Na zijn verrassende overwinning in de Brabantse Pijl moest Remco Evenepoel het nu laten zien tegen Tadej Pogačar. Een prachtige koers volgde, Mattias Skjelmose was de lachende derde.
Wanneer Tadej Pogačar op iets meer dan veertig kilometer van de finish begint aan zijn kenmerkende solo denken de meeste wielerliefhebbers het verdere verloop al uit te kunnen schrijven. Weer een toevoeging aan zijn palmares. Maar twee renners besluiten daar niet in mee te gaan. Mattias Skjelmose en de vrijdag met een overwinning in de Brabantse Pijl teruggekeerde Remco Evenepoel achterhalen de wereldkampioen, tot een fotofinish op de eindstreep.
In zijn eentje, gehuld in gouden helm, bril en fiets, neemt Remco Evenepoel eerder die dag op de zonnige Maastrichtse markt het gejuich van de kant in ontvangst. Alles gaat op zijn dooie akkertje. Zelfs als de wedstrijdleiding de koers op gang brengt, staat de Olympisch kampioen zijn schoenen nog strak te trekken. ‘Tussen de auto’s rijden is ook lekker hè,’ en hij klikt in.
De behoefte aan interactie bij Evenepoel is begrijpelijk. Maandenlang moest hij het koersen aan zich voorbij laten gaan door een botsing met de openzwaaiende deur van een postauto tijdens een trainingsrit. De kopman van Soudal Quick-Step liep bij het ongeluk, begin december, een gebroken schouder en rib, breuken in zijn hand en sleutelbeen, en meerdere spierscheuren op. De voornaamste last zou hij nog altijd hebben van een beknelde zenuw in zijn schouder. Het revalideren viel hem zwaar.
Des te opvallender was zijn overwinning in de Brabantse Pijl, waar hij Wout van Aert in de sprint voor wist te blijven. Het was een overwinning die meteen naar meer smaakte, maar hoeveel meer precies? Zou het genoeg zijn om 48 uur later op de 34 heuvels van de Amstel Gold Race tegen een beduidend sterker deelnemersveld – met bijvoorbeeld Tadej Pogačar, Tom Pidcock en Ben Healy – te laten zien dat hij écht terug is?
‘Ik denk dat Wout en ik vrijdag de koers hebben gemaakt, maar vandaag is het een heel ander ‘pak’ dat aan de start staat,’ zei Evenepoel vooraf. ‘Er zal ook meer vermoeidheid zitten in de benen bij iedereen, dus dat zou het makkelijker kunnen maken om te wringen, positioneren en op te schuiven. Meer afmatting, misschien iets minder explosief koersen dan op vrijdag.’
Ook van een opvallende aanpassing in het parcours, de terugkeer van de befaamde Cauberg in de finale van de koers, verwachtte Evenepoel vooraf te kunnen profiteren. ‘De nieuwe finale is misschien wel meer iets voor mij, ja. Het is lastiger. Hopelijk heb ik dan nog frisse benen.’
Opvallend veel grote namen besloten dit jaar de enige Nederlandse wielerklassieker op te zoeken. Vooral oud-winnaar Mathieu van der Poel was een opvallende afwezige, maar zijn voorjaar zit erop. Evenepoel, olympisch kampioen op zowel de weg als de tijdrit, en nummer drie van de laatste Tour, legde de favorietenrol bij anderen. ‘Ik positioneer mezelf op de tweede rij (achter de favorieten, red), maar ik ben goed hersteld en ga mijn best doen.’ Voor zijn grootste uitdager Pogačar kwam de ijzersterke comeback in de Brabantse Pijl totaal niet als een verrassing. ‘Ik verwachtte al dat hij op een heel hoog niveau zou terugkeren.’
De wedstrijd kwam langzaam op gang. Het tempo lag hoog en een kopgroep van acht renners wist al snel in de wedstrijd een voorsprong op te bouwen van bijna vier minuten op het peloton. De favorieten lieten de kopgroep gaan en vertrouwden op de uitputtende werking van de aanstaande beklimmingen.
Even leek een valpartij een flink gat in die groep favorieten te slaan. Evenepoel, Van Aert en Nys waren alle drie betrokken bij een valpartij maar keerden snel terug. Langzaam maar zeker schroefden de UAE-ploegmaten van de regenboogtrui het tempo steeds verder op en met zeventig kilometer te gaan haalden ze de laatste vluchters bij.
Niemand minder dan voormalig wereldkampioen Julian Alaphilippe plaatste de eerste serieuze aanval op de Gulperberg, een kleine vijftig kilometer voor de eindstreep. Pogačar maakte dankbaar gebruik van de Franse inspanningen en zette een beklimming later, op de Kruisberg, zijn solo in. Evenepoel nam het heft in handen bij de achtervolging en kreeg daarbij gezelschap van de Deen Mattias Skjelmose (Lidl-Trek), een sterke klimmer maar niet bekend om zijn eendagskoersen. Tot nu dus.
‘In de achtervolging zat ik echt aan mijn limiet,’ vertelt Skjelmose na zijn huldiging. ‘Remco was de perfecte rijder om er bij te hebben en ik denk dat hij tachtig procent van het werk heeft gedaan. Alleen was het me nooit gelukt en ook op de Cauberg dacht ik echt dat ik de minste kans had in de sprint.’
Evenepoel, die in de sprint derde werd, weet het ontlopen van de overwinning vooral aan zijn val eerder in de race. ‘Voor mij viel Jonathan Narvaez en ik kon hem nog wel ontwijken maar viel over zijn fiets. Gelukkig kon ik door, maar ik had wel vijfendertig kilometer nodig om een achterstand van twee minuten goed te maken. Dat kostte heel veel energie.’
Pogačar, die tot een paar kilometer voor de finish op weg leek naar zijn tweede overwinning in Zuid-Limburg, zag de démarrage met Alaphilippe als kantelpunt. ‘‘Ik volgde Alaphilippe, want je moet hem nooit onderschatten. Maar toen hij moest lossen bleek het een slechte beslissing. Ik ging er toch voor, maar de rijders achter me bleven gaan.’
Vol overtuiging sluit Evenepoel - op zijn gouden fiets naar het perspodium gereden - af: ‘We zullen het nooit weten, maar zonder die val was ik misschien wel in mijn eentje over de finish gekomen. Laten we komende week kijken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant