Home

Nederlands judo bevindt zich na deceptie van Spelen Parijs nog altijd in vacuüm: ‘Ik zit bijna een jaar zonder coach’

De EK judo beginnen deze week, terwijl Nederlands beste judoka’s in een hoogst onzekere tijd leven. De bond is volop aan het puinruimen na de dramatisch verlopen Zomerspelen van Parijs.

Judoka Sanne van Dijke kwam vorig jaar niet naar Parijs om als vijfde te eindigen op de Olympische Spelen. Maar nadat Nederland met nul judomedailles was teruggekeerd naar huis, dacht ze: misschien is dit maar beter ook. ‘Anders was de judobond er weer mee weggekomen. Er moet iets gebeuren.’

Decennialang was Nederland een van de grote judolanden, met olympisch kampioenen als Anton Geesink, Wim Ruska en Mark Huizinga. Op de Spelen in Athene (2004) en Beijing (2008) werd de Nederlandse vlag respectievelijk vier en vijf keer gehesen, mede voor Dennis van der Geest, Edith Bosch en Henk Grol. Maar de laatste jaren droogde de medailleoogst op. Het brons van Van Dijke in Tokio 2021 was zelfs de enige Nederlandse olympische judomedaille.

23 tot en met 27 april vinden de EK judo plaats in Podgorica, Montenegro.

De echte deceptie volgde afgelopen zomer in Parijs. Tijdens de Zomerspelen bemachtigde de nationale judoselectie voor het eerst in veertig jaar geen medaille. Terwijl de ploeg hier juist had moeten oogsten na de centralisatie; een beladen plan dat acht jaar geleden werd ingevoerd en voor meer succes had moeten zorgen.

Ingestort

Woensdag beginnen de EK in Podgorica, het eerste grote kampioenschap sinds de Spelen van vorig jaar. Hoe kon het judo in Nederland zo instorten?

Het is oktober 2015. De judobond heeft voor het tweede jaar op rij uiterst teleurstellende WK achter de rug: wederom gaat Nederland met slechts een bronzen plak naar huis.

Marhinde Verkerk, goed voor die WK-medaille, staat deze herfstdag op haar slippers langs de mat in Rotterdam. Ze heeft zojuist met ippon de nationale titel bemachtigd. De judoka pleit voor rust. ‘De afgelopen jaren is er veel gedoe bij de bond. Er zijn veranderingen in het beleid en coaches en sporters zijn daarmee bezig. Dat is vervelend.’

Verkerk, die in 2009 de wereldtitel veroverde in de klasse tot 78 kilogram, doelt op de centralisatie die de bond op aandringen van olympische sportkoepel NOCNSF wil uitvoeren. Een plan dat veel kritiek krijgt van voormalige coaches en judoka’s. Ook Verkerk stelt absoluut geen voorstander te zijn. Ze ziet het niet zitten om fulltime op sportcentrum Papendal, bij Arnhem, te gaan trainen. De basis voor haar wereldtitel legde ze immers in Rotterdam, bij coach Chris de Korte.

Op één plek

Maar de bond wil de beste judoka’s, de beste coaches en de beste faciliteiten op één plek. Op Papendal wordt een splinternieuwe judohal voor zo’n vijftig judoka’s neergezet. De Ruskahal, vernoemd naar tweevoudig olympisch kampioen Wim Ruska, staat symbool voor de herstructurering van het Nederlandse judo.

Andere sporten gingen het judo voor. Papendal huisvest onder anderen handballers en volleyballers. Toen de Nederlandse handbalsters in 2019 voor het eerst de wereldtitel wonnen, werd gewezen naar de handbalacademie op het topsportcentrum, waar een flink aantal vrouwen hun handbalopleiding kreeg.

Maar in de judowereld wordt het plan niet alleen door Verkerk met scepsis ontvangen. Judo is een individuele sport. Het draait om vechten tegen elkaar. Om fysieke confrontaties. Tot dan toe is Nederland een judoland met een sterke clubcultuur. Twee clubs steken daar bovenuit: Budokan en Kenamju. Rotterdam versus Haarlem. Succescoach De Korte tegenover succescoach Cor van der Geest. Er is strijd, er is onmin. Maar dat gaat hand in hand met succes op de tatami.

Gang naar rechtszaal

Op de Olympische Spelen, ook voor judoka’s het belangrijkste toernooi ter wereld, is slechts plaats voor één nationaliteit per gewichtscategorie. Dat leidt al jaren tot een hevige onderlinge concurrentiestrijd in diverse gewichtsklassen, soms zelfs met een gang naar de rechtszaal. Zoals in 2008, toen zwaargewicht Grim Vuijsters een kort geding verloor om een olympisch startbewijs dat naar Dennis van der Geest ging. Kim Polling stapte in 2021, zonder succes, naar de bezwaarcommissie toen het enige olympische ticket naar Van Dijke ging.

Een van de bezwaren tegen centralisatie is dan ook: niemand wil zijn of haar grootste concurrent beter maken door gezamenlijke trainingen. Bovendien zijn er bij clubs doorgaans meer sparringpartners beschikbaar dan op Papendal.

De gerenommeerde judoka’s werken vaak al jarenlang samen met eigen coaches, die ze blindelings vertrouwen. Slechts een paar van die coaches kunnen aan de slag op Papendal. De bond stelt zich hard op. Bij Juul Franssen leidt haar weigering voltijd op Papendal te trainen ertoe dat ze wordt uitgesloten van internationale wedstrijden en de nationale selectie. Franssen spant een kort geding tegen de judobond aan, dat zij wint. Er komt uiteindelijk een oplossing op maat. Ze vervolgt haar judocarrière deels op Papendal, en deels bij haar vertrouwde krachttrainer in Rotterdam.

Ondanks de weerstand verhuizen de beste judoka’s van Nederland toch naar Papendal. De onrust blijft in de jaren die volgen. Ja, de trainingsfaciliteiten zijn op orde, het eten in het restaurant is goed, en ook het krachthonk mag er zijn. Maar ondertussen ontbreekt het in de Ruskahal aan saamhorigheid en eensgezindheid.

Hekel aan elkaar

‘Sommige coaches hadden echt een hekel aan elkaar’, herinnert judoka Roy Meyer zich. ‘Ze liepen elkaar belachelijk te maken.’ Sanne van Dijke bekritiseerde de centralisatie nooit, maar stelt dat de coachingstaf niet ‘altijd met elkaar door een deur kon’. Dat gaf niet alleen onrust, het belemmerde ook de kwaliteit van trainingen. ‘Als je al te beroerd bent een specialist in ne-waza (het grondgevecht, red.), om hulp te vragen, loop je die kennis mis.’ Terwijl juist de samenwerking een van de pijlers onder de centralisatie moest zijn.

Er wordt door judoka’s soms openlijk getwijfeld aan de kwaliteit van de coaches. Zijn dit echt de besten van de besten, zoals de bond beloofde? ‘De trainingen waren altijd hetzelfde, die had ik zelf ook kunnen geven’, zegt de in 2022 gestopte Franssen over haar periode op Papendal. Meervoudig olympisch medaillewinnaar Henk Grol zegt in 2023 tegen de Volkskrant: ‘Er zijn talenten genoeg. Maar ik zie ze struggelen. Er is geen structuur. Het niveau van de coaches is te laag, er zitten geen kampioenenmakers bij.’

Daarnaast vreest een deel van de judoka’s dat de vier coaches op Papendal vooral opkomen voor de sporters die zij begeleiden, en dat dit invloed kan hebben op welke judoka’s er naar de belangrijkste toernooien mogen. Boven de coaches staat weliswaar een directeur topsport, de laatste jaren wordt die positie gevuld door Gijs Ronnes. Maar ook zijn judokennis wordt in twijfel getrokken.

‘Een beachvolleyballer’, wordt er geschamperd door judoka’s. Ronnes was voor zijn functie bij de judobond actief als bondscoach beachvolleybal. Een van zijn voorgangers, Tjaart Kloosterboer, coachte schaatsster Yvonne van Gennip naar drie keer olympisch goud in 1988. Binnen het judo kwam hij nooit meer van het stempel ‘schaatscoach’ af.

Kloof

Pogingen tot innoveren van Ronnes creëren juist een kloof in de traditionele en conservatieve judowereld. Over uitfietsen, gebruikelijk in het gros van de topsportwereld ter bevordering van het herstel, zegt Grol: ‘Het is totaal van de wereld. Judo is een vechtsport. Je moet keihard trainen, keihard werken. Niet meer, niet minder.’

Tussen alle onrust door is er ook succes. Noël van ’t End bemachtigt in 2019 de wereldtitel – de eerste sinds Marhinde Verkerk, tien jaar daarvoor. In 2024 verrast de pas 21-jarige Joanne van Lieshout met WK-goud. Maar over het algemeen is de medailleoogst vanaf de centralisatie in 2016 tot 2024 op de belangrijkste titeltoernooien karig.

Ondertussen laten oudgedienden uit de judowereld zich steeds vaker horen. Een werkgroep van oud-bondscoaches met onder anderen Marjolein van Unen en de vorig jaar overleden Chris de Korte luidt de noodklok en schrijft in een open brief aan de bond de bondscoaches te willen helpen. Ze moeten worden opgeleid, vindt de werkgroep. Maar de bond zit niet te wachten op de hulp van de oudgedienden. Directeur topsport Ronnes vindt dat de coaches autonoom zijn. Bovendien is al die tijd de stelling geweest: het centraliseren heeft tijd nodig, pas na Parijs, in 2024, mogen jullie ons afrekenen.

Ontluisterend

Het is augustus 2024. Met de Eiffeltoren op de achtergrond geeft Ronnes een ontluisterend interview bij de NOS. Na acht roerige jaren is op de Zomerspelen van Parijs het dieptepunt voor het Nederlandse judo bereikt. De technisch directeur spaart zichzelf niet. Hij kreeg het naar eigen zeggen niet voor elkaar om kennis te delen en coaches te laten samenwerken. ‘Dat betekent dat we goed moeten evalueren en harde conclusies moeten trekken.’

Niet veel later moet Ronnes het veld ruimen. Na een harde evaluatie stelt de judobond Anthonie Wurth aan, als interim-manager topsport. De oud-judoka krijgt de taak een plan te schrijven dat het judo in Nederland er weer bovenop moet brengen. Ook vertrekken in de maanden na de Spelen drie van de vier coaches: Garmt Zijlstra, Matthew Purssey en Jean-Paul Bell.

Sportkoepel NOCNSF is desondanks mild na de bedroevende resultaten van Parijs: bij de verdeling van de topsportgelden krijgt de judobond voor 2025 ruim 1,6 miljoen euro. Dat is weliswaar iets minder dan voorheen, maar met dat bedrag blijft judo een van de best bedeelde sporten. De sportkoepel acht de judosport nog steeds kansrijk voor olympisch succes.

Begin maart, in een zaal op Papendal, presenteert Wurth aan een handvol journalisten zijn ‘zwaarwegend adviesrapport’, zoals hij het zelf noemt. Hij oogt een tikkeltje nerveus. Zijn opmerkelijkste aanbevelingen: judoka’s hebben op Papendal geen vaste coach meer, maar werken met meerdere coaches, verdeeld over de groep. Het aantal judoka’s op Papendal wordt teruggebracht. De centralisatie is niet meer verplicht, terwijl er meer moet worden samengewerkt met de clubs in het land.

Aan het infuus

Juist die centralisatie noemde Cor van der Geest in een door hem zelf belegde persconferentie in september vorig jaar als de reden voor de teloorgang van het Nederlandse judo. ‘Judo ligt aan het infuus’, zei de oud-bondscoach en voormalig technisch directeur. Terug naar de oude situatie kan niet meer. Door de centralisatie werden de clubs uitgehold. ‘Die zijn op dit moment te zwak. De grootste talenten zijn weggehaald en boegbeelden ontbreken.’

Van der Geest opteert voor een ‘tussenweg’, waarbij de beste judoka’s gedeeltelijk met elkaar en gedeeltelijk bij hun clubs trainen. ‘Zo kun je de clubs langzaam weer sterker maken.’

Wurth benadrukt bij zijn presentatie dat de bond nog altijd pal achter de veelbesproken centralisatie staat. ‘De centralisatie werkt niet in het huidige systeem, maar wij hebben er alle vertrouwen in dat die wel werkt met het nieuwe systeem.’

Of dat nieuwe systeem, gebaseerd op zijn aanbevelingen, zal worden doorgevoerd, moet nog blijken. De EK die woensdag beginnen vormen de aftrap voor het traject richting 2028, naar de Spelen van Los Angeles. Over zes weken beginnen de WK. Rust is er na al die jaren nog steeds niet. Nieuwe trainers zijn nog niet bekend. De exacte koers evenmin.

Wel is er nadrukkelijk gezocht naar nieuwe bestuursleden met judo-achtergrond. Oud-judoka en voormalig bondscoach Marjolein van Unen keert terug naar de bond en wordt aangesteld als voorzitter. Guillaume Elmont begint op 1 mei als directeur topsport. Welk beleid de oud-judoka, wereldkampioen in 2005, wil voeren, is nog onbekend. Hij is nog niet beschikbaar voor interviews.

Het duurt lang, vindt Sanne van Dijke, die op de EK uitkomt in de klasse tot 70 kilogram. Ruim negen maanden na de desastreus verlopen Spelen zijn er ‘alleen nog maar mensen weggegaan, maar geen mensen bijgekomen.’

Ook Jur Spijkers (28), Europees kampioen in 2022, sprak zijn ongenoegen uit. ‘Ik zit nu bijna een jaar zonder coach, maar ondertussen tikt de tijd wel door’, zegt de Europees kampioen bij de zwaargewichten in 2022. ‘Ze wisten dat de contracten afliepen van de coaches die zijn vertrokken. Waarom is de bond daarna pas gaan denken: hoe nu verder? Het is niet optimaal op dit moment.’

Tegelijkertijd stelt Van Dijke (29): ‘Maar ik hoop dat het een stap terug is, om er straks twee vooruit te gaan.’

Deze tekst is 23 april, 9.56 uur aangepast. In de alinea over de subsidietoekenning voor 2025 stonden verkeerde bedragen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next