a Shoestring.
1996-1998 Regisseur bij de Royal Shakespeare Company. Wint de Evening Standard Award voor Fenicische Vrouwen van Euripides.
1994-2011 Regisseur bij het National Theatre in Londen. Introduceert de ‘live cinema’-techniek in Waves, naar een roman van Virginia Woolf.
1996 Maakt haar operadebuut bij de Welsh National Opera met Don Giovanni.
2000-2003 Regisseur bij het Royal Court Theatre in Londen.
2008 Regisseert haar eerste stuk in Duitsland, Wunschkonzert van Franz Xaver Kroetz in het Schauspiel in Keulen, dat wordt geselecteerd voor het Theatertreffen in Berlijn.
2009 Onderscheiden met een Order of the British Empire.
2010 tot heden Huisregisseur van de Schaubühne in Berlijn.
2012–2018 Artist in residence op het festival van Aix-en-Provence. Belangrijke producties: de wereldpremière van George Benjamins Written on Skin, Pelléas et Mélisande, Alcina en Trauernacht, een toneelbewerking van cantates van Bach.
2013 tot heden Huisregisseur van het Deutsches Schauspielhaus in Hamburg.
2015 Retrospectief met acht producties van Mitchell in de Stadsschouwburg Amsterdam.
2019 International Opera Award voor beste regisseur.
2025 Bernarda Albas Haus wordt als vierde productie van Mitchell uitgekozen voor het Berlijnse Theatertreffen.
Katie Mitchell is hoogleraar theaterregie aan de Royal Holloway University in Londen, docent aan The Royal Central School of Speech and Drama in Londen en gasthoogleraar aan Columbia University in New York.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant