De extra uitgaven die de coalitie wil doen worden grotendeels gefinancierd door andere uitgaven uit te stellen en het gereserveerde geld aan andere zaken te besteden. Dat blijkt uit de Voorjaarsnota, die het kabinet vrijdag publiceerde.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Het Centraal Planbureau voorspelde eind februari dat het begrotingstekort dit jaar op 1,8 procent zou uitkomen, en volgend jaar op 2,4 procent. In de raming van het ministerie van Financiën in de Voorjaarsnota is dat respectievelijk 2,6 en 3,0 procent. Ook in 2027 en 2028 valt het begrotingstekort nu (fors) hoger uit dan in de CPB-raming van zeven weken geleden.
Die uitkomst van de coalitieonderhandelingen strookt op het eerste gezicht niet met de stellige beweringen van VVD-minister Eelco Heinen (Financiën). De schatkistbewaarder zei woensdag na afloop van het moeizame coalitieberaad dat het gesloten akkoord binnen de bestaande begrotingskaders blijft. Dat riep vragen op, omdat de vier regeringsfracties tegelijkertijd schermden met allerlei nieuwe miljardenuitgaven ten gunste van hun eigen achterbannen.
De Voorjaarsnota lost dit raadsel op: gereserveerd geld dat bestemd was voor bepaalde uitgaven is van de plank gehaald en ingezet voor ander beleid. De uitgaven waarvoor het geld oorspronkelijk in de boeken stond, worden uitgesteld naar latere jaren. In 2025 bedraagt deze zogenoemde ‘kasschuif’ in totaal 2 miljard euro en in 2026 gaat het om maar liefst 7,1 miljard euro.
Het CPB ging ervan uit dat dit geld op de plank zou blijven liggen, en dat drukte het begrotingstekort. Nu de coalitie het geld alsnog uitgeeft – hetzij aan andere zaken dan waarvoor het bedoeld is – neemt het begrotingstekort toe. Maar Heinens stelling dat dit binnen de begrotingsregels past, is correct.
Het probleem is wel dat een groot deel van uitgaven waarvoor de opgesoupeerde budgetten oorspronkelijk bedoeld waren, later alsnog gedaan moeten worden. Het kabinet moet daar dan opnieuw geld voor uittrekken. Geldproblemen zijn dus naar de toekomst verschoven volgens het principe ‘koop nu, betaal later’.
Een ander deel van de extra uitgaven is betaald met bezuinigingen, lastenverhogingen en meevallers. Zo gaan beleggers meer vermogensrendementsheffing betalen en is de inkomstenbelasting iets verhoogd.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant