Home

In een paar zinnen vertelde schrijfster Sayaka Murata zo veel over zichzelf dat ik ervan moest bijkomen

is columnist voor de Volkskrant.

‘Met de kennis van nu’, de beroemde uitspraak van Mark Rutte, die je voor veel situaties in je eigen leven ook kunt inzetten, kwam in me op toen ik deze week een artikel las over de Japanse schrijfster Sayaka Murata.

Een paar jaar geleden las ik haar boek Buurtsupermens, over een vrouw die zich pas op haar plek voelt in de wereld nadat ze in een buurtsuper is gaan werken. (Buurtsuper is overigens niet een woord dat de lading dekt; je hebt in Japan hypermoderne convenience stores die 24 uur per dag open zijn, superschoon en met verse koffie. Een buurtsuper is voor mij een plek vol stoffige pakjes thee.)

De hoofdfiguur van Buurtsupermens, Keiko Furukura, heeft altijd moeite gehad om zich tot anderen te verhouden. Maar als ze een baan vindt in de convenience store leert ze een modus aan om dat wel te doen. Ze krijgt daar namelijk, wat ik me in Japan kan voorstellen, een gedegen opleiding als winkelmedewerker. Om haar familie tevreden te stellen neemt Keiko ook nog een vervelende, stinkende en alras ontslagen collega in huis, zodat ze kan zeggen: ik heb een man.

Het boek is vreemd, en heel goed geschreven, maar nadat ik het uit had, dacht ik er niet meer zoveel over na.

Tot ik deze week in The New Yorker een lang artikel las van de (ook heel goeie) schrijfster Elif Batuman, die verscheidene ontmoetingen had met Murata. Murata werkte in het echt ook in een convenience store en was daar compleet tevreden, maar toen ze bekend werd als schrijfster begon een man haar daar te stalken en moest ze stoppen. Ineens begreep ik dat dit soort passages in Buurtsupermens waarschijnlijk volledig waar waren: ‘’s Ochtends kan ik weer winkelmedewerker worden, een radertje in de wereld. Dat, en dat alleen, maakt me tot een normaal mens.’

Murata vertelt in het stuk dat ze al vanaf haar 10de romans schrijft, en op haar 12de een tekstverwerker kreeg van haar moeder, waarvan ze overtuigd was dat hij in connectie stond met de ‘God van de romans’.

Tot zover het magisch denken dat je als kind kunt doen, maar Murata hield dat talent vast, en vertelt dat ze ‘een sterke fictoseksualiteit’ in zich heeft – een aantrekkingskracht tot fictieve karakters. Ze begint tijdens het interview in haar tas te zoeken naar een poppetje van Figaro, een figuur uit de game Promise of Wizard. (Batuman beschrijft Figaro als ‘een jeugdig ogende tweeduizend jaar oude dokter’.)

Murata wil verder amper praten over haar liefde voor fictieve personages, want ze zag een keer dat mensen op internet het over haar hadden en zeiden dat ze ‘verzonnen’ waren, terwijl ze haar al sinds haar kindertijd hielpen, onder andere met suïcidale gedachten.

Het was zo veel informatie in een paar zinnen dat ik ervan moest bijkomen.

Toen ging ik Buurtsupermens herlezen, met de kennis van nu.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next