De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: waarom heb ik zo vaak tegenwind op de fiets?
Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.
Op de heenweg tegenwind en op de terugweg weer, hoe is het mogelijk? Menig fietser, onder wie lezer Aart Schrage, vraagt zich af hoe dit zit.
Draait de wind? Kan hij ’s middags 180 graden gedraaid zijn ten opzichte van ’s ochtends? Dat kan inderdaad, maar vaak gebeurt het niet, zegt Lone Mokkenstorm, adviseur klimaatdiensten van het KNMI. Wat wel bijna dagelijks voorkomt: dat de wind draait met minder dan 180 graden. Dat kan geleidelijk, maar ook af en toe plotseling, als bijvoorbeeld een front met regen overtrekt.
En zoals de wind pal tegen een fietser kan afremmen, kan ook een zijwind dat. Voor je gevoel heb je dan nog steeds de wind tegen. Je kunt ook de wind langs je gezicht voelen blazen, denken dat je geweldig in vorm bent, en pas op de terugweg, worstelend om thuis te komen, merken dat je een krachtige wind mee had.
Waarom had je op de heenweg dan toch de indruk van wind tegen? Dat komt doordat het niet uitmaakt of je stilstaat en de wind met 15 kilometer per uur tegen je borst blaast, of dat het windstil is en je 15 kilometer per uur fietst: in beide gevallen voelt het of de wind van voren komt, legt Wouter Terra uit. Hij houdt zich bij de TU Delft bezig met sportaerodynamica en wielrenners. Hoe harder je fietst, hoe meer het lijkt of je tegen de wind in fietst, ook als het windstil is.
Wie met 15 kilometer per uur fietst en een wind van 15 kilometer per uur in de rug heeft, krijgt het gevoel dat het helemaal niet waait, zegt Terra. Wie omdraait in dezelfde omstandigheden, voelt zich tegengewerkt door een wind van 30 kilometer per uur; dat is niet de windkracht 3 die er werkelijk staat, maar eerder windkracht 5. En wie zelf 15 kilometer per uur fietst en een wind mee heeft van 10 kilometer per uur, voelt een briesje van 5 kilometer per uur tegen.
Bij hoge snelheden is de luchtweerstand voor fietsers van veel meer belang dan, bijvoorbeeld, de rolweerstand van de banden. Om minder last van de luchtweerstand te hebben, maken wielrenners zich vaak klein. Maar waarom maken ze zich dan nooit groot als ze de wind achter hebben, vraagt lezer Roel Pieters zich af.
Dat zou alleen helpen voor wielrenners die langzamer gaan dan de wind, zegt Terra. In Nederland, zegt Mokkenstorm, is de gemiddelde windkracht per jaar 3 tot 4 graden aan de kust en 2 tot 3 in het binnenland (in de winter wat harder dan in de zomer). Dat komt neer op een snelheid die varieert van 9 tot 22 kilometer per uur. Wielrenners, zeker professionals, gaan vrijwel altijd harder dan de wind.
Zelf een vraag voor deze rubriek? Mail naar willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant