De meeste toeristen in het Berner Oberland waren Amerikaanse toeristen. Men spreekt een toerist niet aan op zijn regering, men spreekt een toerist zolang hij betaalt op weinig aan. De menselijke conditie is de horecaconditie.
Het waren de dagen voor Pasen. Eerst regende het een dag, toen sneeuwde het een dag, een Amerikaans echtpaar beklaagde zich bij de hotelier, en zij antwoordde met engelengeduld: ‘Het trekt wel weer open.’
Een prachtige zin voor op een grafsteen.
Op vrijdag aanvaardde ik de terugtocht met mijn zoon. We zaten nog niet in boemeltje van Wengen naar Interlaken Ost of hij zei: ‘Papa, ik moet poepen.’
‘In deze trein is geen wc’, zei ik, ‘wacht tot we in de grote trein zitten. En hoe komt het dat je altijd moet poepen als we net in een restaurant zitten en het eten is geserveerd, of als we net in een skilift zijn gestapt?’
Hij antwoordde: ‘Ik moet niet meer poepen.’
In de trein naar van Interlaken Ost naar Zürich bleek waarom. Alles zat onder de poep, maar de waterdichte skibroek had de boel goed tegengehouden.
‘Die onderbroek gooien we weg’, zei ik.
De jongen begon te jammeren. ‘Niet weggooien’, riep hij, ‘mama heeft geen geld voor nieuwe onderbroeken.’
Ik kon me niet voorstellen dat mama geen geld had voor nieuwe onderbroeken, maar uitsluiten kun je niets.
Het gejammer was doorslaggevend. Ik waste de onderbroek uit in de wasbak van de trein, waarna die wasbak verstopt raakte. De natte onderbroek wikkelde ik in wc-papier.
Daarna bestelden we in de restauratiewagen citroencake.
Vaag roken we naar poep, maar in de lente moet een mens daar niet moeilijk over doen.
‘Je hebt dood op krediet’, zei ik, ‘en je hebt citroencake op krediet.’
Hij keek ingespannen uit het raam naar de bergen.
De vader moest genegeerd worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant