"Mijn verhalen vind je niet op Wikipedia", is het idee achter het nieuwe (en eerste) boek van Louis Dekker, dat woensdag 23 april verschijnt. Dekker volgt de koningsklasse van de autosport sinds 1978 en is werkzaam als Formule 1-verslaggever voor de NOS. Voor het boek 'De ideale lijn' put hij uit persoonlijke ervaringen. Voormalig collega Jan Lammers heeft het voorwoord verzorgd, waarbij de ex-coureur met een knipoog opmerkt: "Louis en de Formule 1 hebben weinig met elkaar gemeen: bij een trajectcontrole loopt het zweet hem door de handen met 101 kilometer per uur. Daar pest ik hem vaak mee, waarna zijn brede grijns verraadt dat hij de pretentie ook helemaal niet heeft om een expert te zijn op F1-rijdersgebied. Hij beseft heel goed wat het verschil is tussen een perskamer en de cockpit van een F1-auto. Zoals Hans (van Grietje) kiezelsteentjes achterliet gooit Louis stenen in de vijver, en hij haalt mensen soms op z’n Hollands ‘over de zeik’. Daarmee brengt hij vaak de ware aard van wie hij interviewt naar boven."
De lezer van het boek wordt meegenomen bij uiteenlopende belevenissen: van een bliksembezoek aan het hoofdkwartier van Bernie Ecclestone in Londen tot de korte Formule 1-stint van Nyck de Vries, vooral verteld vanuit een mediaperspectief. Natuurlijk kan de opmars van Max Verstappen ook niet ontbreken. Onderstaand valt alvast een voorproefje van dat hoofdstuk te lezen: van een interview in Zandvoort tot de mediadag voor de Spaanse Grand Prix van 2016, die eindigt met profetische woorden van de Limburger.
Bestel hier het boek 'De ideale lijn'
Het is april 2016, en ik heb op Circuit Park Zandvoort een interviewafspraak met de piepjonge coureur, die als Toro Rosso-rookie een overrompelende entree heeft gemaakt in de Formule 1. Max Verstappen is twaalfde geworden in het WK. De kritiek dat hij veel te jong en onervaren zou zijn is weggeëbd. Natuurlijk zijn er nog verhalen over zijn wilde raceharen, maar de sprong in het diepe is geslaagd. Het supertalent is niet simpelweg komen bovendrijven; hij stormt naar de top.
Verstappen heeft een bomvolle agenda. Hij is net terug uit China, waar hij achtste is geworden in de derde Grand Prix van het seizoen, net achter Lewis Hamilton. De derde puntenfinish op rij. Het loopt lekker, maar het podium is nog een brug te ver.
Vandaag is Verstappen het middelpunt van een publiciteitsoffensief.Hij is opgetrommeld door zijn loyale sponsor Jumbo, want Max is een superblikvanger die in de zomer tienduizenden fans naar de duinen zal gaan lokken met zijn showrondjes tijdens de Familie Racedagen, driven by Max Verstappen. Het is pakweg een maand voor de Grand Prix van Spanje.
Het krioelt van de pers. Al sinds Verstappens eerste F1-meters doemen er overal waar hij neerstrijkt cameraploegen, fotografen en journalisten op. Soms gewenst, vaak ongewenst. De belangstelling voor een een-op-een met het wonderkind overtreft ruimschoots het aantal door zijn management beschikbaar gestelde minuten.
Ons interview voor nos Langs de Lijn vindt plaats op het platte dak boven de pitboxen. De wind waait stevig, maar dat neem ik op de koop toe; op de radio klinkt buiten altijd beter dan binnen. Bovendien is het uitzicht op Tarzan, Gerlach, Hugenholtz en de Hunserug inspirerender dan zo’n kille interviewlounge met grijze muren en schreeuwende reclamezuilen.
Jumbo wil graag dat het gesprek over het aanstaande fanevenement gaat en verzoekt me met zachte dwang om het aan te stippen, anders gaat er alsnog een streep door het interview. Koetjes, kalfjes en commercie – het zijn de compromissen die soms bij sportjournalistiek horen. Voor wat hoort wat, take it or leave it. Ik stel braaf de vraag die in de montage onherroepelijk zal sneuvelen. Mijn reportage is geen STER-spotje.
Verstappen is al buiten. De plichtplegingen lopen uit, maar de sfeer is jolig. Mooie meiden in latexpakjes verleiden de coureur vriendelijk om naar alle klikkende camera’s te kijken. Tijd om af te ronden, vindt de organisator van de bijeenkomst. Zijn er nog fotografen met speciale verzoeken? Verstappen reageert ultrarap met een grap. ‘Nee, geen naakt.’ Hij zit uitstekend in zijn vel. ‘Ik hou niet zo van poseren en ben er ook niet goed in, maar het hoort er nu eenmaal bij.’
We kennen elkaar – een beetje – van eerdere interviews. Een paar keer zocht ik Verstappen junior op in zijn F3-jaar, toen hij doorbrak bij de renstal van erkend talentkneder Frits van Amersfoort. Een keer of tien kruisten onze paden elkaar ook tijdens zijn eerste F1-seizoen. Maar onze eerste ontmoeting? Toeval bestaat niet. Dit is dezelfde plek.
2011. Max Verstappen, de baard nog niet in de keel, is eregast bij de launch van de F1-game in een tot viplounge verbouwde pitbox. In Zandvoort staat Suzuka op het programma. De veertienjarige heeft thuis geoefend. ‘Het is een mooie, erg moeilijke baan omdat het grind zo dicht langs het asfalt ligt.’
Junior declasseert senior genadeloos, maar ook Tom Coronel, Rintje Ritsma, Ellen van Langen, Richard Witschge en vele anderen worden virtueel om de oren gereden. Hij wint afgetekend. In welke auto? Wellicht zat Alonso-fan Max in een digitale Ferrari, maar ik gok op de dominante Red Bull van Sebastian Vettel.
Ik ben aan de beurt. Vijf minuten. Maximaal.
‘Hoi. Ben je naar de kapper geweest?’ vraagt Max me.
‘Ja.’
‘Ziet er beter uit.’
‘Dank je, Max. Ben jij ook naar de kapper geweest?’
‘Nee, daarom draag ik een pet. Anders steken de haren alle kanten op.’
Het is niet bepaald het standaardbegin van een Langs de Lijn-interview, maar de recorder loopt al. De luisteraars mogen meegenieten. We praten zeven minuten over zijn onstuimige opmars. Een prettig gesprek met wat plaagstootjes over en weer.
Verstappen schetst de F1-pikorde. ‘We zijn denk ik het vijfde team op de grid. Mercedes, Ferrari en Red Bull zijn te sterk. Dat zal zo blijven. Zo realistisch moet je zijn. Een podium? Graag, maar dat gebeurt alleen als we heel veel geluk hebben. Op pure racesnelheid kan het niet. Ik mik dit seizoen op honderd WK-punten. Je moet de lat hoog leggen.’
De volgende Grand Prix is in Rusland, maar Verstappen verheugt zich vooral op de stratenrace in Monaco, die twee weken na Spanje op de kalender staat. ‘We zullen daar dicht achter de topteams zitten. Ik denk dat zevende haalbaar is.’
Over de rest van het seizoen maakt hij zich geen illusies. ‘We kunnen de Ferrari-motor niet meer upgraden. De concurrentie ontwikkelt wel door. Gelukkig hebben we weinig problemen, en met betrouwbaarheid kun je ook punten scoren.’
Afronden! De gebarentaal naast me spreekt boekdelen. Mijn slotvraag, die met de kennis van nu spot on blijkt, is eigenlijk niet eens een vraag. ‘Dit is sowieso je laatste jaar bij Toro Rosso, toch?’
‘Geen idee. Dat zien we volgend jaar wel. Ik moet geen stap omhoog, maar ik wíl een stap omhoog. Rond de zomer weten we meer. Ik kan nu niks zeggen. En als ik wel wat wist, zou ik het je ook niet vertellen.’
Ruim twee weken later is Max Verstappen wereldnieuws. Hij promoveert naar Red Bull Racing, met onmiddellijke ingang.
Daniil Kvyat, Toro Rosso, en Max Verstappen, Red Bull in de persconferentie
Foto door: Andy Hone / Motorsport Images
Montmeló is een dertien-in-een-dozijnplaatsje in Catalonië. Circa tienduizend inwoners, een rijtje winkels en plukjes horeca, meer is het niet, maar de toeristische parels van Antoni Gaudí liggen om de hoek. Een halfuur rijden en je bent bij Park Güell of de Sagrada Família.
Het dorp heeft zelf op loopafstand ook een publiekstrekker: het Circuit de Barcelona-Catalunya. Stampvol waren de tribunes hier pakweg tien jaar geleden toen Fernando Alonso de lakens uitdeelde in de Formule 1, maar die gouden tijd is voorbij. Alonso’s McLaren is niet vooruit te branden. Zijn jonge landgenoot Carlos Sainz junior presteert met zijn Toro Rosso solide in de middenmoot, maar het is lang niet genoeg voor een vol huis.
Sainz is niet vrolijk als hij zich bij de poort meldt voor zijn thuisrace. Hij is een mentale dreun aan het verwerken: zijn teamgenoot is opeens weggevist uit de kweekvijver. Een bittere pil. In de Formule 1 is je stalgenoot immers je voornaamste rivaal. Sainz voelt zich gepasseerd,en het is confronterend om Max Verstappen in een raceoverall van Red Bulls topteam te zien. Sainz ziet op tegen een dag boordevol media- en sponsorverplichtingen.
Ook Daniil Kvyat heeft een baaldag. De Rus is wegens matige prestaties en een reeks aanvaringen teruggezet naar Red Bulls opleidingsteam Toro Rosso. De opzienbarende driver swap was wereldnieuws en zal vandaag nogmaals uitgebreid aan bod komen in de media. Tot overmaat van ramp moet ‘torpedo’ Kvyat komen opdraven voor de officiële FIA-persconferentie. De donderdag is een zure appel voor de Rus.
Op het circuit staan de auto’s nog uitgekleed in de pitboxen. Een handvol coureurs doet een ‘trackwalk’: als ridder te voet inspecteren ze de baan. Ook Max Verstappen loopt een rondje met zijn crew. ‘We moeten elkaar toch leren kennen. Ik heb zevenhonderd nieuwe collega’s.’
Autosportfederatie FIA heeft zes coureurs opgeroepen voor de persconferentie. De tafelschikking levert perschef Matteo Bonciani hoofdbrekens op. Normaal is het eenvoudig: de belangrijkste coureurs op de voorste rij, de mindere goden erachter. Dus wereldkampioenen Alonso en Hamilton ‘front row’, geflankeerd door de nieuwe nationale held, Carlos Sainz. Maar Verstappen en Kvyat op de tweede rij zetten is vandaag onlogisch. En zo verschuiven de kampioenen naar rij twee, samen met Kevin Magnussen. De Deen weet wat hem te wachten staat. Een halfuur spek en bonen.
De zaal is niet berekend op de persinvasie. Ruim voor aanvang zijn alle stoelen bezet, zodat tientallen journalisten zich moeten behelpen met een krappe staanplaats. De beveiliger sluit de deur, en de matadors nestelen zich in de spotlights. Bonciani telt af met zijn charmante Italiaanse tongval. ‘Now swietch off your phones, please… Three, two, one…’
Verstappen zit opgewekt naast Kvyat. Een stralende jonge hond naast een boer met kiespijn.
De gespreksleider trapt af met Fernando Alonso. Protocol, het is immers de Spaanse Grand Prix. Alonso krijgt een vraag over de gedaalde populariteit van zijn sport in Spanje. ‘Het houdt niet over,’ geeft de tweevoudig kampioen toe. ‘Televisiekijkers laten het afweten nu F1 achter een betaalmuur zit. Het land heeft een Spaanse Grand Prix-zege nodig, maar dat zit er niet in.’
Lewis Hamilton krijgt een opmerkelijke statistiek voorgeschoteld: de wereldkampioen leidde dit seizoen nog geen enkele race in de tweede ronde. Hamilton weet niet goed wat hij ermee moet. ‘Ik hoop dat hier recht te zetten, maar het gat met Ferrari is klein, en ze zijn hongerig.’ Red Bull Racing noemt hij niet.
Max Verstappen wacht geduldig met zijn handen gevouwen en kijkt zelfverzekerd naar de persarmada. De FIA-interviewer kabbelt onverstoorbaar verder met zijn vragenlijstje. Alonso en Hamilton zijn afgevinkt; Kevin Magnussen is aan de beurt. De Renault-rijder relativeert zijn zevende plaats in Rusland. ‘Dat was gewoon mazzel. Er vielen auto’s uit die normaal voor ons finishen.’ Boeiend is het niet, maar dan verschuift het perspectief eindelijk naar de voorste rij. De zaal veert op.
Eerst Sainz. De ex-teamgenoot van Verstappen is geïnstrueerd hoe hij lastige vragen over de stoelendans kan pareren. ‘Ik denk dat de teamleiders heel goed weten wat ze doen. Ik doe alles om ook zo’n kans als Max te krijgen. Als je in dit team presteert, win je hun vertrouwen. Mijn seizoensstart was tricky. Het is nog niet op zijn plek gevallen, maar ik weet wat ik moet doen.’
Als Kvyat het woord krijgt, is het muisstil in de zaal. ‘Het was een schok, maar ik voel me niet gedumpt. Ik kreeg een warm welkom bij Toro Rosso en dat voelt goed,’ vertelt de gedegradeerde Rus. Hij doet zijn best om strijdlustig over te komen maar slaagt er slechts deels in om zijn frustraties te verbergen. ‘Drie weken geleden stond ik nog op het F1-podium, en nu ben ik hier. Ik moet antwoorden met prestaties in de resterende zeventien races. Er is altijd iets om voor te vechten.’
Kvyat, die in de Russische Grand Prix twee keer de Ferrari van Sebastian Vettel torpedeerde, heeft geen trek om uit de doeken te doen waarom hij is teruggezet. ‘Die vraag moeten anderen maar beantwoorden. Er is niet echt iets uitgelegd. Ik snap het niet goed, maar ik weet na zeven jaar in deze familie hoe het werkt. Als de bazen iets besluiten, dan gebeurt het. Ik moet het accepteren.’
Kvyat veroorzaakt een lachsalvo als hij terugblikt op het pijnlijkste moment uit zijn autosportcarrière. ‘Ik lag thuis in Moskou op de bank Game of Thrones te kijken toen de telefoon ging. Helmut Marko. “Hallo Danny. Ik heb nieuws voor je…” Het gesprek duurde een minuut of twintig. Uiteraard vroeg ik tekst en uitleg. Ik heb boeiende dingen gehoord, maar het is beter dat ik dat voor me houd. Na het gesprek zette ik de serie weer op. Wat moest ik anders.’
En dan is Verstappen eindelijk aan de beurt. De FIA-interviewer trapt een open deur in: is de promotie een kans of een risico? ‘Ik ben heel blij dat ik deze mogelijkheid krijg. Racen voor een topteam was altijd het doel. Natuurlijk is het riskant, maar ik denk dat het riskanter om zo jong in de Formule 1 te stappen. Dat is toch best aardig gegaan. Ik moet veel leren en zal wel wat races nodig hebben om alles in de vingers te krijgen.’
Voor de wereldpers is er vandaag maar één verhaal, en zelfs de wereldkampioen moet vertellen wat hij van de ‘swap’ vindt. Hamilton laat doorschemeren dat hij niet graag in Verstappens schoenen zou staan. ‘Het creëert veel druk om een jonge coureur tijdens het seizoen uit zijn vertrouwde omgeving weg te halen. Zeker als hij weinig ervaring heeft in lagere klassen zoals de Formule 3. Zo’n overstap is niet makkelijk. Je moet nog zoveel leren. De verwachtingen zijn snel te hoog, en het kan je carrière schaden. Ik crashte zelf op de eerste dag dat ik in de auto zat. Of ik het met de beslissing eens ben? Dat doet er niet toe, maar ik zou zelf niet graag zo’n stap zetten.’
Verstappen toont geen spoor van nervositeit of onzekerheid. ‘Ik ga vooral genieten van dit weekend en de rest van het seizoen en heb vertrouwen. We vechten niet voor de titel, maar ik ben jong en kan nog jaren door.’ En na de zoveelste vraag over Kvyat: ‘Tja. Ik denk dat de Russen in de zaal minder blij zijn dan de Nederlanders, maar het is niet aan mij om te besluiten of Daniil dit lot verdient. Formule 1 is keihard.’
Later die middag is de Nederlandse pers welkom in het gastenverblijf van Red Bull voor een wat informeler rondetafelgesprek. Verstappen toont zich niet bijster onder de indruk van het vragenvuur in de persconferentie. ‘Ik had het warm, maar verder vond ik het niet spannend. Ik heb er al een paar gedaan. Niks bijzonders.’ Hij vervolgt: ‘Ik wist niet dat de FIA-perschef me naast Kvyat zou parkeren, maar dat maakt mij niks uit. Als ze willen dat ik op mijn kop ga staan, doe ik dat ook. Journalisten proberen het spannend te maken. Drama’s te creëren zonder dat er iets tussen mij en Daniil is. Het wordt allemaal een beetje overdreven. Ik kan er sowieso weinig aan doen en focus gewoon op mijn taak: gas geven op het circuit.’
‘Heb je nog met Kvyat gesproken?’
‘Ja, kort.’
‘Wat zei je?’
‘Niet veel. Smakelijk eten, want hij ging lunchen. En ik moest nieuwe oortjes laten maken, dus toen was de deur alweer dicht. Sowieso praat je als rijders niet echt met elkaar over dit soort dingen.’
Verstappen heeft al gemerkt dat hij met de overstap een grote sprong maakt. ‘Je merkt meteen dat dit een topteam is. Ik raakte tijdens het oefenen in de simulator per ongeluk een knop op het stuur. Dat was binnen een uur gefixt. Nu kan ik die knop niet meer raken. Dat soort dingen. Ze reageren erg snel en hebben er ook de menskracht en faciliteiten voor. De motor krijgt ook nog updates. De eerste indruk is goed.’
De tiener oogt in control. ‘Het is nu een kwestie van vertrouwd raken met het team en de wagen. Er is weinig overlap. Het ontwerp van de auto is totaal anders. De knoppen op het stuurtje ook. Zie het als een ander team met dezelfde sponsor. Ik moet eigenlijk alles opnieuw leren, maar het is te doen. En ik hoef niet meteen de race te winnen hoor.’
Het hele boek lezen? Bestel 'De ideale lijn' hier!
Source: Motorsport