Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Wouter Besse kon vroeger nooit iets afmaken, maar gaat nu naar de universiteit. ‘Nu ben ik meer in balans.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
Waar woon je?
‘Sinds een maand op mezelf, met mijn vriendin Sofia, in een appartement op de 11de verdieping van een studentenflat in Amsterdam. Hiervoor woonde ik bij mijn ouders in Krommenie.
‘Sofia woonde al in deze flat, maar dan beneden. Hier heb je hogere plafonds en veel uitzicht, ik ben erg blij met deze studio. Ik had al een kat en sinds kort hebben we er een kitten bij, uit Griekenland. Ze mist een voorpootje, maar daar lijkt ze geen last van te hebben. Ik hou van dieren. Ik heb ook nog nooit vlees gegeten. Ik ben de zesde generatie vegetariër in mijn familie.’
In de serie 25 in 25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
De zesde generatie?
‘De overgrootvader van mijn vader woonde tegenover een slager, die zag daar elke ochtend de dieren naar binnen gaan. Hij vond dat zo naar, dat hij toen is gestopt met vlees eten. Hij heeft die traditie doorgegeven, want mijn hele familie bestaat uit vegetariërs. Ik kom sowieso wel uit een aparte, principiële familie. Bijna niemand drinkt, en het zijn allemaal pacifisten. Ik mocht als kind geen computerspelletjes spelen met wapens erin.’
Hoe was het om tot voor kort nog bij je ouders te wonen?
‘Eigenlijk wel prima. Ik omschreef mijn ouders vaak als chille huisgenoten. Het was bij ons thuis altijd relatief rustig, iedereen deed zijn eigen ding. Geen gezin dat samen op de bank voor de tv ging zitten, iedereen had zijn eigen interesses en hobby’s.’
Wat voor kind was je?
‘Ik was nooit echt van het buitenspelen. Ik speelde voornamelijk veel computerspelletjes. Mijn broer ook, die was echt geobsedeerd. Die zei als kind al dat hij IT’er wilde worden; nu is hij IT’er.
‘Op een gegeven moment ben ik gitaar en basgitaar gaan leren. Dan zat ik vaak een beetje te pingelen, terwijl ik tv keek. Ik heb les gehad, maar het meeste heb ik mezelf geleerd, op gehoor en met muzikaal gevoel.
‘Op de basisschool ben ik met autisme en ADHD gediagnosticeerd. Autisme zit in de familie.’
Zijn autisme en ADHD belangrijke onderdelen van wie jij bent?
‘Toen ik de diagnose kreeg, boeide het me niet. Op de middelbare school was ik erg bezig met normaal overkomen, zijn zoals anderen. Daar heb ik hard aan gewerkt en dat is best goed gelukt.
‘Als ik mezelf moet typeren, ben ik meer een ADHD’er dan iemand met autisme. Ik ben relatief druk, ben altijd met tig projecten tegelijkertijd bezig. Ik vind het moeilijk om te niksen. Dat is een verschil tussen mij en Sofia. Sofia kan op vakantie gewoon lekker zitten, relaxen, een boek lezen. Ik moet altijd wat te doen hebben. Ik heb gewoon veel verschillende interesses. Om de zoveel jaar ga ik met iets nieuws aan de slag.’
Blijf je dingen ook leuk vinden?
‘Vroeger rondde ik nooit iets af, maar bij mijn opleiding muziek en technologie aan de HKU (kunstacademie in Utrecht, red.) heb ik dat wel geleerd. Daar kwamen veel aparte mensen op af, zoals ik, van die creatievelingen die het moeilijk vinden om dingen af te maken. Daar leerden we om te kunnen zeggen: nu is het klaar. Om niet te perfectionistisch te zijn.’
Hoe ging dat op de middelbare school?
‘Ik heb drie jaar op het gymnasium gezeten in Alkmaar, maar ik kon me niet goed motiveren voor school. De dingen die ik interessant vond begreep ik snel. Maar dingen onthouden, echt gaan zitten om iets te leren, dat lukte gewoon niet. Eerst ben ik afgezakt naar het vwo, toen naar de havo op een andere school, in Krommenie. Daar was een hele andere sfeer, wel leuk: op het kakkergymnasium in Alkmaar zaten wel erg veel mensen uit Bergen die allemaal op hockey zaten.
‘Op m’n nieuwe school ging ik bij een bandje als bassist. We spelen nog steeds samen, covers en eigen muziek: alternatieve popmuziek. Het zijn allemaal lieve mensen.’
Waarom koos je voor de opleiding muziek en technologie?
‘Het enige waar ik motivatie voor had, was muziek. Je leert er muziek produceren, uitbrengen, achter de knoppen staan, programmeren. Ik werd niet meteen toegelaten, dus ben eerst gaan werken. Eerst een halfjaartje bij de Subway, bammetjes bouwen; junior sandwich artist noemen ze dat, haha.
‘Daarna heb ik gewerkt met een jongen die ik via via kende, Griffin, die veel design en creatieve klussen deed. Hij huurde mij in om websites te bouwen, te ontwerpen. We maakten lange dagen, soms tot 2 uur ’s nachts. Van Griffin heb ik echt leren werken. Ik kan het iedereen aanraden hoor, zo’n tussenjaar.
‘Ik werk nog steeds met Griffin. We doen sounddesign bij reclames voor hondenvoer, editen video’s, doen soms techniek bij evenementen. En ik doe vj-werk voor festivals en feesten. In september ben ik met een master begonnen, kunstmatige intelligentie.’
Waarom wilde je verder studeren?
‘Ik heb besloten om muziek meer te zien als iets voor erbij. Als ik af en toe iets kan maken wat vrienden in hun afspeellijst zetten, dan ben ik tevreden. Ik wil meer de informaticakant op.
‘De universiteit is ook een soort uitdaging aan mezelf, omdat het me vroeger niet lukte om iets af te maken. Iedereen vond me chaotisch; ik vergat alles, had dubbele afspraken. Nu heb ik twee agenda’s, voel ik me een stuk volwassener, en heb ik mijn leven op orde. Daar ben ik trots op.
‘‘Zit je weer op planeet Wouter?’, vroeg de basisschooldocent vroeger. Dan zat ik te dagdromen, of was ik heel druk. Nu kan ik laten zien dat ik meer ben dan dat imago. Niet dat het iemand wat interesseert natuurlijk, maar voor mij is dat belangrijk. Wat helpt is dat ik op een gegeven moment weer ADHD-medicatie ben gaan nemen. Daar was ik lang mee gestopt.’
Waarom was je gestopt?
‘Ik denk dat ik destijds de verkeerde medicatie had. Ik werd er minder sociaal van en voelde me vaak gestrest. Dan ging ik in mijn eentje ergens in een park zitten, of zo. Ik had niet echt begeleiding van een psychiater en vertelde aan niemand hoe ik me voelde. Later ben ik gaan lezen over medicatie en de effecten. Op een gegeven moment ben ik weer naar een psychiater gegaan.
‘Nu gebruik ik dagelijks medicatie. Het helpt me om praktischer te zijn. Ook op een lege dag: dan stuurt mijn hoofd me niet alle kanten op. Als ik het niet neem, lukt het me überhaupt bijna niet om ergens aan te beginnen, soms zelfs niet om uit bed te komen. Als ik dan met software zit te pielen, verlies ik me in een triviaal detail, bijvoorbeeld, in plaats dat ik doe wat ik moet doen.
‘Met medicatie ga ik gewoon zitten en ga ik aan de slag. En dat lukt dan gewoon. Dan heb ik ook meer oog voor wat er om me heen gebeurt, en voor hoe ik me voel. Ik had mijn eigen emoties heel lang niet echt door, maar nu wel. Daardoor ben ik meer in balans.’
Wat doe je graag in je vrije tijd?
‘Muziek maken, netflixen met Sofia, samen eten, pielen op mijn computer, de natuur in. Ik ben graag op mezelf, of met Sofia. Uitgaan doe ik niet echt, soms ga ik naar een terrasje. Ik heb niks met vriendengroepen, spreek mensen liever individueel, samen eten en dan chillen. Mijn beste vriend ken ik al sinds de peuterspeelzaal, die woont in Leiden.’
Hoe heb je Sofia ontmoet?
‘Via Tinder, we zijn 3,5 jaar samen. Sofia komt uit Brazilië en wil graag terug naar haar familie in Rio. Het plan is om na onze studies daarheen te verhuizen, kijken hoe dat bevalt. Dan kijken we weer verder. Ik ben al een tijdje Portugees aan het leren.’
Van Krommenie naar Rio.
‘Haha, ik maak altijd grappen over Krommenie, zo van: daar moet het licht nog uitgevonden worden, maar ik heb eigenlijk geen plek waar ik liever zou zijn opgegroeid. Het is een rustig dorp, met een treinstation; ideaal hoor.
‘Voor mij is Amsterdam al groot, dus ik ben benieuwd. Vorig jaar waren we samen in Rio. Er is veel natuur in de stad, bomen en groen, dat heb ik wel nodig. Dat mis ik in Nederland soms: een bos, vlakbij, dat groot genoeg is om in te verdwalen.’
Hoe zie je de toekomst?
‘Mijn grootste zorg is het klimaat. Is het straks in Brazilië wel uit te houden? Komt Nederland onder water te staan? De huidige politiek baart me zorgen – niet alleen in Nederland, maar op veel plekken in de wereld. Maar ik kan dat ook wel goed loslaten. Als ik het niet kan beïnvloeden, moet ik me er niet te druk over maken, anders word ik gestrest.
‘Ik discussieer veel met vrienden en kennissen die wat conservatiever denken over klimaat, racisme of lhbti-onderwerpen. Dan kan ik soms oververhit overkomen.
‘Ik heb sympathie voor het gedachtegoed van Extinction Rebellion en de studentenprotesten voor Palestina, maar twijfel soms of protesteren werkt. Voor mezelf voelt het alsof ik meer invloed kan hebben door in mijn directe omgeving de discussie aan te gaan.’
Wouter Besse is 17 april 25 geworden
Woonplaats Amsterdam
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘Een 8, ik ben veel gestructureerder dan vroeger, heb zelfs twee agenda’s.’
Voel je je onderdeel van een generatie? ‘We zijn met dezelfde dingen opgegroeid: mobieltjes, Hyves, Instagram. Maar ik gebruik amper sociale media, dus eigenlijk niet. Welke generatie ben ik? TikTok kwam later. X, Z? Haha, whatever.’
Waar ben je over 7 jaar? ‘Dan woon ik met Sofia op een berg in Rio de Janeiro.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant